Themadoelen thema 1:
1. Je beschrijft de fysiotherapeutische uitgangspunten en maakt hierin logisch gebruik van de
begrippen: de definitie van gezondheid volgens de WHO, het beroepsprofiel fysiotherapeut, de
beroepsrollen van de fysiotherapeut uit het Beroepsprofiel Fysiotherapeut, de benadering vanuit de
positieve gezondheid (Huber), eigen regie & zelfmanagement en het biopsychosociaal model.
De verschillende definities van gezondheid volgends de WHO en Positive Health:
Volgens de WHO is gezondheid de toestand van compleet fysiek, mentaal en sociaal welbevinden.
Deze definitie is erg statisch. Dit zou betekenen dat als iemand een chronische ziekte zou hebben, of
een beperking, dat diegene niet gezond zou zijn.
Volgens de positieve gezondheid is gezondheid het vermogen om je aan te passen en je eigen regie
te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. Deze definitie
is dynamisch. Deze definitie staat voor het zelfmanagement voeren binnen de mogelijkheden die je
hebt. Deze definitie bied meer ruimte om per persoon binnen je eigen vermogen ervoor te zorgen
dat je, je mogelijk gezonder gaat voelen op het moment dat je fysieke, sociale of emotionele
problemen hebt. Je bekijkt als fysiotherapeut samen met de patiënt wat er nodig is of wat voor
aanpassingen er nodig zijn zodat de persoon zich weer gezond gaat voelen. (zelfmanagement)
De pijlers van het gezondheidsmodel van Institute for Positive Health (IPH):
1. Lichaamsfuncties: bewegend functioneren, fitheid, conditie, slaap, eten, fysieke klachten en
pijntjes.
2. Mentaal welbevinden: gemoedstoestand, concentreren, communiceren en hoe jij je mentaal en
emotioneel voelt.
3. Zingeving: de dingen kunnen doen en/of de dingen kunnen nastreven die je leven zinvol en
waardevol maken, dromen, doelen, normen en waardes.
4. Kwaliteit van leven: lekker in je vel zitten, veilig voelen, hoe je woont en rondkomen met je geld.
5. Meedoen: vrienden, familie, collega’s en de mensen om je heen. Voel jij je gehoord en gezien,
steunen ze jou bij moeilijke situaties?
6. Dagelijks functioneren: werk, studies, hobby’s en alles wat te maken heeft met het regelen of
managen van je leven.
,De verschillende fysiotherapeutische beroepsrollen en wat deze inhouden:
Zorgverlener:
Als zorgverlener verleent de fysiotherapeut patiëntgerichte zorg. De therapeut maakt eerst een
afweging of hij of zij de geschikte persoon is om de patiënt te helpen met de hulpvraag. Als dit een
negatieve uitslag geeft stuurt de fysiotherapeut de patiënt door naar een geschikte hulpverlener.
Wanneer de therapeut de hulp kan bieden die de patiënt nodig heeft, verleent de fysiotherapeut zorg
via begeleiding, coaching en/ of behandeling. Hierin worden klinische expertise, wetenschappelijke
evidentie, contextuele factoren en voorkeuren van de patiënt en/of zijn/haar naaste(n) gewogen
(evidence-based practice). Fysiotherapeutische zorg is gebaseerd op klinisch redeneren en gedeelde
besluitvorming. De therapeut bespreekt hierbij altijd alle behandelmethodes met de zorgvrager en
maakt aan de hand hiervan nog eventuele wijzigingen in het behandelplan.
Gezondheidsbevorderaar:
Als gezondheidsbevorderaar signaleert, herkent en analyseert de therapeut verschillende
leefstijlfactoren die een probleem kunnen vormen voor het normaal functioneren van de patiënt. De
fysiotherapeut biedt vanuit een coachende rol een ondersteuning of behandeling aan, gericht op een
duurzame en gezonde leefstijlverbetering in de desbetreffende leefsituatie.
Samenwerkingspartner:
Als samenwerkingspartner initieert de fysiotherapeut intra- en interprofessionele samenwerking.
Hij/zij werkt samen met collega-fysiotherapeuten en andere (zorg)professionals om de juiste zorg
voor de patiënt aan te bieden, en zo bij te dragen aan de ondersteuning en verbetering van de
gezondheid van patiënt. De fysiotherapeut informeert patiënten en samenwerkingspartners over het
behandelen van de therapeut. Hij/zij verwijst de patiënt eventueel naar 1 van de
samenwerkingspartners door. Hiermee draagt de fysiotherapeut bij aan het organiseren van de juiste
zorg voor de patiënt en denkt hij mee naar een oplossing voor het probleem.
Organisator:
Als organisator coördineert, organiseert en registreert de fysiotherapeut de eigen werkzaamheden en
de zorg voor de patiënt. Dit doet hij/zij binnen de fysiotherapie en met samenwerkingspartners
daarbuiten. De fysiotherapeut draagt informatie op duidelijke wijze over op samenwerkingspartners
en de patiënt. De fysiotherapeut is zich hierbij bewust van de persoonlijke factoren van de patiënt,
het dynamische gezondheidszorgsysteem, wet- en regelgeving en financieel economische factoren.
De fysiotherapeut waarborgt de veiligheid en doelmatigheid van de zorg.
Reflectieve professional:
Als reflectieve professional hanteert, bevordert en onderhoudt de fysiotherapeut de eigen
vakbekwaamheid en draagt bij aan die van collega-fysiotherapeuten en andere
samenwerkingspartners. Kern hierbij is het ontwikkelen van een persoonlijke, professionele identiteit,
waarbij voortdurende reflectie op eigen handelen essentieel is. De fysiotherapeut is verantwoordelijk
voor het plannen en organiseren van de eigen professionele ontwikkeling, en ondersteunt die van
collega-fysiotherapeuten en andere samenwerkingspartners door een reflectie op hun handelen
en/of gedrag te geven.
,Innovatieve professional:
Als innovatieve professional draagt de fysiotherapeut bij aan innovatie binnen de zorg in het
algemeen en binnen het vakgebied van de fysiotherapeut in het bijzonder. De fysiotherapeut
signaleert, analyseert en interpreteert organisatorische, vakinhoudelijke en wetenschappelijke
ontwikkelingen binnen fysiotherapie, en deelt deze met collega’s. De fysiotherapeut neemt deel aan
initiatieven voor vernieuwing en/of verbetering van (fysiotherapeutische) zorg. Het is de
verantwoordelijkheid van de fysiotherapeut om relevante innovaties toe te passen en te
verwezenlijken in het eigen handelen. De fysiotherapeut zet zorgtechnologie, zoals blended care en
andere e-health-toepassingen, in wanneer dit past bij de hulpvraag en leefomgeving van de patiënt.
Hierbij streeft de therapeut ernaar de fysiotherapeutische behandeling en de zorg beter en/of
doelmatiger te maken.
Communicator:
De communicatie van de fysiotherapeut richt zich zowel op de patiënt, zijn/haar naaste(n) en collega-
fysiotherapeuten als op andere samenwerkingspartners. Communicatie omvat het communiceren
met alle zintuigen. Denk hierbij aan de mondelinge en schriftelijke communicatie, lichaamstaal en -
houding en tactiele communicatie. Als communicator is de fysiotherapeut gericht op effectieve
uitwisseling van informatie. De fysiotherapeut kan de informatiebehoefte van de patiënt inschatten
en houdt in de communicatie rekening met persoonlijke factoren, culturele achtergrond,
taalbeheersing, begripsniveau en draagkracht van de patiënt en zijn/haar naasten. In een informatie-
uitwisseling is de fysiotherapeut in staat doelgericht, zorgvuldig en duidelijk verslag te doen en
informatie in te winnen. Het is de verantwoordelijkheid van de fysiotherapeut om de zorgvrager en
andere betrokken partijen tijdig en optimaal te voorzien van begrijpelijke informatie omtrent de
behandeling van de patiënt.
Beschrijving van het biopsychosociaal model van ziekte en gezondheid:
Een fysiotherapeut denkt en handelt vanuit het biopsychosociaal model. Vanuit de fysiotherapie
bekijken we gezondheid op basis van het biopsychosociaal model. Dit model bestaat uit 3
verschillende domeinen. Biologisch (fysiek), psychologisch (mentaal) en sociaal. Dit model laat zien
dat gezondheid meer is dan alleen het fysieke gedeelte. Alle 3 de domeinen zijn even belangrijk voor
je gezondheid. Het is dus van belang om te denken en te handelen vanuit alle 3 de domeinen om zo
goed te kunnen kijken naar de gezondheid van iemand.
De uitgangspunten van het fysiotherapeutische handelen:
Uitgangspunten van de fysiotherapie: fysiotherapeutische zorgverlening is erop gericht mensen zo
optimaal en zelfstandig mogelijk de regie over het bewegend functioneren in de eigen leefomgeving
te laten voeren of hervinden.
In eigen woorden: ervoor zorgen dat iemand zo optimaal en zelfstandig mogelijk de eigen regie in
handen neemt over het bewegend functioneren in hun eigen leven.
Fysiotherapeut werkt lichaams-, bewegings en persoonsgericht. Met hoofd, hart en handen. Hoofd is
gestructureerd en methodisch klinisch redeneren. Hart is intrinsieke motivatie om iets te kunnen
betekenen voor de patiënt. Handen is lichaams- en bewegingsgerichte benaderingswijze, hands on of
hands off benadering of beide.
, De fysiotherapeut denkt en handelt vanuit een biopsychosociaal gezondheidsbeeld, waarbij alle drie
de dimensies (biologisch, psychologisch en sociaal) een even grote invloed kunnen hebben op
gezondheid.
Voor de fysiotherapeut is het bewegend (dis)functioneren en het ondersteunen van gezond
beweeggedrag het uitgangspunt. Bewegend functioneren is een voorwaarde om te kunnen
participeren in de samenleving met behoud van eigen regie. De fysiotherapeut coacht de patiënt bij
zelfmanagement en ondersteunt het vermogen om regie te houden over het eigen leven.
Evidence-based practice in het fysiotherapeutisch handelen is de weging van wetenschappelijke
evidentie en de context en voorkeuren en opvattingen van de patiënt. Deze weging vormt samen de
klinische expertise. Fysiotherapeutisch handelen vindt plaats in de overlap tussen deze 3
componenten.
Handelen volgens wettelijke kaders en beroeps en kwaliteitsstandaarden: De fysiotherapeut
handelt in lijn met geldende wet en regelgeving, normen en standaarden, waaronder beroeps en
kwaliteitsstandaarden.
Beroepsethiek: Ethiek is een manier van kijken naar fysiotherapeutisch handelen, naar de waarden
die daarbij horen en de normen waartoe de waarden leiden. De beroepsethiek is de bezinning op het
gemeenschappelijk aanvaarde geheel van waarden en normen. Deze beroepsethiek is vooral een
zaak van en voor fysiotherapeuten.
Elementen binnen fysiotherapeutisch handelen:
Klinisch redeneren is het proces van gegevens verzamelen, analyseren en interpreteren om zo een
gezondheidsprobleem te begrijpen en een behandelplan op te stellen. Fysiotherapeutisch klinisch
redeneren vindt plaats vanuit de biopsychosociale benadering en met behulp van een functie- en
gezondheidsmodel (ICF).
Kenmerken van methodisch handelen: De fysiotherapeut werkt planmatig, doelgericht en
procesmatig.
Patiëntgerichte zorg op zelfmanagement. De fysiotherapeut ondersteunt bij het zelfmanagement,
zodat de patiënt zoveel mogelijk eigen regie over het leven krijgt en ervaart.
Zelfmanagement is het individuele vermogen om goed om te gaan met de gevolgen van een
aandoening of klacht.
Eigen regie is het vermogen om je eigen leven en noodzakelijke ondersteuning te regelen, en het
vermogen om jezelf te redden in lichamelijk, sociaal en psychisch opzicht.
Als fysiotherapeut is het van belang om de patiënt te ondersteunen bij het inzetten van
zelfmanagement en eigen regie, zodat de patiënt zijn eigen leven beter in de hand heeft.