BELONEN MET EIGENVERMOGENSINSTRUMENTEN ..................................................................................... 2
FINANCIEEL INSTRUMENT............................................................................................................................................ 2
Definitie ........................................................................................................................................................... 2
Primaire en afgeleide financiële instrumenten ............................................................................................... 2
Soorten opties ................................................................................................................................................. 2
Eigenvermogensinstrument ............................................................................................................................ 3
BELONEN MET AANDELEN, AANDELENOPTIES EN VERGELIJKBARE RECHTEN ........................................................................... 3
Aandelen als arbeidsbeloning ......................................................................................................................... 3
Aandelen in concernmaatschappij .................................................................................................................. 4
Aandelenoptie als arbeidsbeloning ................................................................................................................. 4
Stock Appreciation Right (SAR) als arbeidsbeloning ....................................................................................... 5
Aandelen als beloning voor vermogensverschaffers ...................................................................................... 6
Converteerbare obligaties ............................................................................................................................... 7
Converteerbare obligatie met kasgeldafwikkeling ......................................................................................... 7
RISICO-OVERDRACHT MET FINANCIËLE INSTRUMENTEN .............................................................................. 8
TYPOLOGIE OPTIE ...................................................................................................................................................... 8
DEELNEMINGSVRIJSTELLING ........................................................................................................................................ 8
Reikwijdte deelnemingsvrijstelling.................................................................................................................. 9
BEDRIJFSFUSIE / SPLITSING........................................................................................................................................ 10
FISCALE EENHEID..................................................................................................................................................... 10
VERLIESVERREKENING .............................................................................................................................................. 10
, Belonen met eigenvermogensinstrumenten
Financieel instrument
Definitie
De definitie van een financieel instrument is niet te vinden in de Wet op de vennootschapsbelasting.
In de Wet op het financieel toezicht staat wel een opsomming gegeven van financiële instrumenten.
Een omschrijving van een financieel instrument is wel gegeven in de richtlijnen voor de jaarrekening.
Hierin staat dat een financieel instrument een overeenkomst is die leidt tot een financieel actief van
een partij en een financiële verplichting of eigenvermogensinstrument van een andere partij.
Een financieel actief is een bezitting die iets te maken heeft met geld. Het is een vermogensrecht. Een
onroerende zaak is dus geen financieel instrument. Bij de andere partij staat er een financiële
verplichting of een eigenvermogensinstrument tegenover. Een obligatie is bij de houder een financieel
actief en bij degene met de verplichting een financiële verplichting. Gaat het om een aandeel, dan is
dat ook een financieel actief, maar bij de ander is het een eigenvermogensinstrument.
Primaire en afgeleide financiële instrumenten
In de richtlijnen voor de jaarrekening wordt een onderscheid gemaakt tussen primaire financiële
instrumenten en afgeleide financiële instrumenten (derivaten).
Voorbeelden van primaire financiële instrumenten zijn obligaties, aandelen en winstrechten. De
waarde van primaire financiële instrumenten is niet afhankelijk van andere financiële instrumenten.
Voorbeelden van afgeleide financiële instrumenten zijn opties en converteerbare obligaties. Een
afgeleid financieel instrument (derivaat) heeft een aantal kenmerken:
• De waarde verandert als gevolg van een verandering van de onderliggende waarde stel je
hebt een kooprecht op een aandeel Unilever (calloptie). De calloptie kan in waarde stijgen of
dalen en dat is afhankelijk van wat er gebeurt met het aandeel Unilever.
• Geen of kleine aanvangsinvestering er hoeft maar een klein bedrag betaald te worden om
een derivaat te bemachtigen.
• Afwikkeling in de toekomst een derivaat heeft een bepaalde looptijd. Een aandeel heeft
juist een onbeperkte looptijd.
Soorten opties
We kennen twee soorten opties: callopties (kooprechten) en putopties (verkooprechten). Als er een
transactie plaatsvindt waarbij iemand iets koopt en een ander iets verkoopt, kan het nooit zo zijn dat
de één een calloptie koopt en de ander een putoptie koopt. Als iemand een calloptie koopt, verkoopt
iemand anders zijn calloptie. De één krijgt een aankooprecht en de ander een verkoopplicht. Bij een
putoptie krijgt iemand een verkooprecht en de ander een aankoopplicht.
Het aankooprecht bij een calloptie en het verkooprecht bij een putoptie brengt een longpositie met
zich mee een bezit. De verkoopplicht bij een calloptie en de aankoopplicht bij een putoptie brengt
een shortpositie met zich mee. Het verkopen van een calloptie wordt ook wel het ‘schrijven van een
optie’ genoemd. Degene die een calloptie schrijft verplicht zich om aandelen te verkopen en krijgt
daarvoor een vergoeding. Iemand die een putoptie schrijft verplicht zich om aandelen te kopen krijgt
daarvoor een vergoeding. Deze vergoeding is de optiepremie.
Een kleine waardeverandering van een primair financieel instrument, kan leiden tot een grote
waardeverandering van een afgeleid financieel instrument (derivaat).
2