Samenvatting Determineren
20-21
Determineren 1
knobbel – verhevenheid in het occlusale vlak
cingulum – verhevenheid van palatinale vlak van frontelement. Rond de cervicale rand ->
Crista:
- Randlijst – marginale crista
- Middelijst – triangulaire crista
- Crista obliqua – gaat van mesiopalatinale knobbel naar distobuccale knobbel.
- Crista transversa – bij eerste onder premolaren. Van buccale knobbel over occl vlak
naar linguale knobbel.
Fossa – uitholling
- Linguale fossa zichtbaar op de afbeelding aangeduid met het rondje
- Centrale fossa
- Triangulaire fossa – ondiepe driehoekigvormige indeuking op occlusaal vlak
Randlijst- marginale crista – aangeduid met balkje rechts
Middenlijst – triangulaire crista – aangeduid met ovaal links
Centrale fossa – aangeduid met lange balk in het midden
Triangulaire fossa – aangeduid met driehoekje links
Benamingen v.d. onderdelen v.h. occlusale vlak
- Buccale knobbelpartij – protomeer
- Orale knobbelpartij – deuteromeer. Wijkt af richting ditaal.
- Groeven tussen knobbels – fissuren
- Glazuurruggen – randlijsten/marginale cristas
De 5 stappen van determineren:
1. Tot welke dentitie behoort de tand
2. Bij welke groep hoort de tand? I,C,P,M
3. Bij welke kaak hoort het element
4. Welke plek neemt het element in in de groep? 1e,2e of 3e
5. Linker of rechter element?
Kronenflucht – kroon staat een beetje naar linguaal. Alleen bij onder
elementen.
, Onderscheid maken tussen links en rechts kan door:
- Het as of wortelkenmerk – lengte as van wortel gaat meestal naar distaal
- Het vlakkenmerk – distale vlak in sterk gekromt
- Het hoekkenmerk – mesio incisale hoek is scherper dan distaal
- Het cervicale lijnkenmerk – de approximale grens tss. glazuur en cement heeft
gebogen verloop. Hoogste punt ligt naar incisaal mesiaal
- Het massakenmerk: mesiovestibulaire prominentie -bij bekijken van el. Meeste
massa bevindt zich meestal mesiaal. Je ziet op mesiaal de meeste massa. Buccaal of
labiaal.
Algemene info voor Centrale bovenincisieven
- Belangrijk voor bijten, uiterlijk en spraak
- Boven en onderkaak bevatten elk 4 incisieven.
- Nieuw doorgebroken element heeft drie kleine randtubercula bobbels op insicale
rand.
marginale crista links en rechts zichtbaar
tuberculum dentale zichtbaar onderin cervicaal. Hier lopen de marginale
crista’s in uit.
Laterale bovenincisieven
- Kleiner dan centrale, lijkt er qua vorm wel op.
- Mesiale vlak langer dan distale vlak
- Foramen caecum – pit op palatinale vlak.
Alle onderincisieven
- Veel smaller dan bovenincisieven
- Grootste breedte in labiolinguale richting. T.p.v. snijtand. Vrij plat mesiaal en distaal
- De drie randtubercula slijten snel af hierdoor rechte snijrand
- Zwak ontwikkelde randlijsten, soms ontbreken ze
- Vrijwel nooit foramen caecum
- Fossa linguale aanw.
- Distaal duidelijkere wortelgroeve dan mesiaal
- Uitgespr. Distaalstand van deuteromeer.
Determineren 2
Algemene informatie cuspidaten bovenkaak
- Taak voedsel grijpen en verkleinen
- Langste wortel
- Overgang tss. incisieven en premolaren
- Hoektandgeleiding
20-21
Determineren 1
knobbel – verhevenheid in het occlusale vlak
cingulum – verhevenheid van palatinale vlak van frontelement. Rond de cervicale rand ->
Crista:
- Randlijst – marginale crista
- Middelijst – triangulaire crista
- Crista obliqua – gaat van mesiopalatinale knobbel naar distobuccale knobbel.
- Crista transversa – bij eerste onder premolaren. Van buccale knobbel over occl vlak
naar linguale knobbel.
Fossa – uitholling
- Linguale fossa zichtbaar op de afbeelding aangeduid met het rondje
- Centrale fossa
- Triangulaire fossa – ondiepe driehoekigvormige indeuking op occlusaal vlak
Randlijst- marginale crista – aangeduid met balkje rechts
Middenlijst – triangulaire crista – aangeduid met ovaal links
Centrale fossa – aangeduid met lange balk in het midden
Triangulaire fossa – aangeduid met driehoekje links
Benamingen v.d. onderdelen v.h. occlusale vlak
- Buccale knobbelpartij – protomeer
- Orale knobbelpartij – deuteromeer. Wijkt af richting ditaal.
- Groeven tussen knobbels – fissuren
- Glazuurruggen – randlijsten/marginale cristas
De 5 stappen van determineren:
1. Tot welke dentitie behoort de tand
2. Bij welke groep hoort de tand? I,C,P,M
3. Bij welke kaak hoort het element
4. Welke plek neemt het element in in de groep? 1e,2e of 3e
5. Linker of rechter element?
Kronenflucht – kroon staat een beetje naar linguaal. Alleen bij onder
elementen.
, Onderscheid maken tussen links en rechts kan door:
- Het as of wortelkenmerk – lengte as van wortel gaat meestal naar distaal
- Het vlakkenmerk – distale vlak in sterk gekromt
- Het hoekkenmerk – mesio incisale hoek is scherper dan distaal
- Het cervicale lijnkenmerk – de approximale grens tss. glazuur en cement heeft
gebogen verloop. Hoogste punt ligt naar incisaal mesiaal
- Het massakenmerk: mesiovestibulaire prominentie -bij bekijken van el. Meeste
massa bevindt zich meestal mesiaal. Je ziet op mesiaal de meeste massa. Buccaal of
labiaal.
Algemene info voor Centrale bovenincisieven
- Belangrijk voor bijten, uiterlijk en spraak
- Boven en onderkaak bevatten elk 4 incisieven.
- Nieuw doorgebroken element heeft drie kleine randtubercula bobbels op insicale
rand.
marginale crista links en rechts zichtbaar
tuberculum dentale zichtbaar onderin cervicaal. Hier lopen de marginale
crista’s in uit.
Laterale bovenincisieven
- Kleiner dan centrale, lijkt er qua vorm wel op.
- Mesiale vlak langer dan distale vlak
- Foramen caecum – pit op palatinale vlak.
Alle onderincisieven
- Veel smaller dan bovenincisieven
- Grootste breedte in labiolinguale richting. T.p.v. snijtand. Vrij plat mesiaal en distaal
- De drie randtubercula slijten snel af hierdoor rechte snijrand
- Zwak ontwikkelde randlijsten, soms ontbreken ze
- Vrijwel nooit foramen caecum
- Fossa linguale aanw.
- Distaal duidelijkere wortelgroeve dan mesiaal
- Uitgespr. Distaalstand van deuteromeer.
Determineren 2
Algemene informatie cuspidaten bovenkaak
- Taak voedsel grijpen en verkleinen
- Langste wortel
- Overgang tss. incisieven en premolaren
- Hoektandgeleiding