Samenvatting Levensbeschouwing H2
Wijsgerige Antropologie
2.1 Wie is de mens?
Wijsgerige antropologie houdt zich bezig met de vraag naar de
essentie van de mens, onderzoekt mensbeelden, niet de mens,
mensbeelden
Mensbeeld: denkbeelden, gedachtes of een verzameling van opvattingen
over de mens
Iedereen heeft een bepaald mensbeeld, bewust of onbewust, positief of
negatief
Homo economicus: ‘de economische mens’, mensbeeld dat uit gaat van
het idee dat de mens in essentie een rationeel, efficiënt wezen is dat uit is
op het bevredigen van de eigen behoeftes en dit tegen arbeid (energie)
afweegt. (bijv. Kapitalisme)
Homo faber: ‘de werkende mens’, mensbeeld dat de mens beschrijft als
een wezen met een aangeboren drang om (creatief) te werken en zich
technisch te ontwikkelen. Gericht op het beïnvloeden van eigen
leefomgeving. (bijv. Communisme)
Arbeid is iets creatiefs omdat iedereen hier uiteindelijk bij gebaat is
Homo Homini Lupus: ‘de mens is een wolf voor de ander’, mensbeeld
waarin de mens in essentie een egoïstisch wezen is dat strakke regels
nodig heeft om gewelddadig gedrag de kop in te drukken. De mens is
gericht op eigenbelang, eventueel ten koste van de ander
Homo Ludens: ‘de spelende mens’, mensbeeld waarin de mens is een
spelend wezen is dat spelelementen nodig heeft om zich cultureel te
ontwikkelen. Mensen leren door te spelen.
Vitruviusman van Leonardo da Vinci: symbool van het humanisme.
Het schetst de mens symbolisch als het middelpunt van het universum en
bevraagt het mensbeeld.
Menselijke maat:
- letterlijk: juiste afmetingen
- figuurlijk: wat maakt een mens tot een mens
, 2.2 Het christelijke mensbeeld
Mensbeelden zijn bepalend voor hoe we met elkaar omgaan & ze zijn
veranderlijk en verschillen van mens tot mens
Agnost: iemand die niet weet of er een god bestaat
Atheïst: iemand die niet gelooft dat er een god bestaat
Christelijke mensbeeld: God staat centraal. Wij zijn dualistisch: we
hebben een ziel en lichaam.
Ziel = onsterfelijk
= hemels
= goddelijk
Lichaam = sterfelijk
= aards/materialistisch
= zondig (slecht
Christelijke scheppingsverhaal: God heeft de wereld in zes dagen
geschapen, hij kijkt na iedere dag naar zijn creatie en ziet dat het goed is,
op de zesde dag maakt hij de mens en ziet dat het heel goed is, daarna
rust hij op de zevende dag uit
Andere versies:
Genesis 1: De mens is geschapen om zichzelf voortplanten en de mens
moet goed zorgen voor de schepping van God. Ieder mens dat deze
opdracht goed vervult zal na de dood verder leven in de hemel bij God.
Wie zich zondig gedraagt zal na de dood gestraft worden. De mens staat
boven alle dieren
Genesis 2: Er wordt een helper gecreëerd die goed bij de mens past: de
vrouw. De vrouw is ontstaan uit de rib die God bij de mens had
weggenomen.
Genesis 3: De man heerst over de vrouw.
2.3 Het biologische mensbeeld
Charles Darwin dacht dat de mens niet door God is ontstaan maar
geleidelijk aan door evolutie/natuurlijke selectie
In 1835 ontdekte Charles Darwin dat op het ene Galapagoseiland, waar de
‘Darwinvinken’ noten aten, de vinken een botte, brede snavel hadden en
op het andere Galapagoseiland, waar ze insecten aten, ze spitse, puntige
Wijsgerige Antropologie
2.1 Wie is de mens?
Wijsgerige antropologie houdt zich bezig met de vraag naar de
essentie van de mens, onderzoekt mensbeelden, niet de mens,
mensbeelden
Mensbeeld: denkbeelden, gedachtes of een verzameling van opvattingen
over de mens
Iedereen heeft een bepaald mensbeeld, bewust of onbewust, positief of
negatief
Homo economicus: ‘de economische mens’, mensbeeld dat uit gaat van
het idee dat de mens in essentie een rationeel, efficiënt wezen is dat uit is
op het bevredigen van de eigen behoeftes en dit tegen arbeid (energie)
afweegt. (bijv. Kapitalisme)
Homo faber: ‘de werkende mens’, mensbeeld dat de mens beschrijft als
een wezen met een aangeboren drang om (creatief) te werken en zich
technisch te ontwikkelen. Gericht op het beïnvloeden van eigen
leefomgeving. (bijv. Communisme)
Arbeid is iets creatiefs omdat iedereen hier uiteindelijk bij gebaat is
Homo Homini Lupus: ‘de mens is een wolf voor de ander’, mensbeeld
waarin de mens in essentie een egoïstisch wezen is dat strakke regels
nodig heeft om gewelddadig gedrag de kop in te drukken. De mens is
gericht op eigenbelang, eventueel ten koste van de ander
Homo Ludens: ‘de spelende mens’, mensbeeld waarin de mens is een
spelend wezen is dat spelelementen nodig heeft om zich cultureel te
ontwikkelen. Mensen leren door te spelen.
Vitruviusman van Leonardo da Vinci: symbool van het humanisme.
Het schetst de mens symbolisch als het middelpunt van het universum en
bevraagt het mensbeeld.
Menselijke maat:
- letterlijk: juiste afmetingen
- figuurlijk: wat maakt een mens tot een mens
, 2.2 Het christelijke mensbeeld
Mensbeelden zijn bepalend voor hoe we met elkaar omgaan & ze zijn
veranderlijk en verschillen van mens tot mens
Agnost: iemand die niet weet of er een god bestaat
Atheïst: iemand die niet gelooft dat er een god bestaat
Christelijke mensbeeld: God staat centraal. Wij zijn dualistisch: we
hebben een ziel en lichaam.
Ziel = onsterfelijk
= hemels
= goddelijk
Lichaam = sterfelijk
= aards/materialistisch
= zondig (slecht
Christelijke scheppingsverhaal: God heeft de wereld in zes dagen
geschapen, hij kijkt na iedere dag naar zijn creatie en ziet dat het goed is,
op de zesde dag maakt hij de mens en ziet dat het heel goed is, daarna
rust hij op de zevende dag uit
Andere versies:
Genesis 1: De mens is geschapen om zichzelf voortplanten en de mens
moet goed zorgen voor de schepping van God. Ieder mens dat deze
opdracht goed vervult zal na de dood verder leven in de hemel bij God.
Wie zich zondig gedraagt zal na de dood gestraft worden. De mens staat
boven alle dieren
Genesis 2: Er wordt een helper gecreëerd die goed bij de mens past: de
vrouw. De vrouw is ontstaan uit de rib die God bij de mens had
weggenomen.
Genesis 3: De man heerst over de vrouw.
2.3 Het biologische mensbeeld
Charles Darwin dacht dat de mens niet door God is ontstaan maar
geleidelijk aan door evolutie/natuurlijke selectie
In 1835 ontdekte Charles Darwin dat op het ene Galapagoseiland, waar de
‘Darwinvinken’ noten aten, de vinken een botte, brede snavel hadden en
op het andere Galapagoseiland, waar ze insecten aten, ze spitse, puntige