Samenvatting Geschiedenis 5.1
Renaissance: periode tussen 1300 en 1600, waarin niet langer het
hiernamaals centraal stond, maar de mens en het hier en nu
In de renaissance was er een mentaliteitsverandering: verandering van
het mensbeeld en het wereldbeeld. Ideaalbeeld: uomo universale
(algemeen ontwikkelde mens). Nieuwe inspiratie uit de Klassieke Oudheid
(boeken zouden wijsheid en kennis bevatten)
Humanisme: de belangstelling van geleerden voor de antieke literatuur,
poëzie en geschiedenis
Leonardo da Vinci (1452 – 1519) hield zich bezig met anatomie,
natuurkunde en scheikunde, schilderen, muziek schrijven en gebouwen en
apparaten ontwikkelen (diepe interesse in de mens)
Middeleeuwen Renaissance
- Voorbereiden op de dood - Genieten van het leven
- God stond centraal - De mens stond centraal
- Literatuur was vooral het domein van - Literatuur over niet-religieuze
geestelijkheid (taal: Latijn) onderwerpen (taal: landstaal)
- Beeldende kunstenaars vaak - Beeldende kunstenaars wilden dat de
ambachtslieden die godsdienstige kunst het echt leven weerspiegelde
onderwerpen uitbeelden, realisme niet perspectief, licht en schaduw,
belangrijk natuurlijke kleuren, emoties en
anatomie
- Politiek was onderdeel van een - Machthebbers handelden in het belang
goddelijk plan: de vorst mocht over van hun gemeenschap Machiavelli*
andere mensen regeren omdat God
dat wilde
* Florentijn Niccolò Machiavelli (1469-1527):
- Machthebbers moesten eerst zorgen voor stabiliteit
- Het welzijn van de staat was belangrijker dan her welzijn van de
individu
- Machiavellisme: de leer van de Italiaanse denker Machiavelli, die
beschreef hoe een heerser moest handelen als hij het belang van de
staat hoger stelde dan dat van de individuele burgers; vaak opgevat
als een aanbeveling voor pure machtspolitiek
- Het doel heiligt alle middelen
- Daadkracht van een heerser om het lot naar zijn hand te zetten
, Geen scherpe breuk tussen Middeleeuwen en renaissance eerst in Italië
en later in Noord-Europa. Ook geen middenweg tussen ‘middeleeuws’ en
‘renaissancistisch’ maar een combinatie
In Italië: (rond 1300)
- Zelfstandige stadstaten waren ontstaan culturele elite was
ontstaan die zijn rijkdom wilde tonen klimaat van culturele bloei
en vernieuwing
- Kunstenaars richtten zich op de antieke oudheid; de rijke burgers
voelde zich namelijk verwant met de oude Romeinse stadscultuur
- Veel verloren gewaande teksten van klassieke auteurs kwamen
boven water in kloosters in Italië, door de kruistochten en via
handelscontacten met de Arabische wereld (Arabische vertalingen)
In Noord-Europa: (vanaf 16e eeuw)
- Boekdrukkunst sinds ca. 1450 kunstenaars en geleerden konden
eenvoudig kennisnemen van de renaissance
- Ideeën uit het humanisme en de renaissance hadden invloed op hoe
men tegen de kerk aankeek (sommigen begonnen te streven naar
een meer persoonlijk geloof)
- Humanisten keken kritisch naar Latijnse Bijbelvertalingen:
- Een van de belangrijkste Bijbelse humanisten: Desiderius Erasmus;
vertaalde het Nieuwe Testament vanuit het Grieks om verschillen te
ontdekken; had kritiek op het ongepaste gedrag van priesters en
monniken: gedroegen zich niet volgens Christus’ idealen. Hij wilde
verandering maar niet met het gevolg dat de christelijke
geloofsgemeenschap uiteen zou vallen
Renaissance: periode tussen 1300 en 1600, waarin niet langer het
hiernamaals centraal stond, maar de mens en het hier en nu
In de renaissance was er een mentaliteitsverandering: verandering van
het mensbeeld en het wereldbeeld. Ideaalbeeld: uomo universale
(algemeen ontwikkelde mens). Nieuwe inspiratie uit de Klassieke Oudheid
(boeken zouden wijsheid en kennis bevatten)
Humanisme: de belangstelling van geleerden voor de antieke literatuur,
poëzie en geschiedenis
Leonardo da Vinci (1452 – 1519) hield zich bezig met anatomie,
natuurkunde en scheikunde, schilderen, muziek schrijven en gebouwen en
apparaten ontwikkelen (diepe interesse in de mens)
Middeleeuwen Renaissance
- Voorbereiden op de dood - Genieten van het leven
- God stond centraal - De mens stond centraal
- Literatuur was vooral het domein van - Literatuur over niet-religieuze
geestelijkheid (taal: Latijn) onderwerpen (taal: landstaal)
- Beeldende kunstenaars vaak - Beeldende kunstenaars wilden dat de
ambachtslieden die godsdienstige kunst het echt leven weerspiegelde
onderwerpen uitbeelden, realisme niet perspectief, licht en schaduw,
belangrijk natuurlijke kleuren, emoties en
anatomie
- Politiek was onderdeel van een - Machthebbers handelden in het belang
goddelijk plan: de vorst mocht over van hun gemeenschap Machiavelli*
andere mensen regeren omdat God
dat wilde
* Florentijn Niccolò Machiavelli (1469-1527):
- Machthebbers moesten eerst zorgen voor stabiliteit
- Het welzijn van de staat was belangrijker dan her welzijn van de
individu
- Machiavellisme: de leer van de Italiaanse denker Machiavelli, die
beschreef hoe een heerser moest handelen als hij het belang van de
staat hoger stelde dan dat van de individuele burgers; vaak opgevat
als een aanbeveling voor pure machtspolitiek
- Het doel heiligt alle middelen
- Daadkracht van een heerser om het lot naar zijn hand te zetten
, Geen scherpe breuk tussen Middeleeuwen en renaissance eerst in Italië
en later in Noord-Europa. Ook geen middenweg tussen ‘middeleeuws’ en
‘renaissancistisch’ maar een combinatie
In Italië: (rond 1300)
- Zelfstandige stadstaten waren ontstaan culturele elite was
ontstaan die zijn rijkdom wilde tonen klimaat van culturele bloei
en vernieuwing
- Kunstenaars richtten zich op de antieke oudheid; de rijke burgers
voelde zich namelijk verwant met de oude Romeinse stadscultuur
- Veel verloren gewaande teksten van klassieke auteurs kwamen
boven water in kloosters in Italië, door de kruistochten en via
handelscontacten met de Arabische wereld (Arabische vertalingen)
In Noord-Europa: (vanaf 16e eeuw)
- Boekdrukkunst sinds ca. 1450 kunstenaars en geleerden konden
eenvoudig kennisnemen van de renaissance
- Ideeën uit het humanisme en de renaissance hadden invloed op hoe
men tegen de kerk aankeek (sommigen begonnen te streven naar
een meer persoonlijk geloof)
- Humanisten keken kritisch naar Latijnse Bijbelvertalingen:
- Een van de belangrijkste Bijbelse humanisten: Desiderius Erasmus;
vertaalde het Nieuwe Testament vanuit het Grieks om verschillen te
ontdekken; had kritiek op het ongepaste gedrag van priesters en
monniken: gedroegen zich niet volgens Christus’ idealen. Hij wilde
verandering maar niet met het gevolg dat de christelijke
geloofsgemeenschap uiteen zou vallen