Luchtweginfecties
- Bovenste en onderste luchtweginfecties
o Onderscheid is belangrijk i.v.m. verwachte verwekkers,
verwachting van mate van ziek zijnen kans op complicaties
Klachten en symptomen
- Klachten (subjectieve ervaringen): droge hoest, productieve hoest,
keelpijn, oorpijn, snotterig, hoofdpijn, spierpijn, malaise, dyspnoe,
hemoptoë (bloed ophoesten)
- Symptomen (objectieve tekenen): koorts, rinorroe, rode farynx, gezwollen
rode tonsillen (evt. met wit beslag), stridor, tachypnoe, intrekkingen,
neusvleugelen, kreunen, verlaagde zuurstofsaturatie, cyanose, hypotensie,
tachycardie
- Auscultatoire afwijkingen (onregelmatigheden in ademgeluiden
gehoord met een stethoscoop): piepen, crepitaties, verlengd expirium,
rhonchi
- Veel klachten, zoals hoesten, snotterig, spierpijn, een ziek gevoel en koorts
zijn passend bij zowel een bovenste als onderste luchtweginfectie
o Koorts is geen vereiste voor een infectie
o Pneumonie kan zich ook presenteren zonder koorts (vooral bij
ouderen)
Complicaties
- De ernst van het beloop van een luchtweginfectie is van vele factoren
afhankelijk:
o Locatie: community-acquired pneumonie of hospital-acquired
pneumonie
o Leeftijd van de patiënt
o De algemene gezondheidstoestand en vitaliteit van de patiënt
o De verwekker (bij community-acquired meestal pneumokok)
Behandeling/diagnostiek
- De meeste verwekkers zijn viraal geen antibiotica, maar adviezen
- Bij verdenking op pneumonie (patiënt met acuut hoesten, hoge koorts, ziek
overkomend, eenzijdig bijgeluiden te horen aan de longen) wordt het risico
op een bacteriële infectie hoger ingeschat antibiotica kuur
- Bij twijfel over een bacteriële verwekker met een vingerprik CRP
bepalen (stijgt bij ontstekingen en meer bij bacteriële infectie dan bij virale
infectie)
Verwekkers bij luchtweginfecties
- Rinovirus, para-influenzavirus, respiratoir syncytieel virus (RSV):
rinosinusitis
- Bordetella pertussis, Bordetella parapertussis: kinkhoest
- RSV, influenzavirus, humaan metapneumovirus (hMPV): bronchiolitis
, - Streptococcus pneumoniae (streptokok), Mycoplasma
pneumoniae, Staphylococcus aureus: pneumonie
- Influenzavirus: ‘de griep’
- Rinovirus, Epstein-Barr virus (EBV), groep A-streptokokken):
faryngitis en tonsillitis
- Para-influenzavirus: laryngitis subglottica (pseudokroep)
- Adenovirus, Streptococcus pneumoniae (streptokok), Haemophilus
influenzae: otitis media acuta
Bovenste luchtweginfecties
- In de bovenste luchtwegen komen altijd virussen en bacteriën voor
(kolonisatie)
- Bovenste luchtweginfecties worden meestal veroorzaakt door
virussen, soms door bacteriën
- Virale infecties van de bovenste luchtwegen zorgen ook voor een verhoogd
risico op secundaire bacteriële infecties zoals otitis media, sinusitis
en pneumonie
- Bacteriële verwekkers van bovenste luchtweginfecties behoren meestal
tot de eigen flora
o S. pneumoniae is de belangrijkste bacteriële verwekker van
luchtweginfecties
Rinitis Rinosinusitis
- Klassieke verkoudheid wordt meestal veroorzaakt door een rinovirus (in
mindere mate door andere virussen)
o September: rinovirus
o Oktober/november: respiratoir syncytieel virus (RSV),
influenzavirussen
o Wintermaanden: coronavirussen
o Vroege voorjaar: kleine piek rinovirus
- Overdracht (rinovirus) via speekseldruppels, hand-neus en hand-
oogcontact
- Acute rinosinusitis: korter dan 4 weken durende ontsteking van de neus
en neusbijholten, gekenmerkt door neusverstopping of rinorroe (postnasal
drip), soms in aanwezigheid van pijn of druk in het aangezicht en
verminderde/afwezig reuk
- Rinovirussen behoren tot de picornavirussen (enkelstrengs RNA-
virussen zonder envelop), deze zijn nauw verwant aan de enterovirussen
- Ontsteking van het neusslijmvlies kan sinusitis veroorzaken
- Sinusitis: ontsteking van de paranasale sinussen (bijna allemaal viraal)
o Uni- of bilaterale sinusitis maxillaris, frontalis, ethmoidalis of
sphenoidalis
o Pansinusitis: alle sinussen zijn ontstoken
- Symptomen sinusitis:
o Neusverstopping/loopneus (dun waterig of dik purulent)
o Hoesten (vooral ’s nachts door postnasal drip)
, o Pijn/druk in het aangezicht
o Verminderde/afwezige reuk
o Koorts
o Vermoeidheid
o Hoofdpijn
o Verminderde transilluminatie van de sinussen
- Behandeling rinitis en sinusitis: vooral symptomatisch
o Decongestie van neusslijmvlies met neusdroppels
o Pijnstilling met paracetamol
o Mogelijk nasale corticosteroïden
o Antibiotica alleen bij hevige, langer durende klachten die een
bacteriële infectie suggereren
, Faryngitis/tonsillitis
- Faryngitis/keelontsteking/tonsillitis komt veel voor (bij kinderen en
volwassenen)
o Belangrijkste verwekker: groep A-streptokokken
- Symptomen:
o Keelpijn
o (Ernstige) algemene malaise
o Hoofdpijn
o Hoge koorts
o Afhankelijk van de oorzaak zijn er wisselende roodheid en zwelling
van de slijmvliezen van de keel, beslag op de tonsillen en
geassocieerde symptomen als lymfadenopathie, huiduitslag en
hoesten
- Gouden standaard: positieve keelkweek (groep A-streptokokken)
- Streptokokkeninfectie: kans is groot bij ernstige symptomen die zich
beperken tot de keel en de cervicale lymfeklieren
o Patiënten kunnen zonder aanvullende diagnostiek antibiotisch
behandeld worden
- Complicaties kunnen purulent en niet-purulent zijn
o Purulent: retrofaryngeale en peritonsillaire abcessen, otitis media
en mastoïditis
o Niet-purulent: acuut gewrichtsreuma,
poststreptokokkenglomerulonefritis en toxinegemedieerde
ziektebeelden
- Bij de meeste patiënten met een streptokokkenfaryngitis (zonder
antibiotica) nemen de klachten na 4-5 dagen af en zijn ze bijna altijd na 7
dagen verdwenen
- Behandeling met antibiotica heeft vooral het doel om complicaties te
voorkomen