Gastro-enteritis
- Diarree (WHO): sprake van bij 3 + keer vloeibare of ongevormde
ontlasting in 24 uur
- Diarree (NHG): voor de patiënt afwijkend defecatiepatroon (frequentie,
consistentie en hoeveelheid)
- Acute diarree: korter dan 2 weken
- Chronische diarree: langer dan 2 weken
- Bacteriële diarree: kan ontstaan door schadelijke bacteriële effecten
(direct) of via geproduceerde toxinen (indirect)
o Gastro-enteritis: als de diarree het directe gevolg is van een
bacterie
o Voedselvergiftiging: als de diarree het indirecte gevolg is van een
bacterie
(Patho)fysiologie
- Men verliest normaal 200 milliliter vocht via de ontlasting
- Bij infectie van de dunne darm, wordt er minder geresorbeerd meer
vochtuitscheiding (colon kan niet alles compenseren)
o Vaak meer, lagere frequentie en geen buikkrampen
- Bij infectie van het colon, ook minder terugresorptie diarree, minder
uitgesproken
o Vaak minder, hoge frequentie en buikkrampen
- Vormen van non-inflammatoire diarree:
1. Osmotische diarree (diarree door malabsorptie): in de darm zitten
niet-resorbeerbare osmolen waterverplaatsing in de richting van het
darmlumen toename van water in de ontlasting waterige diarree
2. Secretoire diarree: bacteriële toxines kunnen een cascade in gang
zetten remming van natriumopname en toename van chloorsecretie
minder opname van water en meer watersecretie
3. Diarree op basis van een versnelde doorlooptijd: transport door de
darm is versneld minder tijd voor natrium opname meer
waterverplaatsing naar het lumen
4. Andere vorm: door infectie schade aan enterocyten afname
verteringsoppervlakte
Etiologie en risicofactoren
- Acute diarree heeft vaak een infectieuze oorzaak
o Viraal (vooral < 5 jaar), bacterieel (vooral volwassenen) of
toxine-gemedieerd
- Beschermende factoren van het lichaam tegen infectie: maagzuur,
darmperistaltiek, darmmicrobiotica, barrièrefunctie van het
slijmvliesepitheel en antistoffen van de darmwand of uit plasma
- Chronische diarree heeft vaak geen infectieuze oorzaak
o Aandoening waarbij diarree één van de symptomen is
o Oorzaken: inflammatoir, osmotisch, secretoir en versnelde
darmpassage
,
, Gastro-enteritis en voedselvergiftiging
- Waterige diarree, misselijkheid, braken, lichte buikpijn en kleine
temperatuursverhoging
- Incubatietijd: 1-7 dagen
- Duur van de klachten: 4-7 dagen
- Complicaties: postinfectieuze prikkelbare darm, hemolytisch-uremisch
syndroom en Guillain-Barré
- Klachten bij voedselvergiftiging: misselijkheid, hevig braken en soms
diarree
- Incubatietijd: 1-6 uur
- Klachten: vaak maximaal 1 dag
Anamnese
- Uitvragen: leeftijd, medicijngebruik en medische voorgeschiedenis
- Verduidelijken van de klachten: reizen, duur van de klachten, relatie
met voedsel en begeleidende symptomen
- Omgeving: meerdere personen in de omgeving ziek, beroep, verblijf in
zorginstelling
Diagnostiek
- Onderzoek naar ontlasting moet gedaan worden bij uitbraak van diarree
is, als de patiënt verblijft in een zorginstelling of een kinderdagverblijf
bezoekt, bij verhoogd besmettingsgevaar voor anderen, als de
voedselinfectie gediagnosticeerd is bij 2 of meer gerelateerde patiënten
en als er consequenties zijn voor werk
- Een positieve fecestest moet gemeld worden aan de GGD
- Opties voor diagnostiek:
o Feceskweek: makkelijk, goedkoop, vermoeden van een bacteriële
infectie. Nadeel: duurt lang, weinig sensitief
o Antigeen diagnostiek: specifiek antigeen. Simpel en snel. Nadeel:
zeer beperkt aantal pathogenen kan hiermee worden aangetoond
o Moleculaire diagnostiek (zoals PCR): sensitief, snel en specifiek.
Best duur
o Direct microscopisch onderzoek: vooral voor parasitaire
diagnostiek. Simpel, goedkoop en snel. Nadeel: weinig sensitief en
lastig te onderscheiden
Behandeling
- Voor antibioticum-geassocieerde diarree kan probiotica behulpzaam
zijn
- Bij ernstige diarree kan intraveneuze rehydratie of oral rehydration salts
(ORS) nodig zijn
- Loperamide bindt aan de opioïdreceptor in de darmwand en vertraagt de
darmmotiliteit
o Kan niet bij dysenterie (diarree met bloed en koorts) gegeven
worden, vanwege de kans op een toxisch megacolon (verwijding
van de colon vanwege systemische inflammatie, vaak bij niet-
infectieuze diarree) of bij kinderen < 2jaar