Samenvatting Observeren en Rapporteren
Boek: Observeren, registreren, rapporteren en interpreteren
Hoofdstuk 1 t/m 9
Auteur:Petra de Bil
Uitgever:Boom/Nelissen
By Ilse-Marije
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Observeren
Hoofdstuk 2 Waarnemen
Hoofdstuk 3 Betrouwbaarheid en validiteit
Hoofdstuk 4 Registreren
Hoofdstuk 5 Observatiesystemen
Hoofdstuk 6 Van probleem naar onderzoeksvraag
Hoofdstuk 7 Interpreteren
Hoofdstuk 8 Rapporteren
Hoofdstuk 9 Ethische aspecten
,Hoofdstuk 1 Observeren
Observeren is bewust en doelgericht waarnemen. Bewust observeren heeft te maken met het gebruikmaken
van je zintuigen. Je bent je daarbij ook bewust van de beperkingen van deze zintuigen en van de invloed van je
eigen persoon. Doelgericht wil zeggen dat de observatie en duidelijk omschreven doelt dient, waarbij is
afgesproken hoe dat doel te bereiken.
Observeren - bewust en doelgericht waarnemen.
Bewust observeren - hierbij maak je gebruik van je zintuigen.
Observator - degene die observeert
Observant - degene die geobserveerd wordt.
Soorten observaties:
- Gedragsobservatie:
Het observeren van alle gedragingen die een mens laat zien. In dit boek beperken we ons tot
observatie van het gedrag van de mens. Menselijk gedrag is complex, omdat er zo veel gedragingen
tegelijk zijn te observeren.
Een leerling of cliënt loopt, praat en trekt hierbij bepaalde gezichten.
- Systematische observatie:
Systematische observatie is bewust en doelgericht waarnemen, waarbij duidelijk is wie er
geobserveerd gaat worden, waarom, wanneer, hoe lang en op welke gedragingen er gelet gaat
worden. Er is een observatiedoel, er zijn observatievragen geformuleerd en er is bepaald op welke
manier er geobserveerd gaat worden en welke observatieformulieren er worden gebruikt. Deze
gegevens worden vervolgens in een bepaald systeem gezet, waarbij er geturfd of gemeten kan
worden.
Voorbeeld: het turven van het aantal keren dat een jongetje met ADHD van tafel loopt bij het
avondeten.
- Niet systematische observatie:
Er is niet afgesproken wat er geobserveerd gaat worden, er is geen doel aan verbonden.
In het dagelijkse leven nemen we voortdurend waar. In de beroepspraktijk spreken we van dagelijkse
observaties als we het hebben over de gedragingen en gebeurtenissen die we tijdens het werk zien.
De dagelijkse observaties zijn niet-systematisch. Er is niets speciaals afgesproken waarop gelet gaat
worden en er zijn geen observatieformulieren gemaakt. Er zijn geen observatiedoelen of –vragen
geformuleerd. Bij dit soort dagelijkse observaties staat de beleving van de observator centraal en is
daarmee subjectief. Toch valt dit onder de definitie observeren, omdat het in de beroepspraktijk is en
je de observaties met je collega’s zal bespreken.
- Participerende observatie:
De observator neemt deel aan de situatie die hij observeert. De meeste observaties zijn participerend
>> de observator neemt deel aan de observatie. De observator kan invloed uitoefenen op de
gedragingen van de kinderen die hij observeert, door mee te spelen tijdens het observeren. Dit is
tegelijkertijd een beperking van participerend observeren.
Bij participerende observaties kan de onderzoekersrol (observatorrol) verhuld of niet-verhuld zijn.
- Niet participerende observatie:
De observatie neemt zelf niet deel aan de observatie. Dit is bijvoorbeeld als je observeert via een
filmopname of wanneer je van afstand observeert. De observatorrol is meestal dus verhuld.
, - Zelfobservatie:
Wordt ook wel helikopterview genoemd. Jezelf van afstand bekijken en je eigen handelen en gedrag
onder de loep nemen.
Bij zelfobservatie vallen de persoon van de observator en de observant samen. Zoals iedere observator
enige afstand tot de te observeren objecten moet nemen om goed te kunnen waarnemen, zal je bij
zelfobservatie in staat moeten zijn om jezelf van een afstand te bekijken. Dit wordt ook wel
helicopterview genoemd. Allerlei psychologische tests maken hier ook gebruik van.
Om na te gaan of iemand zich depressief, psychotisch of zelfverzekerd voelt, worden schriftelijke
vragen gesteld waarop de leerling of cliënt zelf het antwoord geeft. Dit is ook direct de beperking van
zelfobservatie, want je zult moeten afgaan op het oordeel van de leerling of cliënt zelf en op zijn
vermogen tot zelfreflectie. Voorbeelden van doelgroepen waarbij het vermogen tot zelfreflectie
beperkt is, zijn de verstandelijk beperkten of bewoners van een psychiatrische instelling. Afgaan op het
eigen oordeel van een persoon is altijd minder betrouwbaar.
Verhulde observatorrol: hierbij weet de cliënt niet dat de observator gericht aan het observeren is.
Niet- verhulde observatorrol: Weten de cliënten wel dat de observator gericht aan het observeren is.
Voorbeeld: observator eet mee bij een gezin. Er is verteld dat er wordt gekeken hoe het er aan toe
gaat in dit gezin. Ze weten dat hij komt eten (niet-verhuld) en is aanwezig bij de observatie
(participerend)
Observeren is bewust en doelgericht waarnemen, dit doelgerichte zal dus omschreven moeten worden. Je stelt
jezelf daarbij achtereenvolgens de volgende vragen.
Doelstelling van de observatie:
1. Wat is het doel van de observatie?
Het doel moet van te voren voor iedere observator duidelijk zijn. duidelijk betekent ook eenvoudig:
voor slechts een uitleg vatbaar. Er is daarbij verschil tussen een doelstelling van de observatie en een
doelstelling in de observatie.
o Het doel is eenduidig >> voor 1 uitleg vatbaar
o Er is verschil tussen de doelstelling van de observatie en de doelstelling in de observatie.
Het doel van de observatie wordt ook wel omschreven als de observatievraag of de onderzoeksvraag.
Mogelijke doelstellingen van observaties zijn:
o Nagaan of een leerling genoeg kenmerken van ADHD vertoont om en specialist te raadplegen
o Nagaan of er sprake is van sociale uitsluiting in een brugklas
o Nagaan op welke manie een woede-uitbarsting bij een jongere in een behandeltehuis te
voorkomen is
o Nagaan of een cliënt uit een psychiatrische instelling met ontslag kan
o Nagaan hoe groot het risico op recidive is bij een gedetineerde
De doelstelling van een observatie is dus nog geen vraag. Vragen worden pas geformuleerd bij het
doel in de observatie
2. Wat zijn de observatievragen?
Het doel in de observatie is een observatievraag. Een concrete observatievraag is eenduidig en eindigt
met een vraagteken. Meestal is een observatievraag om te zetten naar deelvragen. Elke deelvraag
geeft voor een deel antwoord op de observatievraag. Wanneer je het observeren gebruikt als
dataverzamelingsmethode in een onderzoek, noem je de observatievraag een onderzoeksvraag.
o Eenduidig en eindigt met een vraagteken.
o Ook wel deelvragen genoemd.
Boek: Observeren, registreren, rapporteren en interpreteren
Hoofdstuk 1 t/m 9
Auteur:Petra de Bil
Uitgever:Boom/Nelissen
By Ilse-Marije
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Observeren
Hoofdstuk 2 Waarnemen
Hoofdstuk 3 Betrouwbaarheid en validiteit
Hoofdstuk 4 Registreren
Hoofdstuk 5 Observatiesystemen
Hoofdstuk 6 Van probleem naar onderzoeksvraag
Hoofdstuk 7 Interpreteren
Hoofdstuk 8 Rapporteren
Hoofdstuk 9 Ethische aspecten
,Hoofdstuk 1 Observeren
Observeren is bewust en doelgericht waarnemen. Bewust observeren heeft te maken met het gebruikmaken
van je zintuigen. Je bent je daarbij ook bewust van de beperkingen van deze zintuigen en van de invloed van je
eigen persoon. Doelgericht wil zeggen dat de observatie en duidelijk omschreven doelt dient, waarbij is
afgesproken hoe dat doel te bereiken.
Observeren - bewust en doelgericht waarnemen.
Bewust observeren - hierbij maak je gebruik van je zintuigen.
Observator - degene die observeert
Observant - degene die geobserveerd wordt.
Soorten observaties:
- Gedragsobservatie:
Het observeren van alle gedragingen die een mens laat zien. In dit boek beperken we ons tot
observatie van het gedrag van de mens. Menselijk gedrag is complex, omdat er zo veel gedragingen
tegelijk zijn te observeren.
Een leerling of cliënt loopt, praat en trekt hierbij bepaalde gezichten.
- Systematische observatie:
Systematische observatie is bewust en doelgericht waarnemen, waarbij duidelijk is wie er
geobserveerd gaat worden, waarom, wanneer, hoe lang en op welke gedragingen er gelet gaat
worden. Er is een observatiedoel, er zijn observatievragen geformuleerd en er is bepaald op welke
manier er geobserveerd gaat worden en welke observatieformulieren er worden gebruikt. Deze
gegevens worden vervolgens in een bepaald systeem gezet, waarbij er geturfd of gemeten kan
worden.
Voorbeeld: het turven van het aantal keren dat een jongetje met ADHD van tafel loopt bij het
avondeten.
- Niet systematische observatie:
Er is niet afgesproken wat er geobserveerd gaat worden, er is geen doel aan verbonden.
In het dagelijkse leven nemen we voortdurend waar. In de beroepspraktijk spreken we van dagelijkse
observaties als we het hebben over de gedragingen en gebeurtenissen die we tijdens het werk zien.
De dagelijkse observaties zijn niet-systematisch. Er is niets speciaals afgesproken waarop gelet gaat
worden en er zijn geen observatieformulieren gemaakt. Er zijn geen observatiedoelen of –vragen
geformuleerd. Bij dit soort dagelijkse observaties staat de beleving van de observator centraal en is
daarmee subjectief. Toch valt dit onder de definitie observeren, omdat het in de beroepspraktijk is en
je de observaties met je collega’s zal bespreken.
- Participerende observatie:
De observator neemt deel aan de situatie die hij observeert. De meeste observaties zijn participerend
>> de observator neemt deel aan de observatie. De observator kan invloed uitoefenen op de
gedragingen van de kinderen die hij observeert, door mee te spelen tijdens het observeren. Dit is
tegelijkertijd een beperking van participerend observeren.
Bij participerende observaties kan de onderzoekersrol (observatorrol) verhuld of niet-verhuld zijn.
- Niet participerende observatie:
De observatie neemt zelf niet deel aan de observatie. Dit is bijvoorbeeld als je observeert via een
filmopname of wanneer je van afstand observeert. De observatorrol is meestal dus verhuld.
, - Zelfobservatie:
Wordt ook wel helikopterview genoemd. Jezelf van afstand bekijken en je eigen handelen en gedrag
onder de loep nemen.
Bij zelfobservatie vallen de persoon van de observator en de observant samen. Zoals iedere observator
enige afstand tot de te observeren objecten moet nemen om goed te kunnen waarnemen, zal je bij
zelfobservatie in staat moeten zijn om jezelf van een afstand te bekijken. Dit wordt ook wel
helicopterview genoemd. Allerlei psychologische tests maken hier ook gebruik van.
Om na te gaan of iemand zich depressief, psychotisch of zelfverzekerd voelt, worden schriftelijke
vragen gesteld waarop de leerling of cliënt zelf het antwoord geeft. Dit is ook direct de beperking van
zelfobservatie, want je zult moeten afgaan op het oordeel van de leerling of cliënt zelf en op zijn
vermogen tot zelfreflectie. Voorbeelden van doelgroepen waarbij het vermogen tot zelfreflectie
beperkt is, zijn de verstandelijk beperkten of bewoners van een psychiatrische instelling. Afgaan op het
eigen oordeel van een persoon is altijd minder betrouwbaar.
Verhulde observatorrol: hierbij weet de cliënt niet dat de observator gericht aan het observeren is.
Niet- verhulde observatorrol: Weten de cliënten wel dat de observator gericht aan het observeren is.
Voorbeeld: observator eet mee bij een gezin. Er is verteld dat er wordt gekeken hoe het er aan toe
gaat in dit gezin. Ze weten dat hij komt eten (niet-verhuld) en is aanwezig bij de observatie
(participerend)
Observeren is bewust en doelgericht waarnemen, dit doelgerichte zal dus omschreven moeten worden. Je stelt
jezelf daarbij achtereenvolgens de volgende vragen.
Doelstelling van de observatie:
1. Wat is het doel van de observatie?
Het doel moet van te voren voor iedere observator duidelijk zijn. duidelijk betekent ook eenvoudig:
voor slechts een uitleg vatbaar. Er is daarbij verschil tussen een doelstelling van de observatie en een
doelstelling in de observatie.
o Het doel is eenduidig >> voor 1 uitleg vatbaar
o Er is verschil tussen de doelstelling van de observatie en de doelstelling in de observatie.
Het doel van de observatie wordt ook wel omschreven als de observatievraag of de onderzoeksvraag.
Mogelijke doelstellingen van observaties zijn:
o Nagaan of een leerling genoeg kenmerken van ADHD vertoont om en specialist te raadplegen
o Nagaan of er sprake is van sociale uitsluiting in een brugklas
o Nagaan op welke manie een woede-uitbarsting bij een jongere in een behandeltehuis te
voorkomen is
o Nagaan of een cliënt uit een psychiatrische instelling met ontslag kan
o Nagaan hoe groot het risico op recidive is bij een gedetineerde
De doelstelling van een observatie is dus nog geen vraag. Vragen worden pas geformuleerd bij het
doel in de observatie
2. Wat zijn de observatievragen?
Het doel in de observatie is een observatievraag. Een concrete observatievraag is eenduidig en eindigt
met een vraagteken. Meestal is een observatievraag om te zetten naar deelvragen. Elke deelvraag
geeft voor een deel antwoord op de observatievraag. Wanneer je het observeren gebruikt als
dataverzamelingsmethode in een onderzoek, noem je de observatievraag een onderzoeksvraag.
o Eenduidig en eindigt met een vraagteken.
o Ook wel deelvragen genoemd.