Samenvatting Culture and Psychology
Vak: Culturele psychologie 2020/2021
Opleiding: Bachelor Psychologie Tilburg University
Referentie: Matsumoto, D., & Juang, L. (2016). Culture and Psychology (6de ed.).
Cengage Learning.
Hoofdstuk 1
Introductie
De wereld blijft steeds veranderen, waaronder in culturele diversiteit. Hierdoor is de
culturele psychologie ontstaan die onderzoek doet naar de culturele grondslagen van
psychologische processen en menselijk gedrag. Het veld van de psychologie heeft
twee hoofddoelen. Het eerste is om kennis over mensen op te bouwen en het
tweede is om die kennis toe te passen op mensen om hun levens te verbeteren.
Deze kennis wordt vergaard door wetenschappelijk onderzoek uit te voeren, alleen
wordt het meeste onderzoek in Amerika uitgevoerd met Amerikaanse psychologie
studenten als participanten. Aangezien Amerikaanse mensen zo’n 5 procent van de
wereldpopulatie vormen, wordt de generaliseerbaarheid wereldwijd betwijfeld.
Sommigen claimen dat deze onderzoeken gebaseerd op WEIRD (Western,
educated, industrialized, rich, and democratic cultures) mensen niet representatief
zijn ook al wordt dat wel door de onderzoeken beweerd. De culturele psychologie
probeert te onderzoeken of wat we weten door onderzoek over menselijk gedrag
daadwerkelijk universeel geldt door cross cultureel onderzoek uit te voeren. Hierbij
zijn deelnemers betrokken van verschillende culturele achtergronden en het maakt
vergelijkingen mogelijk van bevindingen uit die culturen. Cross cultureel onderzoek
kijkt niet alleen of mensen van verschillende culturen gelijkend of verschillend zijn,
maar het test ook mogelijke beperkingen in onze kennis; door te onderzoeken of de
theorieën universeel (voor alle mensen van alle culturen) zijn of cultuur specifiek
(voor sommige mensen van sommige culturen). Culturele psychologie is steeds
populairder geworden door het toenemen van het bewustzijn van het belang van
cultuur als een invloedrijke factor op gedrag en door de frequentie van interculturele
conflicten binnen en tussen landen.
Cultuur wordt omschreven als: een uniek betekenis- en informatiesysteem, gedeeld
door een groep en doorgegeven over generaties heen, dat de groep in staat stelt te
voldoen aan de basisbehoeften om te overleven, te streven naar geluk en welzijn, en
de betekenis van het leven te ontlenen. Er zijn vier belangrijke bronnen van de
oorsprong van cultuur. De eerste is het groepsleven; mensen zijn sociale wezen en
hebben altijd in groepen geleefd. Groepen verhogen onze kans op overleven en een
hogere productiviteit dan een enkele individu. Groepen hebben ook nadelen doordat
mensen verschillend zijn en sociale conflicten kunnen creëren wat kan leiden tot
chaos en verminderende overlevingskans. De tweede is de omgeving; klimaat speelt
een belangrijke factor in de manier waarop mensen leven. Nog belangrijker is de
deviatie van de klimaattemperatuur, wat inhoudt dat als de temperatuur veel afwijkt
van de ideale temperatuur (22 graden) het leven lastiger wordt en mensen meer
moeite moeten doen om zich aan te passen. De bevolkingsdichtheid, hoeveel
mensen er per een specifiek gebied wonen, heeft ook invloed op cultuur. Belangrijk
is hoeveel van de specifieke gebied bouwland voor voedselproductie is om de
,mensen in dat gebied te kunnen onderhouden. Een andere belangrijke ecologische
factor is de mate van contact met andere culturen een land toestaat. Dit beïnvloedt
de ideeën, attitudes en principes van mensen. De derde cultuurbron is middelen. Dit
kan iets simpels zijn als het aan- of afwezig zijn water of landbouwgrond. Geld is
tegenwoordig een belangrijk factor. Als laatste is de geëvolueerde menselijke geest
de vierde bron van cultuur. Overleving hangt af van de mate waarin mensen zich
kunnen aanpassen aan hun omgeving en leefsituatie.
Mensen brengen in de wereld een universele psychologische toolkit mee volgens de
auteurs. Hiermee worden de vele psychologische vaardigheden bedoeld die mensen
kunnen gebruiken om aan hun behoeften te voldoen. Deze omvatten complexe
cognitieve vaardigheden, taal, emoties, en persoonlijkheidskenmerken. Mensen
hebben de unieke vaardigheid talen te beheersen en hun intenties daarmee te
kunnen delen aan anderen (gedeelde intentionaliteit). Ook kunnen we continu
verbeteringen weer verbeteren, zoals computers en auto’s, en gaan we niet achteruit;
dit staat bekend als het ratchet effect. Kort samengevat leidt het groepsleven tot
sociale complexiteit en dus sociale regels. Om sociale orde, coördinatie en
groepsharmonie te bereiken en chaos te vermijden, creëren we levensregels,
levenssystemen of manieren van zijn. Dit is dus cultuur. Cultuur lijkt niet uniek voor
mensen te zijn, maar komt ook onder de dieren voor. De menselijke cultuur is alleen
vele malen complexer en meer gevarieerd. Nationaliteiten kunnen gezien worden als
verschillende culturen; vaak is er een dominante cultuur en vele subculturen. Vaak
hebben verschillende taalgroepen ook een verschillende cultuur. Culturen kunnen
ook onderscheiden worden door etniciteit, sekse, onbevoegdheid, seksuele
oriëntatie, en ras, persoonlijkheid en populaire culturen.
Psychologen zijn vaak geïnteresseerd in de subjectieve elementen van cultuur zoals
waarden, geloven, normen, attitudes en wereldbeelden, en minder geïnteresseerd in
objectieve elementen zoals architectuur, kleding en voedsel.
- waarden 🡪 individualisme vs. collectivisme, machtsafstand, mannelijkheid, vs.
vrouwelijkheid, harmonie, en autonomie.
- overtuigingen 🡪 sociale cynisme (pessimistische kijk), religie en de mate van invloed
van externe factoren of zelf verantwoordelijkheid.
- normen 🡪 etiquette en beleefdheid, mate van expressiviteit openbaar en thuis,
tightness vs. looseness.
- attitudes 🡪 vooroordelen, stereotypen en meningen.
- wereldbeelden 🡪 zelf-concepten: hoe we onszelf zien
Cultuur beïnvloedt psychologische processen door individuele factoren en
situationele contexten te beïnvloeden. Hierdoor ga je op een bepaalde manier
denken en je op een bepaalde manier gedragen, wat opnieuw cultuur weer kan
beïnvloeden. Door enculturatie leren en adopteren individuen de manieren van hun
specifieke cultuur. Mensen hebben de unieke vaardigheid te begrijpen dat mensen
intenties hebben, en we kunnen ook conclusies trekken over de (onderliggende)
redenen van deze intenties van anderen. Dit heet attributies maken en is universeel
voor alle mensen. Maar omdat mensen verschillende culturen hebben, kunnen er wel
verschillen zitten in de manier waarop de attributies gemaakt worden. Etics refereert
naar universele psychologische processen en emics naar cultuur specifieke.
, Hoofdstuk 2
Onderzoeksmethoden
Cross cultureel onderzoek is ontstaan door eerst de ontdekking van culturele
verschillen in onderzoeken. De tweede betrof het zoeken naar belangrijke dimensies
van culturele variabiliteit om deze culturele verschillen te verklaren. In de derde
onderzoeksfase werd gekeken naar de conceptuele toepassing van die dimensies in
interculturele studies. De vierde fase van het onderzoek (waarin het veld zich
momenteel bevindt) omvat het empirisch toepassen van die dimensies en andere
mogelijke culturele verklaringen van experimenteel gedrag en dit wetenschappelijk
documenteren. Er zijn drie belangrijk soorten cultureel onderzoek en de eerste is het
methode validatie onderzoek. De validiteit betekent of een test meet wat het zou
moeten meten en de betrouwbaarheid houdt in of een test consistent is. Als een test
valide is een de ene cultuur betekent dat niet dat het voor alle andere culturen ook
valide is. Cross culturele validatie studies onderzoeken of een meting/test voor een
psychologisch construct dat eerst voor een specifieke cultuur gemaakt was, is toe te
passen en dus equivalent is in een andere cultuur. Inheemse culturele studies
gebruiken diepgaande beschrijvingen van culturen en culturele verschillen om
verschillen te voorspellen en te testen in een psychologische variabele. De studie zelf
is niet per se cross cultureel (er wordt namelijk gefocust op een bepaalde cultuur
begrijpen), maar kan later vergeleken worden met vergelijkbaar studies in andere
culturen. De laatste en meest voorkomende studies zijn de cross culturele
vergelijkingen. Deze studie vergelijkt twee of meer culturen op een psychologische
variabele die van belang is, vaak met de hypothese dat een cultuur significant hogere
scores zal hebben op de variabel dan de andere. Deze studie bestaat uit 4
verschillende types. De eerste is het onderscheid tussen verkennende studies die
ontworpen zijn om het bestaan van interculturele overeenkomsten en verschillen te
onderzoeken, en hypotheseteststudies die ontworpen zijn om te onderzoeken
waarom culturele verschillen mogelijk bestaan. Deze studies zijn complexer dan
eenvoudig quasi-experimentele ontwerpen, zoals bij verkennende studies, door
contextvariabelen of door experimenten. De volgende manier om cross-cultureel
onderzoek te onderscheiden, is door het wel of niet aanwezig zijn van contextuele
factoren; alle variabelen die, gedeeltelijk of volledig, interculturele verschillen kunnen
verklaren, wanneer ze zijn waargenomen in een studie. Door deze factoren in een
onderzoek op te nemen en ze te testen, wordt de validiteit hoger en de bias en in-
equivalentie minder. Een derde manier is het onderscheid tussen structuur- en level-
georiënteerde studies. Structuur-georiënteerde studies vergelijken constructen
(betekent geluk hetzelfde in alle culturen?), hun metingen (kan geluk op dezelfde
manier beoordeeld worden in alle culturen?), of hun relaties met andere constructen
(is geluk en vrolijkheid positief gecorreleerd in alle culturen?). Level-georiënteerde
studies vergelijken gemiddelde scores tussen culturen (vertonen individuen uit
verschillende culturen dezelfde mate van geluk?). Als laatste kan er onderscheid
gemaakt worden tussen ecologische en culturele level studies; onderzoeken waarbij
landen of culturen (niet individuen) de unit of analysis zijn in tegenstelling tot
individuele studies. De meest bekende studie is die van Hofstede (1980), waarbij hij
data van 40 landen (tegenwoordig zelfs 72) verzameld had over de reacties van
medewerkers van een multinationale bedrijfsorganisatie. Uit de 160-items vragenlijst
, waren er 63 gerelateerd aan werk, waardoor Hofstede 3 dimensies vond die culturen
kon beschrijven (van de culturen uit de sample). Doordat hij 1 dimensie nog in
tweeën splitste waren er uiteindelijk 4 dimensies: individualisme versus collectivisme,
machtsafstand, onzekerheidsvermijding en mannelijkheid versus vrouwelijkheid.
Later voegde hij er nog een dimensie aan toe, namelijk lange versus korte termijn
oriëntatie. In de afgelopen jaren individueel en cultureel niveau gecombineerd tot
multi-level studies.
Studies die een aspect van cultuur proberen te meten waaruit culturele verschillen
zouden moeten voorkomen en daarna het gemeten culturele aspect linken aan de
afhankelijke variabele waar de onderzoekers geïnteresseerd in zijn heten linkage
studies. Uitpakstudies, de eerste soort linkage studie, zijn interculturele vergelijkingen
die de inhoud van het globale, niet-specifieke concept van cultuur in specifiek,
meetbaar psychologische constructies omzetten en hun bijdrage op culturele
verschillen onderzoeken. Er zijn verschillende soorten context variabelen die gebruikt
worden om cultuur meetbaar te maken. Een van de belangrijkste voorbeelden van de
individuele-level van cultuur contextvariabele is het meten van individualisme versus
collectivisme (IND-COL), of op individueel niveau idiocentrisme versus allocentrisme.
Hofstede kwam als eerste met deze dimensie, maar Triandis (1996) ging daar verder
op in en kwam met het volgende framework:
Matsumoto et al. (1997) ontwikkelden ook een individueel-level meting van IND-COL,
genaamd de Interpersonal Assessment Inventory (ICIAI). Ze lieten zien dat
Amerikanen en Japanners verschilden in hoe sterk ze gezichtsuitdrukkingen van
emotie waarnamen en dat de gelinkt was aan de individuele verschillen in de mate
van IND-COL. Markus en Kitayama (1991) dachten dat IND-COL culturen
verschilden in het soort zelfconcepten met individualistische culturen die de
ontwikkeling van independent self-construals aanmoedigden, en collectivistische
culturen die van interdependent self-construals.
Vak: Culturele psychologie 2020/2021
Opleiding: Bachelor Psychologie Tilburg University
Referentie: Matsumoto, D., & Juang, L. (2016). Culture and Psychology (6de ed.).
Cengage Learning.
Hoofdstuk 1
Introductie
De wereld blijft steeds veranderen, waaronder in culturele diversiteit. Hierdoor is de
culturele psychologie ontstaan die onderzoek doet naar de culturele grondslagen van
psychologische processen en menselijk gedrag. Het veld van de psychologie heeft
twee hoofddoelen. Het eerste is om kennis over mensen op te bouwen en het
tweede is om die kennis toe te passen op mensen om hun levens te verbeteren.
Deze kennis wordt vergaard door wetenschappelijk onderzoek uit te voeren, alleen
wordt het meeste onderzoek in Amerika uitgevoerd met Amerikaanse psychologie
studenten als participanten. Aangezien Amerikaanse mensen zo’n 5 procent van de
wereldpopulatie vormen, wordt de generaliseerbaarheid wereldwijd betwijfeld.
Sommigen claimen dat deze onderzoeken gebaseerd op WEIRD (Western,
educated, industrialized, rich, and democratic cultures) mensen niet representatief
zijn ook al wordt dat wel door de onderzoeken beweerd. De culturele psychologie
probeert te onderzoeken of wat we weten door onderzoek over menselijk gedrag
daadwerkelijk universeel geldt door cross cultureel onderzoek uit te voeren. Hierbij
zijn deelnemers betrokken van verschillende culturele achtergronden en het maakt
vergelijkingen mogelijk van bevindingen uit die culturen. Cross cultureel onderzoek
kijkt niet alleen of mensen van verschillende culturen gelijkend of verschillend zijn,
maar het test ook mogelijke beperkingen in onze kennis; door te onderzoeken of de
theorieën universeel (voor alle mensen van alle culturen) zijn of cultuur specifiek
(voor sommige mensen van sommige culturen). Culturele psychologie is steeds
populairder geworden door het toenemen van het bewustzijn van het belang van
cultuur als een invloedrijke factor op gedrag en door de frequentie van interculturele
conflicten binnen en tussen landen.
Cultuur wordt omschreven als: een uniek betekenis- en informatiesysteem, gedeeld
door een groep en doorgegeven over generaties heen, dat de groep in staat stelt te
voldoen aan de basisbehoeften om te overleven, te streven naar geluk en welzijn, en
de betekenis van het leven te ontlenen. Er zijn vier belangrijke bronnen van de
oorsprong van cultuur. De eerste is het groepsleven; mensen zijn sociale wezen en
hebben altijd in groepen geleefd. Groepen verhogen onze kans op overleven en een
hogere productiviteit dan een enkele individu. Groepen hebben ook nadelen doordat
mensen verschillend zijn en sociale conflicten kunnen creëren wat kan leiden tot
chaos en verminderende overlevingskans. De tweede is de omgeving; klimaat speelt
een belangrijke factor in de manier waarop mensen leven. Nog belangrijker is de
deviatie van de klimaattemperatuur, wat inhoudt dat als de temperatuur veel afwijkt
van de ideale temperatuur (22 graden) het leven lastiger wordt en mensen meer
moeite moeten doen om zich aan te passen. De bevolkingsdichtheid, hoeveel
mensen er per een specifiek gebied wonen, heeft ook invloed op cultuur. Belangrijk
is hoeveel van de specifieke gebied bouwland voor voedselproductie is om de
,mensen in dat gebied te kunnen onderhouden. Een andere belangrijke ecologische
factor is de mate van contact met andere culturen een land toestaat. Dit beïnvloedt
de ideeën, attitudes en principes van mensen. De derde cultuurbron is middelen. Dit
kan iets simpels zijn als het aan- of afwezig zijn water of landbouwgrond. Geld is
tegenwoordig een belangrijk factor. Als laatste is de geëvolueerde menselijke geest
de vierde bron van cultuur. Overleving hangt af van de mate waarin mensen zich
kunnen aanpassen aan hun omgeving en leefsituatie.
Mensen brengen in de wereld een universele psychologische toolkit mee volgens de
auteurs. Hiermee worden de vele psychologische vaardigheden bedoeld die mensen
kunnen gebruiken om aan hun behoeften te voldoen. Deze omvatten complexe
cognitieve vaardigheden, taal, emoties, en persoonlijkheidskenmerken. Mensen
hebben de unieke vaardigheid talen te beheersen en hun intenties daarmee te
kunnen delen aan anderen (gedeelde intentionaliteit). Ook kunnen we continu
verbeteringen weer verbeteren, zoals computers en auto’s, en gaan we niet achteruit;
dit staat bekend als het ratchet effect. Kort samengevat leidt het groepsleven tot
sociale complexiteit en dus sociale regels. Om sociale orde, coördinatie en
groepsharmonie te bereiken en chaos te vermijden, creëren we levensregels,
levenssystemen of manieren van zijn. Dit is dus cultuur. Cultuur lijkt niet uniek voor
mensen te zijn, maar komt ook onder de dieren voor. De menselijke cultuur is alleen
vele malen complexer en meer gevarieerd. Nationaliteiten kunnen gezien worden als
verschillende culturen; vaak is er een dominante cultuur en vele subculturen. Vaak
hebben verschillende taalgroepen ook een verschillende cultuur. Culturen kunnen
ook onderscheiden worden door etniciteit, sekse, onbevoegdheid, seksuele
oriëntatie, en ras, persoonlijkheid en populaire culturen.
Psychologen zijn vaak geïnteresseerd in de subjectieve elementen van cultuur zoals
waarden, geloven, normen, attitudes en wereldbeelden, en minder geïnteresseerd in
objectieve elementen zoals architectuur, kleding en voedsel.
- waarden 🡪 individualisme vs. collectivisme, machtsafstand, mannelijkheid, vs.
vrouwelijkheid, harmonie, en autonomie.
- overtuigingen 🡪 sociale cynisme (pessimistische kijk), religie en de mate van invloed
van externe factoren of zelf verantwoordelijkheid.
- normen 🡪 etiquette en beleefdheid, mate van expressiviteit openbaar en thuis,
tightness vs. looseness.
- attitudes 🡪 vooroordelen, stereotypen en meningen.
- wereldbeelden 🡪 zelf-concepten: hoe we onszelf zien
Cultuur beïnvloedt psychologische processen door individuele factoren en
situationele contexten te beïnvloeden. Hierdoor ga je op een bepaalde manier
denken en je op een bepaalde manier gedragen, wat opnieuw cultuur weer kan
beïnvloeden. Door enculturatie leren en adopteren individuen de manieren van hun
specifieke cultuur. Mensen hebben de unieke vaardigheid te begrijpen dat mensen
intenties hebben, en we kunnen ook conclusies trekken over de (onderliggende)
redenen van deze intenties van anderen. Dit heet attributies maken en is universeel
voor alle mensen. Maar omdat mensen verschillende culturen hebben, kunnen er wel
verschillen zitten in de manier waarop de attributies gemaakt worden. Etics refereert
naar universele psychologische processen en emics naar cultuur specifieke.
, Hoofdstuk 2
Onderzoeksmethoden
Cross cultureel onderzoek is ontstaan door eerst de ontdekking van culturele
verschillen in onderzoeken. De tweede betrof het zoeken naar belangrijke dimensies
van culturele variabiliteit om deze culturele verschillen te verklaren. In de derde
onderzoeksfase werd gekeken naar de conceptuele toepassing van die dimensies in
interculturele studies. De vierde fase van het onderzoek (waarin het veld zich
momenteel bevindt) omvat het empirisch toepassen van die dimensies en andere
mogelijke culturele verklaringen van experimenteel gedrag en dit wetenschappelijk
documenteren. Er zijn drie belangrijk soorten cultureel onderzoek en de eerste is het
methode validatie onderzoek. De validiteit betekent of een test meet wat het zou
moeten meten en de betrouwbaarheid houdt in of een test consistent is. Als een test
valide is een de ene cultuur betekent dat niet dat het voor alle andere culturen ook
valide is. Cross culturele validatie studies onderzoeken of een meting/test voor een
psychologisch construct dat eerst voor een specifieke cultuur gemaakt was, is toe te
passen en dus equivalent is in een andere cultuur. Inheemse culturele studies
gebruiken diepgaande beschrijvingen van culturen en culturele verschillen om
verschillen te voorspellen en te testen in een psychologische variabele. De studie zelf
is niet per se cross cultureel (er wordt namelijk gefocust op een bepaalde cultuur
begrijpen), maar kan later vergeleken worden met vergelijkbaar studies in andere
culturen. De laatste en meest voorkomende studies zijn de cross culturele
vergelijkingen. Deze studie vergelijkt twee of meer culturen op een psychologische
variabele die van belang is, vaak met de hypothese dat een cultuur significant hogere
scores zal hebben op de variabel dan de andere. Deze studie bestaat uit 4
verschillende types. De eerste is het onderscheid tussen verkennende studies die
ontworpen zijn om het bestaan van interculturele overeenkomsten en verschillen te
onderzoeken, en hypotheseteststudies die ontworpen zijn om te onderzoeken
waarom culturele verschillen mogelijk bestaan. Deze studies zijn complexer dan
eenvoudig quasi-experimentele ontwerpen, zoals bij verkennende studies, door
contextvariabelen of door experimenten. De volgende manier om cross-cultureel
onderzoek te onderscheiden, is door het wel of niet aanwezig zijn van contextuele
factoren; alle variabelen die, gedeeltelijk of volledig, interculturele verschillen kunnen
verklaren, wanneer ze zijn waargenomen in een studie. Door deze factoren in een
onderzoek op te nemen en ze te testen, wordt de validiteit hoger en de bias en in-
equivalentie minder. Een derde manier is het onderscheid tussen structuur- en level-
georiënteerde studies. Structuur-georiënteerde studies vergelijken constructen
(betekent geluk hetzelfde in alle culturen?), hun metingen (kan geluk op dezelfde
manier beoordeeld worden in alle culturen?), of hun relaties met andere constructen
(is geluk en vrolijkheid positief gecorreleerd in alle culturen?). Level-georiënteerde
studies vergelijken gemiddelde scores tussen culturen (vertonen individuen uit
verschillende culturen dezelfde mate van geluk?). Als laatste kan er onderscheid
gemaakt worden tussen ecologische en culturele level studies; onderzoeken waarbij
landen of culturen (niet individuen) de unit of analysis zijn in tegenstelling tot
individuele studies. De meest bekende studie is die van Hofstede (1980), waarbij hij
data van 40 landen (tegenwoordig zelfs 72) verzameld had over de reacties van
medewerkers van een multinationale bedrijfsorganisatie. Uit de 160-items vragenlijst
, waren er 63 gerelateerd aan werk, waardoor Hofstede 3 dimensies vond die culturen
kon beschrijven (van de culturen uit de sample). Doordat hij 1 dimensie nog in
tweeën splitste waren er uiteindelijk 4 dimensies: individualisme versus collectivisme,
machtsafstand, onzekerheidsvermijding en mannelijkheid versus vrouwelijkheid.
Later voegde hij er nog een dimensie aan toe, namelijk lange versus korte termijn
oriëntatie. In de afgelopen jaren individueel en cultureel niveau gecombineerd tot
multi-level studies.
Studies die een aspect van cultuur proberen te meten waaruit culturele verschillen
zouden moeten voorkomen en daarna het gemeten culturele aspect linken aan de
afhankelijke variabele waar de onderzoekers geïnteresseerd in zijn heten linkage
studies. Uitpakstudies, de eerste soort linkage studie, zijn interculturele vergelijkingen
die de inhoud van het globale, niet-specifieke concept van cultuur in specifiek,
meetbaar psychologische constructies omzetten en hun bijdrage op culturele
verschillen onderzoeken. Er zijn verschillende soorten context variabelen die gebruikt
worden om cultuur meetbaar te maken. Een van de belangrijkste voorbeelden van de
individuele-level van cultuur contextvariabele is het meten van individualisme versus
collectivisme (IND-COL), of op individueel niveau idiocentrisme versus allocentrisme.
Hofstede kwam als eerste met deze dimensie, maar Triandis (1996) ging daar verder
op in en kwam met het volgende framework:
Matsumoto et al. (1997) ontwikkelden ook een individueel-level meting van IND-COL,
genaamd de Interpersonal Assessment Inventory (ICIAI). Ze lieten zien dat
Amerikanen en Japanners verschilden in hoe sterk ze gezichtsuitdrukkingen van
emotie waarnamen en dat de gelinkt was aan de individuele verschillen in de mate
van IND-COL. Markus en Kitayama (1991) dachten dat IND-COL culturen
verschilden in het soort zelfconcepten met individualistische culturen die de
ontwikkeling van independent self-construals aanmoedigden, en collectivistische
culturen die van interdependent self-construals.