Social Work: Periode 1
Overzicht van de stoornissen
Hier heb ik alle stoornissen (per hoorcollege) kort samengevat
+ korte samenvatting van het artikel: herstelgerichte zorg.
© Angie Edwards
,Hoorcollege 1: Afwijkend gedrag
Criteria voor abnormaliteit:
1. Uitzonderlijk: relatieve maatstaf, die aanduidt dat gedrag zelden voorkomt. Dat is op zich niet
voldoende om abnormaliteit aan te duiden
2. Sociaal afwijkend: gedrag dat afwijkt van de geldende sociale normen kan wijzen op
abnormaliteit. Cultuur- en tijdsspecifiek.
3. Foute perceptie of interpretatie van de realiteit: perceptie die geen realistische representatie
van de werkelijkheid lijkt te zijn. Dingen waarnemen die anderen niet waarnemen is daar een
indicatie van.
4. Aanzienlijk emotioneel lijden van de persoon: persoonlijk lijden als gevolg van problematische
emoties als angst en depressie kan afwijkend zijn. Ook afwezigheid van adequate emoties kan
onderdeel zijn.
5. Ongepast of contraproductief gedrag: gedrag dat geen bevreding, maar onprettige gevoelens
oproept, wordt gezien als afwijkend. Ook gedrag dat persoon beperkt in functioneren,
bijvoorbeeld vermijden van bepaalde situaties, kan hiertoe gerekend worden.
6. Gevaar: gedrag dat gevaar oplevert voor betrokkene of anderen.
N.B.: ‘Normaal’ gedrag is zeer context- en cultuurspecifiek.
(Mogelijke) behandelingen:
• Gedragstherapie
o Systematische desensitisatie.
o Exposure in vivo (geleidelijke blootstelling).
o Modeling.
o Token Economy.
• Cognitieve Therapie
o Rationeel Emotieve Therapie
o Cognitieve Therapie van Beck
o Cognitieve Gedragstherapie
• Biologisch georiënteerde therapievormen
o Medicatie:
▪ Angstremmers (anxiolytica): bv. de ‘pammetjes’.
▪ Antipsychotica (neuroleptica): typische en atypische. Bv. clozapine (Leponex) of
haloperidol (Haldol).
▪ Antidepressiva: bv. fluoxetine (Prozac) of imipramine (Tofranil).
▪ Stemmingsstabilisatoren: bv. lithium of valproaat (Depakene).
▪ Stimulerende middelen: bv. methylfenidaat (Ritalin).
o Ook: Electro-Convulsieve Therapie, transcraniële magnetische stimulatie, lichttherapie,
Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR).
Hoorcollege 2: Hechtingsstoornis
Gehechtheid
- Affectieve band die iemand tot stand brengt tussen zichzelf en specifieke ander, en die hen
over tijd en ruimte met elkaar verbindt.
- Er zijn 3 typen gehechtheid:
, 1. Veilige gehechtheid
• Ouders moeten sensitief en responsief zijn, en zich continu en regelmatig gedragen
voor een veilige hechting.
o Sensitief: ontvankelijk voor behoeften van het kind.
o Responsief: juist en direct reageren op signalen.
o Continuïteit: gedrag van ouders is voorspelbaar voor het kind.
• Bij een veilige gehechtheid:
o Laten de kinderen zich makkelijk troosten bij terugkeer van verzorger
o En gaan snel weer spelen en exploreren.
• Wijst op een goede balans tussen contact zoeken en zelfstandig op onderzoek
uitgaan.
• Opvoedingsstijl: sensitief en responsief, betrouwbaar en voorspelbaar.
2. Onveilige gehechtheid
• Er zijn 2 subtypen:
a. Vermijdend
- kinderen gaan enthousiast op onderzoek uit en reageren niet op
terugkerende opvoeder. Ogenschijnlijk niet gestrest, maar fysiologisch
weldegelijk.
- Opvoedingsstijl: consequent insensitief. Kind weet dus dat het niet voor
troost bij de opvoeder terecht kan en richt zich op zichzelf en omgeving.
b. Ambivalent of afwerend:
- Kinderen onderzoeken omgeving juist te weinig. Klampen zich vast of
reageren boos bij terugkomst opvoeder. Moeilijk te troosten.
- Opvoedingsstijl: inconsequent. Soms responsief, soms niet. Soms (te)veel
aandacht, soms te weinig. Onvoorspelbaar voor het kind.
3. Gedesorganiseerde of gedesoriënteerde gehechtheid
• Onvoorspelbaar hoe kinderen met dit gehechtheidstype reageren.
• Lijken helemaal geen strategie te hebben.
• Gedrag lijkt doelloos en tegenstrijdig.
• Komt onder ongeveer 15% van alle kinderen voor, maar bij 86% van risicogroepen
(verwaarlozing, misbruik en mishandeling).
• Opvoedingsstijl: onvoorspelbaar en angstaanjagend. Kind weet niet waar het aan toe
is en heeft daar geen oplossing voor.
• Onveilige en gedesorganiseerde gehechtheid is een risicofactor voor toekomstige
psychische stoornissen. Twee specifieke hechtingsstoornissen in DSM-5:
a. Reactieve hechtingsstoornis:
- Kinderen met deze stoornis zijn emotioneel teruggetrokken en wijst troost
af.
- Symptomen op 2-jarige leeftijd:
▪ Gebrek aan sociale of emotionele reacties naar anderen;
▪ Beperkt in positieve gevoelens;
▪ Periodes van onverklaarbare geïrriteerdheid, verdriet of angst in niet-
bedreigende interacties met volwassen opvoeders.
- Symptomen op latere leeftijd:
▪ vaak agressief t.o.v. anderen;
▪ zelfbeschadigend;