De wanden van arteriën en venen bestaan uit 3 duidelijk onderscheiden lagen:
1. De tunica intima, of tunica interna is de binnenste laag van een bloedvat.
Hierin zijn vooral elastische vezels aanwezig.
2. De tunica media, de middelste laag, bevat glad spierweefsel. Als deze
samentrekken, neemt de diameter van het bloedvat af; als ze ontspannen
neemt de diameter van het bloedvat toe.
3. De buitenste tunica externa, of tunica adventitia, vormt een koker van
bindweefsel rond het bloedvat.
Arteriën hebben een dikkere wand dan
venen. Ze bevatten een dikkere tunica
media, omdat deze meer elastische vezels
en glad spierweefsel bevat.
Dankzij de elastische onderdelen kunnen
arteriewanden de druk van het hart beter
weerstaan bij een samentrekking van het
hart.
Glad spierweefsel in de arteriewanden staat
onder invloed van het sympathische
gedeelte van het autonome zenuwstelsel.
Samentrekking is Vasoconstrictie.
Ontspanning is Vasodilatatie.
Bij Arteriosclerose worden de arteriewanden dikker en stugger. Complicaties bij
arteriosclerose zijn verantwoordelijk voor veel sterfgevallen. Arteriosclerose bij
de coronaire vaten is bv. Verantwoordelijk voor coronairlijden en arteriosclerose
in arteriën naar de hersenen kunnen een herseninfarct tot gevolg hebben.
Er zijn 2 grote vormen van arteriosclerose:
- bij focale verkalking wordt beschadigd glad spierweefsel in de tunica media
door kalkafzettingen vervangen. Dit vindt plaats bij het verouderingsproces in
combinatie met atherosclerose; ook is deze vorm van verkalking soms een
complicatie bij DM.
- Bij atherosclerose ontstaan vetachtige afzettingen in de tunica media; dit
gaat gepaard met beschadiging van de endotheel bekleding. Dit is de meest
voorkomende vorm van arteriosclerose. Deze afzetting heet plaque.