HIV
- HIV: humaan immunodeficiëntie virus, tast het afweersysteem aan
o Iemand met HIV is vatbaarder voor opportunistische infecties
o Kan uiteindelijke leiden tot AIDS
- AIDS: acquired immuno deficiency syndrome
o HIV infectie en CD4 getal < 200 cellen/mm3
CD4 getal: maat voor je afweer
o HIV infectie en AIDS-defining illness (ongeacht CD4 getal)
Bijv. pneumocystis pneumonie of Kaposi sarcoom
- Opportunistische infectie: infectie die vaker of ernstiger verloopt bij
mensen met een verzwakte afweer.
o Pneumocystis pneumonie: infectie eigenlijk alleen gezien wordt
bij mensen met een slechte afweer (door pneumocystis jirovecii
pneumonie, schimmel)
o Kaposi sarcoom: ook heel zeldzaam en m.n. te zien bij mensen
met een verslechterde afweer (veroorzaakt duur humaan
herpesvirus type 8)
o Pneumocystis pneumonie en Kaposi sarcoom zijn een AIDS-
defining illness
- SIV: simian immunodeficiency virus (komt voor bij apen en mensapen)
- Ooit is er vanuit SIV een infectie is geweest naar mensen, dat is onder
mensen gaan verspreiden en heeft geleid tot HIV type 1
- HIV type 1: het belangrijkste type van HIV wat er in de wereld bestaat
- HIV type 2: zeldzamer en heeft een iets milder beloop (lijkt afkomstig te
zijn uit apen)
Replicatiecyclus van HIV-1
1. Binding: HIV moet eerst aan de CD4-receptor binden op de gastheercel,
en vervolgens een andere (co-)receptor (CCR5 of CXCR4)
o CD4: receptor van HIV
o CCR5 of CXCR4: co-receptor van HIV
2. Fusie: het HIV-partikel fuseert met de celmembraan en kan de cel in
3. Reverse transcriptase: viraal enzym dat enkelstrengs HIV RNA omzet
in dubbelstrengs DNA
o Kenmerk van retrovirussen (zoals HIV)
4. Integratie: er wordt een viraal genetisch genoom gemaakt
o Viraal enzym dat HIV DNA integreert in het humane DNA
o HIV DNA wordt onderdeel van ons eigen genoom
5. Replicatie: van het virale genetische genoom
6. Assemblage: virale eiwitten worden in elkaar gezet
o Transcriptie van HIV DNA met het enzym humaan DNA afhankelijk
RNA polymerase
o HIV RNA wordt gebruikt als messenger RNA om virale eiwitten te
synthetiseren
o HIV RNA wordt gebruik als genomisch RNA voor het virus partikel
7. Budding: Een nieuw HIV partikel wordt ‘geboren’
, a. Het immature HIV partikel is nog niet infectieus
b. HIV eiwitten zitten aan elkaar vast en worden van elkaar los geknipt
met HIV protease (viraal enzym) matuur HIV partikel
infectieus HIV partikel
Natuurlijk beloop HIV-1 infectie
- De virale load neemt eerst (3-6 weken) heel erg toe, waarna het
immuunsysteem op gang komt die het virus deels onder controle krijgt
- De virale load daalt rond week 9 weer, maar het aantal CD4-cellen neemt
niet af
o De CD4-cellen herstellen zich redelijk, maar niet compleet
- Klinisch latente periode: het aantal CD4-cellen neemt jarenlang
langzaam af, vaak zonder symptomen (kan wel besmettelijk zijn)
- Wanneer er te weinig CD4-cellen over zijn, is er sprake van AIDS met kans
op OI
Antiretrovirale therapie (ART)
- ART: antiretrovirale therapie
o Onderdrukking HIV replicatie met ART herstel CD4 getal
o Goed onderdrukte HIV infectie met ART nagenoeg zelfde
levensverwachting als een persoon zonder HIV EN HIV infectie niet
meer overdraagbaar
- cART: combinatie antiretrovirale therapie
- HAART: highly active antiretroviral therapy
- Nieuwe ontwikkeling:
o Langwerkende ART (bijv. injectie 1x per 2 maanden)
o Dual therapie (alleen met zeer potente en robuuste middelen)
- Undetectable: plasma virale load (hoeveelheid HIV RNA in plasma)
niet/nauwelijks meer aantoonbaar (ook niet meer overdraagbaar)
o U = U: undetectable = untransmittable
- Na integratie gaat bij een deel van de geïnfecteerde cellen de replicatie
niet direct verder:
o Latent geïnfecteerde cellen
o HIV reservoir
- Reactivatie latent geïnfecteerde cellen worden geactiveerd en
replicatie van HIV gaat weer verder
- ART remt replicatie van HIV maar ruimt niet de HIV geïnfecteerde cellen op
- Levenslang ART nodig om replicatie van HIV te blijven onderdrukken
HIV diagnostiek
- HIV indicator aandoening: aandoening waarbij de kans op
onderliggende HIV infectie groter is dan 0,1%
o Opportunistische infecties of infecties op dezelfde manier
overgedragen
- 4 generatie HIV test: combinatietest voor detectie van antistoffen
de
tegen HIV en antigenen van HIV (p24 antigeen)
o p24 antigeen ongeveer 2 weken (95% test positief in 1-8 weken)
o HIV antistoffen ongeveer 3 weken (95% test positief na 4
weken, 99,97% test positief na 3 maanden)
, o Veel goedkoper en vaker beschikbaar dan de HIV PCR
- HIV PCR
o Detectie van HIV RNA in het bloed met PCR
o HIV RNA plasma ongeveer 10 dagen (95% test positief tussen 3
dagen - 6 weken na infectie)
o Deze test wordt vooral gebruikt om de HIV-infectie te monitoren