Goederen - en Insolventierecht
Hoorcollege 1
BW 3
- Algemene bepalingen
- Pand & hypotheek
- Vruchtgebruik
- Voorrechten
- Retentierecht
- Eigendomsvoorbehoud
BW 5
- Eigendom
- Erfpacht
- Opstal
- Erfdienstbaarheden
BW 6
- Kwalitatieve verplichting
- Hoofdelijkheid
BW 7
- Borgtocht
Invorderingswet 1990
- Voorrecht fiscus
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Beslag
Faillissementswet
- Faillissement
Goederen
Art. 3:1 BW: “Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten.”
Zaken:
Art. 3:2 BW: “Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten”
Vermogensrechten
Art. 3:6 BW: “Rechten die, hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een ander recht,
overdraagbaar zijn, of ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen,
ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel,
zijn vermogensrechten
Verhouding tot een goed
Eigendom/toebehoren:
Art. 5:1 BW: “Meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben”
Bezit:
Art. 3:107 lid 1 BW: “Het houden van een goed voor zichzelf” (als niet voor zichzelf: houder)
,Houderschap: (mogelijkheid tot) machtsuitoefening over een goed
Bezitter & houder
Wanneer houdt men nu voor zichzelf: wanneer men houdt als ware men eigenaar of
rechthebbende van het goed dat wordt gehouden (‘animus domini’).
NIET voor zichzelf HOUDER (‘detentor’)
(vb. bruikleen, erfpacht, opstal, vruchtgebruik, vuistpand)
WEL voor zichzelf BEZITTER
(Vb. eigenaar, dief)
Vereisten voor overdracht van een goed
- Overdraagbaarheid art. 3:83 BW
- Titel art. 3:84 lid 1 BW (vb. een overeenkomst)
- Levering art.3:84 lid 1 BW
- Beschikkingsbevoegdheid art. 3:84 lid 1 BW
Levering
Registergoed: notariële akte + inschrijving art. 3:89 lid 4 juncto lid 1 BW
Vordering op naam/vorderingsrecht:
- Openbaar art. 3:94 lid 1 BW, akte + mededeling
- Stil art. 3:94 lid 3 eerste zin BW, authentieke akte of onderhandse akte + registratie
Roerende zaak, bezitsverschaffing art. 3:90 lid 1 BW
- In staat stellen zelfde macht uit te oefenen feitelijk (art. 3:114 BW)
- Constituto possessorio (art. 3:115 sub a BW)
- Brevi manu (art. 3:115 sub b BW)
- longa manu (art, 3:115 sub c BW)
Natrekking door grond
Art. 5:20 lid 1 sub e BW: “De eigendom van de grond omvat, voor zover de wet niet anders
bepaalt: … gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij
rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen en werken, …”
Vraag: wanneer is precies sprake van een duurzame vereniging met de grond?
Antwoord: wordt niet verduidelijkt in de wet.
Kijken naar de rechtspraak: PORTOCABIN-arrest
Maar: gaat dit niet over een andere bepaling, art 3:3 BW?
Inderdaad, maar bevat (doelbewust) hetzelfde criterium, dus mogen we ook voor art.
5:20 lid 1 sub e BW gebruiken
,PORTOCABIN-arrest
Ontvanger/Rabo (PORTOCABIN-arrest)
Een gebouw kan duurzaam met de grond verenigd in de zin van art. 3:3 BW, doordat het
naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatste te blijven.
“Bij beantwoording van de vraag of een gebouw of een werk bestemd is om duurzaam ter
plaatse te blijven … worden gelet op de bedoeling van de bouwer voor zover deze naar
buiten kenbaar is
Vestiging pandrecht
1. Openbaar/vuistpand op roerende zaken
o Overdraagbaarheid (art. 3:83 lid 1 jo. art. 3:228 BW).
o Geldige titel (art. 3:84 lid 1 jo. art. 3:98 BW).
o Levering: de zaak moet worden gebracht in de macht van de pandhouder of
van een derde omtrent wie de partijen zijn overeengekomen. Dit betekent
dat de pandhouder houder van de verpande zaak wordt en niet bezitter zoals
art. 3:90 BW zou meebrengen (art. 3:236 lid 1 BW).
o Beschikkingsbevoegdheid (art. 3:84 lid 1 jo. art. 3:98 BW).
2. Openbaar/vuistpand op vordering op naam
o Dezelfde eisen voor overdraagbaarheid, geldige titel en
beschikkingsbevoegdheid.
o Levering: d.m.v. akte en mededeling door pandgever of de pandhouder aan
de debiteur van de te verpanden vordering (art. 3:236 lid 2 jo. art. 3:94 lid 1
BW).
3. Stil/vuistloos op roerende zaken
o Dezelfde eisen voor overdraagbaarheid, geldige titel en
beschikkingsbevoegdheid.
o Levering: d.m.v. authentieke akte of geregistreerde onderhandse akte, zonder
dat de zaak wordt gebracht in de macht van de pandhouder of van een derde
(art. 3:237 lid 1 BW). De pandgever is verplicht de akte te verklaren dat hij tot
verpanding van het goed bevoegd is dat op het goed geen beperkte rechten
rusten, of als dat wel het geval is, welke rechten dat zijn (art. 3:237 lid 2 BW).
Dit is van belang voor de eventuele goede trouw van de pandhouder.
4. Stil/vuistloos op vordering op naam
o Dezelfde eisen voor overdraagbaarheid, geldige titel en
beschikkingsbevoegdheid.
o Levering: d.m.v. een authentieke akte of geregistreerde onderhandse akte
Vestiging hypotheekrecht
Overdraagbaarheid (art. 3:83 lid 1 jo. art. 3:228 BW).
Geldige titel (art. 3:84 lid 1 jo. art. 3:98 BW).
Levering door een tussen partijen opgemaakte notariële akte, waarbij de
hypotheekgever aan de hypotheekhouder hypotheek op een registergoed verleent,
gevolgd door haar inschrijving in de daartoe bestemde register (art. 3:260 BW).
Beschikkingsbevoegdheid (art. 3:84 lid 1 jo. art. 3:98 BW).
(Een recht van hypotheek kan ook worden gevestigd op beperkte rechten als erfpacht, mits die
rechten zelfstandig zijn en niet afhankelijk)
, Probleem 1
1. Welke beperkte genotsrechten zijn er? (Waarvoor kan je ze gebruiken? Waarop kan
je ze vestigen? Wat is de duur ervan? hoe zit het met de eventuele
vergoedingsplicht?)
2. Hoe kan men beperkte genotsrechten in het leve roepen/vestigen?
3. Wat is de werking van beperkte genotsrechten ten aanzien van derden?
4. Hoe zit het wanneer men op grond van een ander bouwt?
5. Welke verbintenisrechtelijke alternatieven bestaan er voor beperkte rechten, in het
bijzonder erfdienstbaarheid?
- Porto cabin - arrest
Het goederenrecht wordt ook wel het absolute eigendomsrecht genoemd.
Gesloten stelsel, numerus clausus, alleen hetgeen dat in de wet staat kan goederen
scheppen.
Overdracht (vestiging van een goederenrechtelijk recht)
Art. 3:98 BW: alle regels die van toepassing zijn op overdracht gelden ook voor de vestiging
van een goederenrechtelijk recht.
Art. 3:84 BW, de regels voor overdracht:
1. Overdraagbaarheid
2. Beschikkingsbevoegdheid
3. Een geldige titel
4. Vestigingsformaliteit (levering)
a. Beperkte rechten op onroerende zaken: door middel van het opmaken van
een notariële akte gevolgd door inschrijving daarvan in de daartoe bestemde
openbare registers art. 3:89 BW (erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal)
b. Rechten op naam stille cessie art. 3:94 lid 2 BW (alleen het opmaken van
een notariële akte of onderhandse akte en registratie daarvan) of openbare
cessie art. 3:94 lid 1 BW (opmaken van een notariële akte en mededeling
daarvan aan de debiteur
c. Beperkte rechten op roerende zaken: verschaffing van de feitelijke macht
over dat goed art. 3:90/91 BW
Feitelijke bezitsverschaffing art. 3:114 BW
Constituto possessorio art. 3:115 sub a BW, vervreemder bezit de zaak
en krachtens een bij de levering gemaakt beding houdt hij voor de
verkrijger
Brevi manu art. 3:115 sub b BW, de verkrijger was voor de overdracht
al houder van de zaak
Longa manu art. 3:115 sub c BW, een derde houdt de zaak voor de
overdracht voor de vervreemder en na de overdracht voor de
ontvanger
*ALTIJD art. 3:98 jo. 3:84 BW (anders mag je art. 3:84 BW niet gebruiken voor het vestigen
van een goederenrechtelijk recht)
Hoorcollege 1
BW 3
- Algemene bepalingen
- Pand & hypotheek
- Vruchtgebruik
- Voorrechten
- Retentierecht
- Eigendomsvoorbehoud
BW 5
- Eigendom
- Erfpacht
- Opstal
- Erfdienstbaarheden
BW 6
- Kwalitatieve verplichting
- Hoofdelijkheid
BW 7
- Borgtocht
Invorderingswet 1990
- Voorrecht fiscus
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Beslag
Faillissementswet
- Faillissement
Goederen
Art. 3:1 BW: “Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten.”
Zaken:
Art. 3:2 BW: “Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten”
Vermogensrechten
Art. 3:6 BW: “Rechten die, hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een ander recht,
overdraagbaar zijn, of ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen,
ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel,
zijn vermogensrechten
Verhouding tot een goed
Eigendom/toebehoren:
Art. 5:1 BW: “Meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben”
Bezit:
Art. 3:107 lid 1 BW: “Het houden van een goed voor zichzelf” (als niet voor zichzelf: houder)
,Houderschap: (mogelijkheid tot) machtsuitoefening over een goed
Bezitter & houder
Wanneer houdt men nu voor zichzelf: wanneer men houdt als ware men eigenaar of
rechthebbende van het goed dat wordt gehouden (‘animus domini’).
NIET voor zichzelf HOUDER (‘detentor’)
(vb. bruikleen, erfpacht, opstal, vruchtgebruik, vuistpand)
WEL voor zichzelf BEZITTER
(Vb. eigenaar, dief)
Vereisten voor overdracht van een goed
- Overdraagbaarheid art. 3:83 BW
- Titel art. 3:84 lid 1 BW (vb. een overeenkomst)
- Levering art.3:84 lid 1 BW
- Beschikkingsbevoegdheid art. 3:84 lid 1 BW
Levering
Registergoed: notariële akte + inschrijving art. 3:89 lid 4 juncto lid 1 BW
Vordering op naam/vorderingsrecht:
- Openbaar art. 3:94 lid 1 BW, akte + mededeling
- Stil art. 3:94 lid 3 eerste zin BW, authentieke akte of onderhandse akte + registratie
Roerende zaak, bezitsverschaffing art. 3:90 lid 1 BW
- In staat stellen zelfde macht uit te oefenen feitelijk (art. 3:114 BW)
- Constituto possessorio (art. 3:115 sub a BW)
- Brevi manu (art. 3:115 sub b BW)
- longa manu (art, 3:115 sub c BW)
Natrekking door grond
Art. 5:20 lid 1 sub e BW: “De eigendom van de grond omvat, voor zover de wet niet anders
bepaalt: … gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij
rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen en werken, …”
Vraag: wanneer is precies sprake van een duurzame vereniging met de grond?
Antwoord: wordt niet verduidelijkt in de wet.
Kijken naar de rechtspraak: PORTOCABIN-arrest
Maar: gaat dit niet over een andere bepaling, art 3:3 BW?
Inderdaad, maar bevat (doelbewust) hetzelfde criterium, dus mogen we ook voor art.
5:20 lid 1 sub e BW gebruiken
,PORTOCABIN-arrest
Ontvanger/Rabo (PORTOCABIN-arrest)
Een gebouw kan duurzaam met de grond verenigd in de zin van art. 3:3 BW, doordat het
naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatste te blijven.
“Bij beantwoording van de vraag of een gebouw of een werk bestemd is om duurzaam ter
plaatse te blijven … worden gelet op de bedoeling van de bouwer voor zover deze naar
buiten kenbaar is
Vestiging pandrecht
1. Openbaar/vuistpand op roerende zaken
o Overdraagbaarheid (art. 3:83 lid 1 jo. art. 3:228 BW).
o Geldige titel (art. 3:84 lid 1 jo. art. 3:98 BW).
o Levering: de zaak moet worden gebracht in de macht van de pandhouder of
van een derde omtrent wie de partijen zijn overeengekomen. Dit betekent
dat de pandhouder houder van de verpande zaak wordt en niet bezitter zoals
art. 3:90 BW zou meebrengen (art. 3:236 lid 1 BW).
o Beschikkingsbevoegdheid (art. 3:84 lid 1 jo. art. 3:98 BW).
2. Openbaar/vuistpand op vordering op naam
o Dezelfde eisen voor overdraagbaarheid, geldige titel en
beschikkingsbevoegdheid.
o Levering: d.m.v. akte en mededeling door pandgever of de pandhouder aan
de debiteur van de te verpanden vordering (art. 3:236 lid 2 jo. art. 3:94 lid 1
BW).
3. Stil/vuistloos op roerende zaken
o Dezelfde eisen voor overdraagbaarheid, geldige titel en
beschikkingsbevoegdheid.
o Levering: d.m.v. authentieke akte of geregistreerde onderhandse akte, zonder
dat de zaak wordt gebracht in de macht van de pandhouder of van een derde
(art. 3:237 lid 1 BW). De pandgever is verplicht de akte te verklaren dat hij tot
verpanding van het goed bevoegd is dat op het goed geen beperkte rechten
rusten, of als dat wel het geval is, welke rechten dat zijn (art. 3:237 lid 2 BW).
Dit is van belang voor de eventuele goede trouw van de pandhouder.
4. Stil/vuistloos op vordering op naam
o Dezelfde eisen voor overdraagbaarheid, geldige titel en
beschikkingsbevoegdheid.
o Levering: d.m.v. een authentieke akte of geregistreerde onderhandse akte
Vestiging hypotheekrecht
Overdraagbaarheid (art. 3:83 lid 1 jo. art. 3:228 BW).
Geldige titel (art. 3:84 lid 1 jo. art. 3:98 BW).
Levering door een tussen partijen opgemaakte notariële akte, waarbij de
hypotheekgever aan de hypotheekhouder hypotheek op een registergoed verleent,
gevolgd door haar inschrijving in de daartoe bestemde register (art. 3:260 BW).
Beschikkingsbevoegdheid (art. 3:84 lid 1 jo. art. 3:98 BW).
(Een recht van hypotheek kan ook worden gevestigd op beperkte rechten als erfpacht, mits die
rechten zelfstandig zijn en niet afhankelijk)
, Probleem 1
1. Welke beperkte genotsrechten zijn er? (Waarvoor kan je ze gebruiken? Waarop kan
je ze vestigen? Wat is de duur ervan? hoe zit het met de eventuele
vergoedingsplicht?)
2. Hoe kan men beperkte genotsrechten in het leve roepen/vestigen?
3. Wat is de werking van beperkte genotsrechten ten aanzien van derden?
4. Hoe zit het wanneer men op grond van een ander bouwt?
5. Welke verbintenisrechtelijke alternatieven bestaan er voor beperkte rechten, in het
bijzonder erfdienstbaarheid?
- Porto cabin - arrest
Het goederenrecht wordt ook wel het absolute eigendomsrecht genoemd.
Gesloten stelsel, numerus clausus, alleen hetgeen dat in de wet staat kan goederen
scheppen.
Overdracht (vestiging van een goederenrechtelijk recht)
Art. 3:98 BW: alle regels die van toepassing zijn op overdracht gelden ook voor de vestiging
van een goederenrechtelijk recht.
Art. 3:84 BW, de regels voor overdracht:
1. Overdraagbaarheid
2. Beschikkingsbevoegdheid
3. Een geldige titel
4. Vestigingsformaliteit (levering)
a. Beperkte rechten op onroerende zaken: door middel van het opmaken van
een notariële akte gevolgd door inschrijving daarvan in de daartoe bestemde
openbare registers art. 3:89 BW (erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal)
b. Rechten op naam stille cessie art. 3:94 lid 2 BW (alleen het opmaken van
een notariële akte of onderhandse akte en registratie daarvan) of openbare
cessie art. 3:94 lid 1 BW (opmaken van een notariële akte en mededeling
daarvan aan de debiteur
c. Beperkte rechten op roerende zaken: verschaffing van de feitelijke macht
over dat goed art. 3:90/91 BW
Feitelijke bezitsverschaffing art. 3:114 BW
Constituto possessorio art. 3:115 sub a BW, vervreemder bezit de zaak
en krachtens een bij de levering gemaakt beding houdt hij voor de
verkrijger
Brevi manu art. 3:115 sub b BW, de verkrijger was voor de overdracht
al houder van de zaak
Longa manu art. 3:115 sub c BW, een derde houdt de zaak voor de
overdracht voor de vervreemder en na de overdracht voor de
ontvanger
*ALTIJD art. 3:98 jo. 3:84 BW (anders mag je art. 3:84 BW niet gebruiken voor het vestigen
van een goederenrechtelijk recht)