Family Business & Governace
Week 1
Familiebedrijf =
• Gedrag à hechte cultuur, veel betrokkenheid, lange termijn denken
o Van genera7e naar genera7e
§ Onderlinge strijd kan ontstaan
• Onderneming gerund door familieleden à minimaal 1 familielid in bestuur
o Zeggenschap/familie beslist
• Eigendom bij familie à beursgenoteerd minimaal 25% en anders gewoon merendeel dus 51%
*Driecirkelmodel à belangrijk
*Bedrijf à winstgevendheid en efficiën7e/produc7viteit
*Eigenaar à waardevermeerdering en winst
*Familiewaarden/belangen à harmonie, gelijkheid en eenheid
*Je wilt rela7econflicten voorkomen
• Je moet weten wat voor type conflict iets is (dit ivm zoeken oplossingen)
• Tentamen is een casus! Je moet een advies geven aan de familie.
STAK
• Eigenlijk: Werk je aan het bedrijf en niet IN het bedrijf
• Hier vindt je mensen die zich gedragen als eigenaar
Emo=onele betrokkenheid: je hebt het gevoel dat je het bedrijf moet overnemen vanwege (autonomie houd je
buiten de keuze van de opvolger).
Week 5
- Opbouw tentamen à 2 uur; 8 vragen evt. plus A en B.
- 1e gedeelte:
o Kennisvragen
o Toepassing = stellingen (onderbouwen goed of fout is)
§ Deze kan ook nog voorbijkomen bij de casus, link leggen met casus.
- 2e gedeelte: de casus
o Analysevragen = Case = oefententamen (3-cirkelmodel is belangrijk!)
o Synthesevraag = advies opstellen met informa7e uit de analysevragen
§ Meeste punten
§ Adhv kernprobleem, advies opstellen: realis7sch, haalbaar, urgentste probleem en
onderbouwd is.
2 manieren voorkomen versnipperen van eigendom
, o STAK (geconcentreerde eigendom?)
o Snoeien van de familieboom (takken afsnijden, andere kinderen onterven)
Eerlijk proces:
• Nooit eigenlijk een gewenste uitkomt
• Eenheid, harmonie en bedrijfsvoortzebng
• Ook al is de uitkomst scheef, dat iedereen met goed gevoel terug kan kijken
o Betrekken (engagement)
o Wie neemt de beslissingen
o Verwach7ngen duidelijk zijn wat er van een opvolger verwacht wordt en daar moeten ook
afspraken over gemaakt worden.
• Uitkomst eigenlijk al7jd oneerlijk. Om ervoor te zorgen dat iedereen tevreden, is ga je werken aan dat
eerlijk proces.
Drie-kamer model à bij de kleineren bedrijven
• Waarom analyseren: waar staat iedereen binnen het bedrijf?
• Wat voor func7e heed iedereen kamer binnen het bedrijf
• Waarom dit handig: Governance instrument, voorkomen onderlinge conflicten (familieproblemen
buiten het bedrijf houden), belangen beschermen
o Pefenprobleem: DGA die verschillende rollen heed
o Bewaken van de grenzen:
Vier-kamer model à vaak bij grotere bedrijven
Verschil: vier- en driekamermodel:
• RvA en RvC
o RvC:
§ Min. 100 medewerkers
§ Bepaalde omvang (16 miljoen omzet)
§ In familiebedrijf is vaak de eigenaar de persoon met laatste woord, bij groter bedrijf
heb je er nog een RvC tussen zifen.
Eigenarenplan
• Waar begin je mee (4 onderwerpen):
1. Eigenarenvisie
§ Doel
§ Eigendomsstructuur
§ Groei of controle?
, 2. Besluitvorming
3. Communiceren
4. Eigendomsoverdracht
§ Hoe je overdraagt
§ Welke keuzes zijn er dan: 1) verkopen, 2)… en 3)… (er zijn er nog 2)
§ Koude kant wordt vaak uitgesloten van een familiebedrijf
• Koude partners: uitslui7ng wordt vaak geëist, onder voorwaarde trouwen, als
partner belangrijke afspraken maken over in wat jij geïnvesteerd hebt à
verrekening bij scheiding
• Driehoek: groei, liquiditeit en controle
1. Je kan er 2 kiezen en de ander gaat verloren
§ Groei en liquiditeit: heb je minder controle
Week 6
• Roots je zet ze vast in familiebedrijf.
• Wings is dat kinderen niet per se worden betrokken bij familiebedrijf en daar wat vrijer in zijn.
• Roots- en wingsparadox:
§ Met roots dat kinderen hun horizon niet verbreden. Risico is dat kinderen beklemd
voelen.
§ Bij wings is het risico dat ze zich te vrij voelen en wellicht het bedrijf niet over willen
nemen. Wings gaat dus over het verbreden van je horizon.
• Familie business goverance = zijn alle kamers
• Familiale governance = alleen gericht op familiekamer. Bijvoorbeeld familiestatuut of familieraad.
o Inrich7ng betrokkenheid familieleden
4kamermodel: familiekamer: familiestatuut (leg je ieder jaar vast), familieberaad
Emo=onele betrokkenheid: Je bent ermee opgeroeid
• Bij emo=onele betrokkenheid doorloop je drie fasen (casus Molencaten)
1. Iden=ty
§ Achternaam op de gevel, als tweede genera7e bedrijf verder helpen
2. Ownership
§ Als eigenaar gaat voelen; wat betekent het om eigenaar te zijn. Eigenarenplan.
Rechten en plichten eigenaar (kinderen moeten snappen wat dat betekent). Wat
betekent het dat mijn ouders eigenaar zijn.
3. Career
§ Wat kan je en wat wil je. Welke baan past het beste bij je? Kan deze baan in het bedrijf
of zou je dit kunnen creëren? Bedrijf omvormen dat het past bij de kinderen. Kind is
innova7ef: dus bedrijf meer innova7ef maken.
Week 1
Familiebedrijf =
• Gedrag à hechte cultuur, veel betrokkenheid, lange termijn denken
o Van genera7e naar genera7e
§ Onderlinge strijd kan ontstaan
• Onderneming gerund door familieleden à minimaal 1 familielid in bestuur
o Zeggenschap/familie beslist
• Eigendom bij familie à beursgenoteerd minimaal 25% en anders gewoon merendeel dus 51%
*Driecirkelmodel à belangrijk
*Bedrijf à winstgevendheid en efficiën7e/produc7viteit
*Eigenaar à waardevermeerdering en winst
*Familiewaarden/belangen à harmonie, gelijkheid en eenheid
*Je wilt rela7econflicten voorkomen
• Je moet weten wat voor type conflict iets is (dit ivm zoeken oplossingen)
• Tentamen is een casus! Je moet een advies geven aan de familie.
STAK
• Eigenlijk: Werk je aan het bedrijf en niet IN het bedrijf
• Hier vindt je mensen die zich gedragen als eigenaar
Emo=onele betrokkenheid: je hebt het gevoel dat je het bedrijf moet overnemen vanwege (autonomie houd je
buiten de keuze van de opvolger).
Week 5
- Opbouw tentamen à 2 uur; 8 vragen evt. plus A en B.
- 1e gedeelte:
o Kennisvragen
o Toepassing = stellingen (onderbouwen goed of fout is)
§ Deze kan ook nog voorbijkomen bij de casus, link leggen met casus.
- 2e gedeelte: de casus
o Analysevragen = Case = oefententamen (3-cirkelmodel is belangrijk!)
o Synthesevraag = advies opstellen met informa7e uit de analysevragen
§ Meeste punten
§ Adhv kernprobleem, advies opstellen: realis7sch, haalbaar, urgentste probleem en
onderbouwd is.
2 manieren voorkomen versnipperen van eigendom
, o STAK (geconcentreerde eigendom?)
o Snoeien van de familieboom (takken afsnijden, andere kinderen onterven)
Eerlijk proces:
• Nooit eigenlijk een gewenste uitkomt
• Eenheid, harmonie en bedrijfsvoortzebng
• Ook al is de uitkomst scheef, dat iedereen met goed gevoel terug kan kijken
o Betrekken (engagement)
o Wie neemt de beslissingen
o Verwach7ngen duidelijk zijn wat er van een opvolger verwacht wordt en daar moeten ook
afspraken over gemaakt worden.
• Uitkomst eigenlijk al7jd oneerlijk. Om ervoor te zorgen dat iedereen tevreden, is ga je werken aan dat
eerlijk proces.
Drie-kamer model à bij de kleineren bedrijven
• Waarom analyseren: waar staat iedereen binnen het bedrijf?
• Wat voor func7e heed iedereen kamer binnen het bedrijf
• Waarom dit handig: Governance instrument, voorkomen onderlinge conflicten (familieproblemen
buiten het bedrijf houden), belangen beschermen
o Pefenprobleem: DGA die verschillende rollen heed
o Bewaken van de grenzen:
Vier-kamer model à vaak bij grotere bedrijven
Verschil: vier- en driekamermodel:
• RvA en RvC
o RvC:
§ Min. 100 medewerkers
§ Bepaalde omvang (16 miljoen omzet)
§ In familiebedrijf is vaak de eigenaar de persoon met laatste woord, bij groter bedrijf
heb je er nog een RvC tussen zifen.
Eigenarenplan
• Waar begin je mee (4 onderwerpen):
1. Eigenarenvisie
§ Doel
§ Eigendomsstructuur
§ Groei of controle?
, 2. Besluitvorming
3. Communiceren
4. Eigendomsoverdracht
§ Hoe je overdraagt
§ Welke keuzes zijn er dan: 1) verkopen, 2)… en 3)… (er zijn er nog 2)
§ Koude kant wordt vaak uitgesloten van een familiebedrijf
• Koude partners: uitslui7ng wordt vaak geëist, onder voorwaarde trouwen, als
partner belangrijke afspraken maken over in wat jij geïnvesteerd hebt à
verrekening bij scheiding
• Driehoek: groei, liquiditeit en controle
1. Je kan er 2 kiezen en de ander gaat verloren
§ Groei en liquiditeit: heb je minder controle
Week 6
• Roots je zet ze vast in familiebedrijf.
• Wings is dat kinderen niet per se worden betrokken bij familiebedrijf en daar wat vrijer in zijn.
• Roots- en wingsparadox:
§ Met roots dat kinderen hun horizon niet verbreden. Risico is dat kinderen beklemd
voelen.
§ Bij wings is het risico dat ze zich te vrij voelen en wellicht het bedrijf niet over willen
nemen. Wings gaat dus over het verbreden van je horizon.
• Familie business goverance = zijn alle kamers
• Familiale governance = alleen gericht op familiekamer. Bijvoorbeeld familiestatuut of familieraad.
o Inrich7ng betrokkenheid familieleden
4kamermodel: familiekamer: familiestatuut (leg je ieder jaar vast), familieberaad
Emo=onele betrokkenheid: Je bent ermee opgeroeid
• Bij emo=onele betrokkenheid doorloop je drie fasen (casus Molencaten)
1. Iden=ty
§ Achternaam op de gevel, als tweede genera7e bedrijf verder helpen
2. Ownership
§ Als eigenaar gaat voelen; wat betekent het om eigenaar te zijn. Eigenarenplan.
Rechten en plichten eigenaar (kinderen moeten snappen wat dat betekent). Wat
betekent het dat mijn ouders eigenaar zijn.
3. Career
§ Wat kan je en wat wil je. Welke baan past het beste bij je? Kan deze baan in het bedrijf
of zou je dit kunnen creëren? Bedrijf omvormen dat het past bij de kinderen. Kind is
innova7ef: dus bedrijf meer innova7ef maken.