Partners in Preventie (PiP)
,Jeugdgezondheidszorg
De JGZ Preventieagenda en Early Life Stress
De JGZ Preventieagenda
De JGZ heeft expertise op het gebied van preventie en heeft tot doel om de gezondheid en
ontwikkelingskansen van alle kinderen te bevorderen. Dit doet de JGZ door alle kinderen te volgen
tijdens hun groei en ontwikkeling en extra aandacht te besteden aan die kinderen met wie het niet zo
goed gaat of die in een minder kansrijke of onveilige omgeving opgroeien.
De JGZ Preventieagenda agendeert 4 pijlers en stimuleert samenwerking met betrekking tot deze
pijlers:
1. Ouderschap
2. Hechting
3. Gezondheid
4. Weerbaarheid
Early Life Stress
Early Life Stress: chronische stress tijdens de zwangerschap of het opgroeien.
Gevolgen van (chronische) stress:
- Verhoogde kans op angst en depressie
- Cardiovasculaire ontregelingen met hart- en vaatziekten als gevolg
- Metabole ontregeling die kan leiden tot diabetes
Kindermishandeling
Kindermishandeling kan zich in 2 vormen voordoen:
1. Actieve kindermishandeling: lichamelijk, psychisch of seksueel geweld, waarbij de grenzen
van het kind op schadelijke wijze overschreden worden.
2. Passieve kindermishandeling: verwaarlozing van de lichamelijke of psychische behoeften.
Bij ieder vermoeden van acuut of structureel gevaar treedt de Meldcode kindermishandeling en
huiselijk geweld in werking. De Meldcode geeft de stappen weer die professionals dienen te zetten,
met als doel veiligheid te herstellen en waarborgen.
Als vermoedens van acuut of structureel gevaar niet kunnen worden verworpen na het doorlopen
van de meldcode, dient Veilig Thuis ingeschakeld te worden.
In deze richtlijn is ook vrouwelijke genitale verminking (VGV) opgenomen.
Pre- en neonatale screenings
Tijdens de zwangerschap en vlak na de geboorte worden verschillende screenings aangeboren,
hiermee kunnen aandoeningen of afwijkingen vroegtijdig worden opgespoord. Het vervolgtraject
hangt af van de screening en de gevonden aandoening of afwijking.
Prenataal onderzoek
Rond de 12e week krijgt de zwangere bloedonderzoek aangeboden, Prenatale Screening
Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE). Het doel van de screening is om hemolytische
ziekte bij het ongeboren kind te voorkomen en te voorkomen dat het kind door de moeder besmet
1
,raakt met hepatitis B, hiv en/of congenitale syfilis. Het laboratorium onderzoekt het bloed en bepaalt
daarbij:
- Bloedgroep van moeder: A, B, AB of O
- Of de moeder resus D-negatief of resus C-negaties is
- Of het bloed antistoffen bevat tegen bloedgroepen die de moeder zelf niet heeft, de
irregulaire erytrocytenantistoffen (IEA)
- Of de moeder besmet is met een van de infectieziekten hepatitis B, hiv of syfilis
Prenatale screening
Ouders kunnen kiezen om hun ongeboren kind te laten onderzoeken op een aantal aangeboren
aandoeningen en afwijkingen. Het gaat om de volgende screenings:
- Screening op down-, edwards- en patausyndroom
Als de kans verhoogd is, kunnen zij kiezen voor vervolgonderzoek om zekerheid over de
gevonden afwijking te krijgen.
- 20-weken echo de echoscopist onderzoekt of het kind een open rug of open schedel
heeft, de ontwikkeling van de organen, of er lichamelijke afwijkingen zijn, of het kind groeit
en of er voldoende vruchtwater is.
Neonatale screenings
Neonatale hielprikscreening
Met het bloed uit de hielprik kan een aantal ernstige, zeldzame aangeboren ziekten worden
opgespoord. Hoe eerder deze ziekten worden ontdekt, hoe beter. Zo kan zeer ernstige
gezondheidsschade bij pasgeborenen worden voorkomen of beperkt door medicijnen of
dieetmaatregelen.
De hielprik wordt afgenomen tussen 72-168 uur na de geboorte.
Ontwikkelingen in de hielprikscreening
Sinds 1 oktober 2023 zitten er 27 ziekten in de screening:
- Stofwisselingsziekten
- Hormoonstoornissen
- Vormen van erfelijke bloedarmoede
- Overig: SCID, SMA en taaislijmziekte
2 voorwaarden waaraan de ziekten moeten voldoen om toegevoegd te worden aan de neonatale
hielprikscreening:
- Over de ziekten die opgenomen zijn in het screeningspakket moet voldoende kennis bestaan.
- De beschikbaarheid van een goede testmethode is een essentiële voorwaarde voor de
screening.
Neonatale gehoorscreening
Kort na de geboorte krijgt iedere baby in Nederland een gehoorscreening aangeboden. In de meeste
gevallen vindt deze in combinatie met de hielprik plaats.
Deze gehoorscreening test of het gehoor voldoende is aangelegd voor een normale taal- en
spraakontwikkeling.
Doel van de screening is om:
- Kinderen met een permanent gehoorverlies van minimaal 40 decibel aan één of beide oren
op te sporen.
- Een dubbelzijdig gehoorverlies zo vroegtijdig op te sporen dat vóór de leeftijd van 6 maanden
gestart kan worden met een behandeling.
2
, Aangetoond is dat dit een gunstig effect heeft op de spraak- en taalontwikkeling.
De kinderen met een eenzijdig gehoorverlies behoren tot de doelgroep omdat:
- Het gehoorverlies kan verergeren in de loop van de tijd.
- Gehoorverlies aan het andere oor op kan treden.
- Hiermee rekening gehouden moet worden bij de opvoeding.
Kinderen met een licht gehoorverlies (25-40 decibel) behoren niet tot de doelgroep. Toch hebben zij
wel enig gehoorverlies. Dit is echter niet zo groot dat het een normale spraak- en taalontwikkeling in
de weg staat.
Screeningsmethode
Gehoorverlies kan worden opgespoord met 2 testmethoden:
1. Oto Akoestische Emissies (OAE)
2. Geautomatiseerde auditieve hersenstam responsen (AABR)
Diagnostiek
Als kinderen vanuit de neonatale gehoorscreening worden verwezen, dan gebeurt dit naar een
Audiologisch Centrum.
Behandeling gehoorverlies
Als sprake is van een enkelzijdig gehoorverlies krijgen de ouders informatie over hoe ze hiermee
rekening moeten houden.
Kinderen met een eenzijdig gehoorverlies krijgen meestal geen hoortoestel. Het gehoor wordt
langere tijd gecontroleerd om te monitoren of er geen gehoorverlies aan het andere oor ontstaat.
Bij een dubbelzijdig gehoorverlies is behandeling mogelijk met hoortoestellen of een cochleair
implantaat.
3