Samenvatting Geschiedenis 2.1
Maart 415 v.C.: volksvergadering in Athene waarbij werd besloten dat
Athene schepen zou sturen naar de oorlog in Segesta
Nicias:
Athene was net op krachten gekomen
Athene moest oppassen voor aartsvijand Sparta
Wat had Athene met die oorlog te maken?
Alcibiades
Athene was machtig geworden door altijd zijn bondgenoten te
steunen
Wanneer ze naar Nicias luisterden zouden er geen nieuwe
veroveringen komen en kwamen de bestaande in gevaar
Expeditie ging door maar Nicias kreeg gelijk
Beslissingen werden genomen door een volksvergadering
Alle Atheense mannen die geen slaaf waren mochten rechtstreeks
meebeslissen: directe democratie
Alleen de volwassen, vrije mannen hadden burgerrecht, binnen die groep
maakte rijk of arm niet uit, iedereen was gelijk
Voorwaarde voor directe democratie: niet te veel burgers
Stadstaat die bestond uit een stedelijke kern en de omringde dorpjes en
platteland: polis
Athene was een grote polis
De Atheners in de 5e eeuw v.C. waren bang voor een te machtige leider
Ooit was Athene geregeerd door koningen, later door aristocratie: rijke
en belangrijke mannen die zichzelf zagen als de besten
Tiran: één man die tijdelijk de macht greep
Burgers waren steeds belangrijker geworden
Eerst in oorlogen als roeiers en zwaarbewapende voetsoldaten
Bij belangrijke beslissingen over de oorlog hadden zij invloed geëist en
gekregen
, De volksvergadering koos elk jaar een stadsbestuur: de raad van 500,
waaruit het dagelijks bestuur bestond uit 50 raadsleden die niet langer
dan een maand aanbleven en elke dag een nieuwe voorzitter
Atheense rechtspraak was in handen van een volksjury waarvan de leden
door het lot werden aangewezen
Het leger werd geleid door 10 strategen die elk jaar opnieuw werden
gekozen door de volksvergadering
Schervengericht: burgers schreven op een scherf welke persoon naar hun
mening te veel macht had en die werd voor een tijd verbannen
Ook wel ostracisme: wegstemmen van politici
Filosofen hielden zich bezig met Natuurkunde, Ethiek en Politiek
Vanaf 600 v.C. begonnen onderzoekers met natuurverschijnselen proberen
te verklaren
Hun inzichten waren meestal moeilijk aantoonbaar/speculatief
Niet het begin van de wetenschap want Griekse filosofen bouwden voort
op de kennis uit Mesopotamië en Egypte
In de 5e eeuw v.C. ook nadenken over wat goed en slecht is
Socrates stelde: Ik weet niets, behalve dat ik niets weet
Hij ergerde zich aan mensen die dachten dat ze dingen wisten en zette ze
voor het blok
Hij werd in 399 v.C. veroordeeld om uit een gifbeker te drinken
Plato, leerling van Socrates, vond dat het bestuur vooral uit wijze,
onpartijdige mensen die alle belangen goed afwogen moest bestaan
Hij kon zich niet voorstellen dan een meerderheid kon bepalen wat goed of
waar was
Aristoteles, leerling van Plato, was ook kritisch over de democratie
Hij vond dat monarchieën aristocratieën en democratieën allemaal goed
konden werken maar op hun eigen manier gevaarlijk konden worden, hij
wilde het liefst een mix
Hij vond kennis van groot belang om de juiste beslissingen te nemen
Hij nam afstand van de meer speculatieve manier van denken van eerdere
filosofen en richtte zich vooral op het verzamelen en opschrijven van
kennis
Maart 415 v.C.: volksvergadering in Athene waarbij werd besloten dat
Athene schepen zou sturen naar de oorlog in Segesta
Nicias:
Athene was net op krachten gekomen
Athene moest oppassen voor aartsvijand Sparta
Wat had Athene met die oorlog te maken?
Alcibiades
Athene was machtig geworden door altijd zijn bondgenoten te
steunen
Wanneer ze naar Nicias luisterden zouden er geen nieuwe
veroveringen komen en kwamen de bestaande in gevaar
Expeditie ging door maar Nicias kreeg gelijk
Beslissingen werden genomen door een volksvergadering
Alle Atheense mannen die geen slaaf waren mochten rechtstreeks
meebeslissen: directe democratie
Alleen de volwassen, vrije mannen hadden burgerrecht, binnen die groep
maakte rijk of arm niet uit, iedereen was gelijk
Voorwaarde voor directe democratie: niet te veel burgers
Stadstaat die bestond uit een stedelijke kern en de omringde dorpjes en
platteland: polis
Athene was een grote polis
De Atheners in de 5e eeuw v.C. waren bang voor een te machtige leider
Ooit was Athene geregeerd door koningen, later door aristocratie: rijke
en belangrijke mannen die zichzelf zagen als de besten
Tiran: één man die tijdelijk de macht greep
Burgers waren steeds belangrijker geworden
Eerst in oorlogen als roeiers en zwaarbewapende voetsoldaten
Bij belangrijke beslissingen over de oorlog hadden zij invloed geëist en
gekregen
, De volksvergadering koos elk jaar een stadsbestuur: de raad van 500,
waaruit het dagelijks bestuur bestond uit 50 raadsleden die niet langer
dan een maand aanbleven en elke dag een nieuwe voorzitter
Atheense rechtspraak was in handen van een volksjury waarvan de leden
door het lot werden aangewezen
Het leger werd geleid door 10 strategen die elk jaar opnieuw werden
gekozen door de volksvergadering
Schervengericht: burgers schreven op een scherf welke persoon naar hun
mening te veel macht had en die werd voor een tijd verbannen
Ook wel ostracisme: wegstemmen van politici
Filosofen hielden zich bezig met Natuurkunde, Ethiek en Politiek
Vanaf 600 v.C. begonnen onderzoekers met natuurverschijnselen proberen
te verklaren
Hun inzichten waren meestal moeilijk aantoonbaar/speculatief
Niet het begin van de wetenschap want Griekse filosofen bouwden voort
op de kennis uit Mesopotamië en Egypte
In de 5e eeuw v.C. ook nadenken over wat goed en slecht is
Socrates stelde: Ik weet niets, behalve dat ik niets weet
Hij ergerde zich aan mensen die dachten dat ze dingen wisten en zette ze
voor het blok
Hij werd in 399 v.C. veroordeeld om uit een gifbeker te drinken
Plato, leerling van Socrates, vond dat het bestuur vooral uit wijze,
onpartijdige mensen die alle belangen goed afwogen moest bestaan
Hij kon zich niet voorstellen dan een meerderheid kon bepalen wat goed of
waar was
Aristoteles, leerling van Plato, was ook kritisch over de democratie
Hij vond dat monarchieën aristocratieën en democratieën allemaal goed
konden werken maar op hun eigen manier gevaarlijk konden worden, hij
wilde het liefst een mix
Hij vond kennis van groot belang om de juiste beslissingen te nemen
Hij nam afstand van de meer speculatieve manier van denken van eerdere
filosofen en richtte zich vooral op het verzamelen en opschrijven van
kennis