De taak van de orthopedagoog
1. Begrip hebben van ‘Zorg van een goed pedagoog’
2. Je handelen en beslissingen beroepsethisch bepalen en verantwoorden
3. Steun wanneer er eisen of voorwaarden worden gesteld die op gespannen voet staan met de
kwaliteit die de pedagoog wil bieden.
4. Norm waaraan het NVO College van Toezicht en NVO College van Beroep het handelen van
pedagogen toetst als een cliënt, een belanghebbende of een beroepsgenoot een klacht indient.
NVO beroepscode
Verantwoordelijkheid
- Je bent zelf verantwoordelijk voor je eigen handelen
- Je bent aanspreekbaar op professionele autonomie (ook tuchtrechtelijk)
- Ook in samenwerking met andere professionals
- Hangt samen met functie en taken
- Als je ondertekend, dan ben je ook verantwoordelijk voor de inhoud. In opleiding →
afhankelijk van ervaring
Bevoegdheid
- Er zijn bepaalde handelingen die alleen mensen met bepaalde expertise mogen uitoefenen.
➢ Bijvoorbeeld het opstellen van een behandeling,
➢ of een verwijzing opstellen,
➢ De eindregie op een diagnostiekbrief
➢ of het afgeven van een instemmingsverklaring gesloten jeugdzorg
Bekwaamheid
- Een professional beschikt over voldoende kennis en kunde om werkzaamheden in een
concrete situatie adequaat uit te kunnen voeren.”
- Handel altijd binnen de grenzen van je bekwaamheid!
- Aantonen in kwaliteitsregisters via (her)registratie
De taak van de orthopedagoog
- De orthopedagoog wordt als opvoeddeskundige en gedragsdeskundige aangewezen
- Bevindingen van betrokken specialisten coordineren, terugbrengen naar dit specifieke kind in
deze specifieke problematische opvoedingssituatie en dit verwerken → het moetkunnen
worden toegepast in het gewone leven; “herstel van het gewone leven”
- Tegemoetkomen aan de basisbehoeften van ieder mens:
➢ Relatie
➢ Competentie
➢ Autonomie
➢ Echtheid/betekenisvolheid
Altijd passend bij de ontwikkelingsfase van kinderen!!!
,Positieve grondhouding
- Je krijgt pas respect, als je het zelf geeft → toon belangstelling en oprechte interesse in de
ander
- Kinderen en ouders als deskundigen zien → zij weten het beste hoe een kind zich voelt en
hoe de kind de situatie ervaart. Je moet als pedagoog naast de client gaan staan.
- Geef zelf het goede voorbeeld!
➢ Kom optijd en houdt je aan de regels!
➢ Laat zien dat als je een fout maakt, dat het menselijk is
➢ Laat weten dat als er ruzie is, dat je dat kan oplossen
➢ Laat zien dat als er emoties mogen zijn, en dat die gereguleert kunnen worden
➢ Modellen dat ‘agree to disagree’ kan en mag bestaan
- Kijk “achter het gedrag”
➢ Moeilijk gedrag is de beste optie op dat moment voor het kind
➢ Moeilijk gedrag is voor het kind een communicatiemiddel om verborgen gevoelens te
ventileren
➢ Je gaat uit van onmacht bij kinderen in plaats van onwil
Goede instructie en oefening (groeps- en klassenmanagement)
- Herhaal, blijf herhalen!!!
- Maak het zo kort mogelijk
- Help met tijd en planning (timer, stukjes opbreken, structuur aanbrengen)
- Herhaal
- Toepasbaarheid → intrinsieke motivatie
- Zone van naaste ontwikkeling
- Maak voorspelbaar
- Herhaal
- Maak visueel
Piramide van Maslow
- Als er niet aan de basisbehoeften wordt voldaan, dan is het moeilijk om het kind te helpen
➢ Lichamelijk
➢ Veiligheid
➢ Sociaal
➢ Waardering en erkenning
➢ zelfontplooiing
Relatie en interactie
- Vertrouwensband en oprechte interesse, onvoorwaardelijke acceptatie
- Oog voor positieve kanten
- • Duidelijke communicatie over wat jij zelf ziet en voelt
- • Growth vs fixed mindset → het is belangrijk dat je niet alleen op het resultaat focust, maar
juist focust op het proces
- • Toegeven verlegt grenzen → als je lief bent, dan komt dat vaak ten goede de relatie, maar
dat maakt ook dat de grenzen worden verlegt. Hou de grenzen stevig vast bij kinderen die
moeit hebben met vasthouden aan de grenzen
- • Liever vragen dan vertellen
, - “Klopt het dat…”
- “Sommige jongeren… hoe zit dat bij jou?”
- “Ik zie dat je… klopt dat?”
- “Ik zou me … voelen als ik dat zou meemaken. Hoe is dat voor jou?”
• Non-verbaal contact → wees daar bewust van, want als je niks zegt, dan kan je
gezichtsuitdrukking je verraden
Overstijgende vaardighede (meso/macroniveau)
- Meerzijdige partijdigheid → het gaat om het kind, maar niemand mag zich ongehoord
voelen! Dus zorg ervoor dat je niemand achterstelt
- Werksfeer en teamgeest ‘leren van elkaar’
- Goed taalbeleid (bv visuele ondersteuning, tolk)
Begeleiding in het algemeen: basisvoorwaarden
EERST
- Is het gewone, alledaagse wel in orde?
- Is er iemand helemaal voor dit kind?
➢ De piramide van maslow is echt belangrijk in deze context
DAARNA
- Waar zit bij dit kind het tekort aan eigen sturend, probleemoplossend vermogen?
- Waar komt dat door? (bijv. Negatieve invloeden van buitenaf,
informatieverwerkingsproblemen etc.)-
➢ Aanleg, omgeving of de wisselwerking tussen beide?
➢ Vaak vanuit diagnostiek (deels) bekend
Begeleiding
In de basis:
- Structuur bieden (evenwicht vinden tussen grenzen stellen en ruimte geven)
- Talenten en positieve factoren bekrachtigen
- Omgeving aanpassen: samen zoeken naar een adequaat opvoedingsmilieu, dat uitdaagt en
rekening houdt met gevoeligheden
Begeleiding in het algemeen: basisvoorwaarden
, Omgevingsfactoren
- Spanningen thuis
- Maatschappelijke problemen
- Trauma’s → altijd naar vragen
De omgeving heeft een grote rol in het onstaan en instanhouden van problemen, MAAR ze spelen
ook en rol in het verminderen van de problemen
Broers en zussen zijn ook belangrijk om die te betrekken en kunne steun bieden aan het kind, dus die
wil je ook zoveel meenemen in de begeleiding en behahandeling
Hoeft niet altijd therapie te zijn → begeleiding en inteventie kan heel laagdremelig zijn!
Theorieën over behandeling
Psycho-educatie → uitleg over de stoornis; niet alleen voor de client, maar ook voor de relevante
betrokkenen. Dit is altijd onderdeel van een behandeling en daar begin je meestal dan ook mee.
- Inzichtgevende psychodnamische benadeing
- Cognitief-gedragstherapeutische benadring
- Experientele, ervaringsgerichte benadering
- Systeemtheoretische benadering
- Neurobiologische benadering
Inzichtgevende psychodynamesche benadering
- De mens als subject → dus je gaat heel erg onderzoeken waarom bepaald gedrag er is
- Problemen zijn alleen oplosbaar in een vertrouwensrelatie met de ander → de therapeut
heeft dus een hele belangrijke rol
- Samen de betekenis van de problemen uitzoeken
- Je hebt veel oog voor de binnenwereld van het kind → het onbewsut
- Welke opvoedingvraag stelt het kind (vaak nonverbaal) via zijn gedragsproblemen? Waar
moet op worden gehandeld?
- Affectief, cognitief, conatief
Cognitief-gedragstherapeutische beandering
Gedragsbenadering
- Sociale leertheorie → gedrag onstaat door de omgeving,en kan worden afegzwakt door de
omgeving
- Tegenwoordig wordt dat heel veel gedaan → ABC schema; hierbij ga je kijken waarom vind
bepaald gedrag voor in een context?
- Wat zijn stimulatoren of voorspellers?
- Gedragstherapie wordt ook gebruikt bij exposure bij angst, dwang en PTSS. Je zet iemand in
de situatie om te onderzoeken hoe het gedrag onstaat.