Doel= je mental map van Zuid-Amerika te verbeteren, het stereotiepe
beeld aan te passen en zo een geografisch beeld van dit continent op te
bouwen.
Regionale beeldvorming
- Stereotiep beeld: een algemeen karakterisering van een gebied
of een groep mensen dat niet geheel met de werkelijkheid
overeenkomt.
- Stereotiepe beelden veroorzaken op alle dimensies verstoring
van de werkelijkheid:
Natuurlijke dimensie: landschap
Economische dimensie: ongelijkheid
- Perceptie: de manier waarop je iets waarneemt en ervaart.
Zoals hoe een boer en een Original kijken naar het
regenwoud.
- Mental Map: Het ruimtelijk beeld dat een persoon van een
bepaald gebied in zijn geheugen heeft opgeslagen.
- Geografisch beeld: beeld van een gebied op basis van
controleerbare informatie over de ligging van het gebied, de
ruimtelijke kenmerken ervan en de samenhang daartussen.
Bijvoorbeeld het fysische milieu, de inrichting van de ruimte
en de bevolkingskenmerken.
Beslissingen gebaseerd op juiste geografische beelden
pakken in het algemeen beter uit dan beslissingen op
basis van stereotiepe beelden.
4.2 Culturele diversiteit en samenleving
- Zuid-Amerika heeft veel verschillende bevolkingsgroepen, door
kolonisaties, vruchtbare grond en een goede plek voor huisvesting.
- De etnische diversiteit nam toe doordat bevolkingsgroepen
onderling gemengd worden.
- Culturele diversiteit: verschillende bevolkingsgroepen die zich
onderscheiden van cultuur.
Dit zie je bijvoorbeeld aan de verschillende talen die
gesproken worden en religie.
- Etniciteit: Afkomst gelet op sociaal-culturele kenmerken zoals taal,
religie en tradities.
- De grote sociale ongelijkheid, die kenmerkend is voor Zuid-Amerika,
heeft dan ook met de etnische achtergrond te maken.
(Hoe donkerder de huidskleur hoe lager de stand.)
- De informele sector is waar de lage standen vaak alleen werk
kunnen vinden. Gevolg van dit alles is dat de sociale mobiliteit van
hen beperkt is.
1
, - Koloniale tijdlijn:
Spanjaarden en Portugezen komen voor het eerst op
Zuid-Amerika.
Er ontstond een zoektocht naar kostbare grondstoffen.
In toenemende mate werden handelsgewassen
verbouwd.
Arbeidskrachten werden uit Afrika gehaald.
Europese immigranten trokken naar landbouwgebieden
in Zuid-Amerika.
Voor het werk op plantages werden contactarbeiders uit
Chinese en Indiase landen.
Japanners trokken naar Zuid-Amerika vanwege slechte
leefomstandigheden in hun eigen land.
4.3 Bevolking: spreiding en groei
- Bevolkingsspreiding (= De wijze waarop de bevolking verspreid is
over een bepaald gebied)
- Draagkracht (= bij gunstige omstandigheden heeft een gebied een
hogere draagkracht, meer mensen kunnen daar een bestaan
opbouwen, De bevolkingsdruk (=mensen tussen 0-18 en 65+.) is
dan laag.)
- Hoe ontwikkelde de bevolkingsspreiding in Zuid-Amerika?
- Bewoners van het Amazoneregenwoud woonde vooral langs
de rivieren, voor water en vis.
- In de Andes concentreerden de eerste bewoners zich vooral
in de hogere delen voor een gematigd bergklimaat waar
gewassen zoals aardappelen en gerst goed verbouwd konden
worden.
- Europese kolonisten vestigden zich vooral in de lagere delen
voor het verbouwen van koffie, cacao en suikerriet.
- Niet alleen natuurlijke omstandigheden zijn belangrijk voor de
bevolkingsspreiding, want voor de handel ect. Is de
bereikbaarheid met andere landen belangrijk. Vandaar dat de
bevolkingsdichtheid langs de kustzone en rivierendelta’s groot is
vanwege het koloniale verleden.
- Bevolkingsgroei
De ontwikkeling van natuurlijke bevolkingsgroei kun je
aflezen in het demografisch transitiemodel. Je kunt er de
overgang volgen van een hoog geboorte- en sterftecijfer
naar een lage.
De afgelopen 50 jaar is het geboortecijfer in bijna alle
landen gedaald, nu zitten de meeste landen in fase 4. De
vruchtbaarheid is amper hoger als in westerse landen, wel
2