Utrecht
Uitgebreid aantekeningen en extra uitleg HOORCOLLEGES
2
,Inhoud
Correlationeel........................................................................................................ 4
Correlationeel hoorcollege 1.................................................................................. 4
Correlationeel hoorcollege 2............................................................................... 9
Correlationeel hoorcollege 3............................................................................. 17
Correlationeel hoorcollege 4............................................................................. 26
Correlationeel responsiecollege........................................................................34
Experimenteel...................................................................................................... 41
Experimenteel hoorcollege 1............................................................................41
Experimenteel hoorcollege 2............................................................................47
Experimenteel hoorcollege 3............................................................................56
Experimenteel hoorcollege 4............................................................................66
Experimenteel responsiecollege.......................................................................74
Kwalitatief............................................................................................................ 79
Kwalitatief hoorcollege 1..................................................................................79
Kwalitatief hoorcollege 2..................................................................................91
Kwalitatief hoorcollege 3................................................................................102
Kwalitatief hoorcollege 4................................................................................113
3
,Correlationeel
Correlationeel hoorcollege 1
Experimenteel is manipuleren, correlationeel is een vraag over de wereld.
- Voorbeelden correlationeel onderzoek: klanttevredenheid,
welbevinden, politiek, overheidsstatistieken.
Hoe ontstaat data:
Toevallig : geen primair doel maar komt er bij -> organisch
Doelgericht: onderzoek doen ernaar -> ontworpen/ designed
4
, - Aspirational: social media, geen doel om data te creëren. Je deelt
iets met wereld en daarom data openbaar beschikbaar.
- Transactional: betalingsverkeer, alles wordt digitaal vastgelegd. Dit
wordt niet bedoelt vastgelegd maar automatisch verzameld.
Vooral kijken nu naar survey data (vragenlijstdata)
We ontwerpen een onderzoek en verzamelen gegevens om:
- De sociale werkelijkheid te beschrijven (Bijv. religie in Nederland)
- (causale) relaties bestuderen (bijv. wat is het effect van religie op
welzijn), kijken of er verband is
- Te generaliseren naar de doelpopulatie
Statistiek gebruiken we omdat we kleine deel van steekproef willen
toepassen op hele populatie
Inferentiele doelen:
- Beschrijven
- Causaliteit (oorzaak gezocht)
- Voorspellen (bijv. politieke metingen)
Soorten surveys
Face-to-face (CAPI)
Wel gesloten vragen, niet veel gebruikt is duur als je veel mensen
wilt ondervragen. Ouderen of kinderen die niet zelf kunnen invullen
Post
Gebeurd weinig, soms gemeentes die vragenlijsten opsturen
Telefoon (CATI)
Internet
Via email
Mixed- mode
Mixed-mode designs
5
, - Manieren combineren, nadelen ene manier worden ondervangen
door andere manier
Lost enkele van problemen op met bepaalde soorten enquêtes
- Lage response rate
- Grote invloed van de interviewer
- Kosten
- Etc.
Soorten
Een type voor sommige respondenten, een andere type voor
anderen
- Bijv. online enquête met papieren vragenlijst (per post) voor mensen
zonder internet
Een type voor werving, een andere voor afname van de enquête
- Bijv. uitnodiging per post voor een online enquête
Een type voor gegevensverzameling, een andere voor
herinneringen, follow-up
- Bijv. telefonische herinneringen voor een online enquête.
Een type voor het hoofdgedeelte, een andere voor vragen over een
gevoelig onderwerp
- Bijv. telefoon en daarna online invullen. Kan over seksualiteit,
politiek gaan en zo eerlijkere antwoorden verzamelen.
Verschillen tussen typen surveys
Mate van betrokkenheid van de interviewer (bijv. seksualiteit)
Mate van interactie met de respondent (wel bijv. vragen uitleggen
bij onduidelijkheden)
Mate van privacy
Communicatiemogelijkheden
- Visueel (filmpje, kan bijv. niet op papier)
- Auditief
Gebruik technologie
panelonderzoek vs. Herhaald cross- sectioneel onderzoek
6
, - leereffecten: steeds zelfde invullen, niet bewust, ‘vul maar weer
hetzelfde in weet niet meer’
Data
Theoretisch begrip
Conceptuele definitie (wat willen we precies meten)
Operationele definitie (hoe gaan we dit meten?)
Variabele
Likert- schaal van 4-6 beter omdat je dan geen midden (neutraal) kan
kiezen.
1 score, variabele aangeven
1. Itemscores bij elkaar op tellen
Waarom onhandig itemscores optellen?
- Iemand heeft niet alle itemscores ingevuld, vergeten of
ongemakkelijk.
Hoe wel met missende waarden omgaan?
2. Bereken het gemiddelde van de itemscores
3. (Gewogen gemiddelde van itemscores)
Let op!
- Soms een vraag omgekeerd geformuleerd wat voorkomt dat
mensen gewoon klakkeloos invullen. Waarbij hoog is ‘weinig last’
van gevraagde aspect, i.p.v. ‘veel last’ van gevraagde aspect. Dit
verstoord het gemiddelde.
Omgekeerd geformuleerde items moeten daarom omgekeerd
worden gecodeerd
- Hercoderen
- Ompolen
1 -> 4
2 -> 3
7