P4w1 +2: Inflammatory bowel disease (IBD).
Doelen:
De dio:
kent de fysiologie van het maag-darmkanaal.
kan de werking van de darmen verklaren vanuit de bouw van de darmen.
kan het ontstaan, de diagnose, de symptomen en de behandeling van respectievelijk de
ziekte van Crohn en colitis ulcerosa koppelen aan de pathofysiologie.
kan fysiologische veranderingen als gevolg van een stoma koppelen aan de anatomische
plaatsing van een stoma
- maag gaat via pylorus (portier) over in dunne darm.
o Dunne darm diameter van 2,5 cm, iets langer dan 5 meter en ligt in buikholte.
o Chemische vertering van voedsel voltooid in dunne darm, en grootste deel van
opname van meeste voedingsstoffen.
Dunne darm gaat via valva ileocaecalis (klep van bauhin) over in dikke darm.
- Dunne darm bestaat uit 3 delen:
o Duodenum: twaalfvingerige darm, 25 cm lang.
Sappen uit pancreas en galblaas komen samen.
o Jejunum: middelste deel van dunne darm, 2 meter lang.
o Ileum: laatste deel, 3 meter lang.
Eindigt bij ileocacaecale klep > regelt doorstroom van ileum naar caecum (1 e
deel dikke darm) en voorkomt terugstroom.
- Wand van dunne darm bestaat uit 4 weefsellagen.
o Peritoneum: mesenterium (dubbele laag buikvlief) verbind jejunum en ileum met
achterste buikwand.
Aanhechting is kort > waaiervormig.
o Mucosa: villii zijn dunne vingerachtige uitsteeksels van mucosa. De bekleding bestaat
uit enterocyten. Tussen de enterocyten liggen slijmproducerende bekercellen
Absorptie en laatste processen van vertering vinden plaats in enterocyten >
voedingsstoffen gaan haarvaten en lymfecapillairen binnen.
- Functies van dunne darm:
o Voortbeweging van inhoud door peristaltiek (door parasympatische stimulering)
o Uitscheiding darmsappen (parasympatische stimulering)
o Voltooiing chemische vertering KH, EIW, VET in enterocyten van darmvlokken
o Bescherming door lymfefollikels tegen infectie.
o Uitscheiding van hormonen cholecystokinine en secretine.
o Absorptie voedingsstoffen.
- Chemische vertering dunne darm:
o Zure chymus komt in dunne darm > mengen met pancreassap, gal en darmsap >
chymus komt in contact met enterocyten.
Spijsvertering van alle voedingsstoffen voltooid wanneer:
KH afgebroken tot monosachariden
EIW afgebroken tot aminozuren
VET afgebroken tot vetzuur en glycerol
o Pancreassap: water, zouten, enzymen (amylase, lipase, nucleases), inactieve
voorlopers van enzymen ( trypsinogeen, chymotrypsinogeen).
Is basisch (pH 8) door flinke hoeveelheid waterstofcarbonaationen.
, Zure maaginhoud komt in duodenum > mengen met pancreassap en gal > pH
tussen 6 en 8, bij deze pH werken pancreasenzymen optimaal
Functies pancreassap:
Vertering eiwit: trypsinogeen en chymotrypsinogeen zijn inactieve
enzymen en worden geactiveerd door enterokinase (enzym in
microvilli) > trypsine en chymotrypsine > polypeptiden omzetten in
tri-, dipeptiden en aminozuren. Belangrijk dat ze pas in duodenum
worden geactiveerd, anders verteerd het de pancreas.
Vertering KH: amylase uit pancreas zet alle zetmeel die niet door
amylase in speeksel zijn afgebroken om in disachariden.
Vertering VET: lipase zet vetten om in vetzuren en glycerol. Vetten
door galzouten geëmulgeerd (vetbolletjes verkleinen > totaal
oppervlak vergroten) om vertering makkelijker te maken.
Uitscheiding van pancreassap gestimuleerd door secretine en
cholecystokinine (geproduceerd in wand van duodenum) aanwezigheid van
zure chymus in duodenum stimuleert productie van deze hormonen.
o Gal: water, zouten, slijm, galzouten, cholesterol, galpigmenten (bilirubine)
Uitgescheiden door lever, opgeslagen in galblaas en geconcentreerd.
pH van gal is 8.
Functies gal:
Emulgering van vetten in dunne darm
Cholesterol en vetzuren oplosbaar maken om opname samen met in
vet oplosbare vitaminen mogelijk te maken.
Afscheiding van bilirubine (product van afbraak hemoglobine uit
rode bloedlichaampjes).
Na maaltijd scheidt duodenum hormonen secretine en cholecystokinine uit >
stimuleren samentrekking galblaas > gal en pancreassap tegelijk door
duodenale papilla in duodenum uitgescheiden. Uitscheiding versneld
wanneer chymus die darm binnen komt veel vet bevat.
- Uitscheidingsproducten van de dunne darm: vooral water, slijm, zouten.
- Chemische vertering in enterocyten: basisch darmsap (pH 7,8-8) verhoogt pH van
darminhoud (6,5-7,5).
o Enzymen die vertering van voedingsmiddelen aan oppervlakte van enterocyten
voltooien zijn:
Peptidasen, lipase, sacharase, maltase en lactase
o Peptidase (trypsine) zetten polypeptiden in kleinere peptiden en aminozuren om. (zie
functies pancreassap).
Laatste fase van afbraak van peptiden tot aminozuren vindt plaats aan
oppervlakte van enterocyten.
o Lipase voltooit vertering van geëmulgeerde vetten tot vetzuren en glycerol in de
darm.
o Sacharase, maltase en lactase voltooien vertering van KH door disacharide als
sucrose maltose en lactose om te zetten in monosachariden.
- Belangrijkste stimulans tot uitscheiding van darmsap is de chymus, maar ook hormoon
secretine kan rol spelen.
- Absorptie van voedingsstoffen uit dunne darm door enterocyten vind plaats door diffusie,
osmose, gefaciliteerde diffusie, actief transport.
o Water verplaatst kleine in vet oplosbare stoffen door osmose
o vetzuren en glycerol diffunderen dor celmembranen.
o Monosachariden en aminozuren gaan naar haarvaten ter hoogte van darmvlokken
, o Vetzuren en glycerol vervoerd langs lymfevaten naar borstbuis waar ze
bloedsomloop binnen gaan.
o Vitaminen, zouten en water geabsorbeerd en naar haarvaten gebracht
o In vet oplosbare vitaminen samen met vetzuren en glycerol opgenomen in
lymfevaten
o Vitamine B12 bindt aan intrinsieke factor in maag en wordt actief geabsorbeerd ter
hoogte van terminale ileum
- Dikke darm verdeeld in: caecum, colon, colon sigmoideum, rectum, anale kanaal.
o Caecum: eerste deel van dikke darm. Appendix is klein aanhangsel van caecum (8-9
cm lang) en geeft problemen wanneer hij ontstoken is.
o Colon: heeft 4 onderdelen die zelfde structuur en functies hebben.
Colon ascendens: loopt omhoog van caecum tot niveau van de lever waar
het scherp naar links buigt en over gaat in;
Colon transversum: loopt voor duodenum en de maag naar milt. Buigt dan
scherp omlaag en gaat over in:
Colon descendens: loopt omlaag langs linkerkant van buikholte en buigt naar
het midden. Op hoogte van bekkenkam gaat hij over in:
Colon sigmoïd: s- vormige bocht in bekkenholte die omlaag loopt naar anale
kanaal en rectum.
o Rectum (endeldarm): enigszins verwijd deel van dikke darm, ongeveer 13 cm lang.
Leidt van colon sigmoïd naar anale kanaal.
o Anaal kanaal: bij volwassenen korte doorgang van 3,8 cm lang die van rectum naar
buiten loopt.
Anus heeft 2 kringspieren:
1 bestaat uit gladde spieren, gestuurd door autonome zenuwstelsel
2 bestaat uit dwarsgestreepte spieren, staat onder willekeurige
besturing
- Functies dikke darm, rectum en anale kanaal:
o Absorptie: inhoud die uit ileum komt is vloeibaar. Absorptie van water (door osmose)
gaat verder tot halfvaste consistentie van feces is bereikt. Zouten vitaminen en
sommige medicijnen worden in het colon in bloedvaten opgenomen.
- Activiteit van micro- organismen: in colon zitten veel bacteriesoorten die vitamine K en
foliumzuur produceren.
o De bacteriën zijn commensalen, dus ongevaarlijk. Wel als ze een ander lichaamsdeel
binnen komen zoals urinebuis.
o Darmgassen bestaan uit luchtbestanddelen, vooral stikstof, die zijn ingeslikt met
voedsel en dranken.
Waterstof, methaan en co2 geproduceerd door bacteriële fermentatie van
niet geabsorbeerde voedingsstoffen.
- Dikke darm heeft geen peristaltiek zoals andere delen van spijsverteringsstelsel. Met lange
tussenpozen gaat er sterke peristaltische golf door colon transversum (2x per uur) > inhoud
van colon descendens en colon sigmoideum wordt gestuwd = massatransport.
o in gang gezet door binnenkomen van voedsel in de maag
Combi van stimulus (voedsel in maag) en respons (sterke peristaltische golf)
= gastrocolische reflex.
- Normaal is rectum leeg, door massatransport inhoud in rectum > door uitrekking de
zenuwuiteinden in wand gestimuleerd.
o Wanneer behoefte te defeceren wordt uitgesteld verdwijnt drang tot ontlasting tot
volgende massatransport optreed.
Doelen:
De dio:
kent de fysiologie van het maag-darmkanaal.
kan de werking van de darmen verklaren vanuit de bouw van de darmen.
kan het ontstaan, de diagnose, de symptomen en de behandeling van respectievelijk de
ziekte van Crohn en colitis ulcerosa koppelen aan de pathofysiologie.
kan fysiologische veranderingen als gevolg van een stoma koppelen aan de anatomische
plaatsing van een stoma
- maag gaat via pylorus (portier) over in dunne darm.
o Dunne darm diameter van 2,5 cm, iets langer dan 5 meter en ligt in buikholte.
o Chemische vertering van voedsel voltooid in dunne darm, en grootste deel van
opname van meeste voedingsstoffen.
Dunne darm gaat via valva ileocaecalis (klep van bauhin) over in dikke darm.
- Dunne darm bestaat uit 3 delen:
o Duodenum: twaalfvingerige darm, 25 cm lang.
Sappen uit pancreas en galblaas komen samen.
o Jejunum: middelste deel van dunne darm, 2 meter lang.
o Ileum: laatste deel, 3 meter lang.
Eindigt bij ileocacaecale klep > regelt doorstroom van ileum naar caecum (1 e
deel dikke darm) en voorkomt terugstroom.
- Wand van dunne darm bestaat uit 4 weefsellagen.
o Peritoneum: mesenterium (dubbele laag buikvlief) verbind jejunum en ileum met
achterste buikwand.
Aanhechting is kort > waaiervormig.
o Mucosa: villii zijn dunne vingerachtige uitsteeksels van mucosa. De bekleding bestaat
uit enterocyten. Tussen de enterocyten liggen slijmproducerende bekercellen
Absorptie en laatste processen van vertering vinden plaats in enterocyten >
voedingsstoffen gaan haarvaten en lymfecapillairen binnen.
- Functies van dunne darm:
o Voortbeweging van inhoud door peristaltiek (door parasympatische stimulering)
o Uitscheiding darmsappen (parasympatische stimulering)
o Voltooiing chemische vertering KH, EIW, VET in enterocyten van darmvlokken
o Bescherming door lymfefollikels tegen infectie.
o Uitscheiding van hormonen cholecystokinine en secretine.
o Absorptie voedingsstoffen.
- Chemische vertering dunne darm:
o Zure chymus komt in dunne darm > mengen met pancreassap, gal en darmsap >
chymus komt in contact met enterocyten.
Spijsvertering van alle voedingsstoffen voltooid wanneer:
KH afgebroken tot monosachariden
EIW afgebroken tot aminozuren
VET afgebroken tot vetzuur en glycerol
o Pancreassap: water, zouten, enzymen (amylase, lipase, nucleases), inactieve
voorlopers van enzymen ( trypsinogeen, chymotrypsinogeen).
Is basisch (pH 8) door flinke hoeveelheid waterstofcarbonaationen.
, Zure maaginhoud komt in duodenum > mengen met pancreassap en gal > pH
tussen 6 en 8, bij deze pH werken pancreasenzymen optimaal
Functies pancreassap:
Vertering eiwit: trypsinogeen en chymotrypsinogeen zijn inactieve
enzymen en worden geactiveerd door enterokinase (enzym in
microvilli) > trypsine en chymotrypsine > polypeptiden omzetten in
tri-, dipeptiden en aminozuren. Belangrijk dat ze pas in duodenum
worden geactiveerd, anders verteerd het de pancreas.
Vertering KH: amylase uit pancreas zet alle zetmeel die niet door
amylase in speeksel zijn afgebroken om in disachariden.
Vertering VET: lipase zet vetten om in vetzuren en glycerol. Vetten
door galzouten geëmulgeerd (vetbolletjes verkleinen > totaal
oppervlak vergroten) om vertering makkelijker te maken.
Uitscheiding van pancreassap gestimuleerd door secretine en
cholecystokinine (geproduceerd in wand van duodenum) aanwezigheid van
zure chymus in duodenum stimuleert productie van deze hormonen.
o Gal: water, zouten, slijm, galzouten, cholesterol, galpigmenten (bilirubine)
Uitgescheiden door lever, opgeslagen in galblaas en geconcentreerd.
pH van gal is 8.
Functies gal:
Emulgering van vetten in dunne darm
Cholesterol en vetzuren oplosbaar maken om opname samen met in
vet oplosbare vitaminen mogelijk te maken.
Afscheiding van bilirubine (product van afbraak hemoglobine uit
rode bloedlichaampjes).
Na maaltijd scheidt duodenum hormonen secretine en cholecystokinine uit >
stimuleren samentrekking galblaas > gal en pancreassap tegelijk door
duodenale papilla in duodenum uitgescheiden. Uitscheiding versneld
wanneer chymus die darm binnen komt veel vet bevat.
- Uitscheidingsproducten van de dunne darm: vooral water, slijm, zouten.
- Chemische vertering in enterocyten: basisch darmsap (pH 7,8-8) verhoogt pH van
darminhoud (6,5-7,5).
o Enzymen die vertering van voedingsmiddelen aan oppervlakte van enterocyten
voltooien zijn:
Peptidasen, lipase, sacharase, maltase en lactase
o Peptidase (trypsine) zetten polypeptiden in kleinere peptiden en aminozuren om. (zie
functies pancreassap).
Laatste fase van afbraak van peptiden tot aminozuren vindt plaats aan
oppervlakte van enterocyten.
o Lipase voltooit vertering van geëmulgeerde vetten tot vetzuren en glycerol in de
darm.
o Sacharase, maltase en lactase voltooien vertering van KH door disacharide als
sucrose maltose en lactose om te zetten in monosachariden.
- Belangrijkste stimulans tot uitscheiding van darmsap is de chymus, maar ook hormoon
secretine kan rol spelen.
- Absorptie van voedingsstoffen uit dunne darm door enterocyten vind plaats door diffusie,
osmose, gefaciliteerde diffusie, actief transport.
o Water verplaatst kleine in vet oplosbare stoffen door osmose
o vetzuren en glycerol diffunderen dor celmembranen.
o Monosachariden en aminozuren gaan naar haarvaten ter hoogte van darmvlokken
, o Vetzuren en glycerol vervoerd langs lymfevaten naar borstbuis waar ze
bloedsomloop binnen gaan.
o Vitaminen, zouten en water geabsorbeerd en naar haarvaten gebracht
o In vet oplosbare vitaminen samen met vetzuren en glycerol opgenomen in
lymfevaten
o Vitamine B12 bindt aan intrinsieke factor in maag en wordt actief geabsorbeerd ter
hoogte van terminale ileum
- Dikke darm verdeeld in: caecum, colon, colon sigmoideum, rectum, anale kanaal.
o Caecum: eerste deel van dikke darm. Appendix is klein aanhangsel van caecum (8-9
cm lang) en geeft problemen wanneer hij ontstoken is.
o Colon: heeft 4 onderdelen die zelfde structuur en functies hebben.
Colon ascendens: loopt omhoog van caecum tot niveau van de lever waar
het scherp naar links buigt en over gaat in;
Colon transversum: loopt voor duodenum en de maag naar milt. Buigt dan
scherp omlaag en gaat over in:
Colon descendens: loopt omlaag langs linkerkant van buikholte en buigt naar
het midden. Op hoogte van bekkenkam gaat hij over in:
Colon sigmoïd: s- vormige bocht in bekkenholte die omlaag loopt naar anale
kanaal en rectum.
o Rectum (endeldarm): enigszins verwijd deel van dikke darm, ongeveer 13 cm lang.
Leidt van colon sigmoïd naar anale kanaal.
o Anaal kanaal: bij volwassenen korte doorgang van 3,8 cm lang die van rectum naar
buiten loopt.
Anus heeft 2 kringspieren:
1 bestaat uit gladde spieren, gestuurd door autonome zenuwstelsel
2 bestaat uit dwarsgestreepte spieren, staat onder willekeurige
besturing
- Functies dikke darm, rectum en anale kanaal:
o Absorptie: inhoud die uit ileum komt is vloeibaar. Absorptie van water (door osmose)
gaat verder tot halfvaste consistentie van feces is bereikt. Zouten vitaminen en
sommige medicijnen worden in het colon in bloedvaten opgenomen.
- Activiteit van micro- organismen: in colon zitten veel bacteriesoorten die vitamine K en
foliumzuur produceren.
o De bacteriën zijn commensalen, dus ongevaarlijk. Wel als ze een ander lichaamsdeel
binnen komen zoals urinebuis.
o Darmgassen bestaan uit luchtbestanddelen, vooral stikstof, die zijn ingeslikt met
voedsel en dranken.
Waterstof, methaan en co2 geproduceerd door bacteriële fermentatie van
niet geabsorbeerde voedingsstoffen.
- Dikke darm heeft geen peristaltiek zoals andere delen van spijsverteringsstelsel. Met lange
tussenpozen gaat er sterke peristaltische golf door colon transversum (2x per uur) > inhoud
van colon descendens en colon sigmoideum wordt gestuwd = massatransport.
o in gang gezet door binnenkomen van voedsel in de maag
Combi van stimulus (voedsel in maag) en respons (sterke peristaltische golf)
= gastrocolische reflex.
- Normaal is rectum leeg, door massatransport inhoud in rectum > door uitrekking de
zenuwuiteinden in wand gestimuleerd.
o Wanneer behoefte te defeceren wordt uitgesteld verdwijnt drang tot ontlasting tot
volgende massatransport optreed.