Hoorcollege 1
Inleiding
De overheid kan bepaalde maatregelen maken als zij de bestuursbevoegdheid
hiertoe hebben. Gulden regel: bestuursbevoegdheid moet het bestuursoptreden
legitimeren. De bestuursbevoegdheid moet op de wet steunen, vooral als
grondrechten in het geding komen.
Vb: de corona-app, deze zou moeten worden gesteund door een wet in formele zin
en dit is momenteel een probleem. Er is een spoedwet inzake de coronamaatregelen
in de maak maar die is nog niet tot stand gekomen.
Deze steun is een waarborg voor burgers.
We hebben te maken met milieuproblematiek en klimaatverandering. Er komen
langere, hetere periodes, en op andere momenten regent het meer. Hoe moeten we
omgaan met het gebruik van grondwater? Kun je mensen verbieden om een
zwembad te vullen? Waarop is dat gebaseerd?
Het gaat om de discretie van het openbare bestuur. Het openbare bestuur doet meer
dan mechanisch de wet uitvoeren. Het bestuur is in belangrijke mate zelf een
rechtsvormer. Zij kunnen allerlei besluiten nemen o.b.v. discretionaire
bevoegdheden. Rechtsvorming is in feite nog niet af, het stellen van verboden of
geboden in een concreet geval is aan het bestuur. Het bestuur zal deze
bevoegdheden moeten aanwenden o.b.v. discretie. Er is keuzevrijheid.
Discretie mag niet naar willekeur worden uitgeoefend. De discretie moet worden
aangewend o.b.v. een zorgvuldige en afgewogen belangenafweging.
Bij grondwater gaat het om de volgende belangen: drinkwatervoorziening,
volksgezondheid, economie, natuur, ecologie.
Het bestuur houdt zich bezig met normstelling: er worden regels gemaakt o.b.v.
bestuursbevoegdheid, er worden vergunningen verleend, deze vergunningen kunnen
voorschriften bevatten. Dit zijn normen waaraan burgers gebonden kunnen zijn.
Soms beschikt het bestuur over adequate bevoegdheden, maar toch verzaakt het
bestuur de normstelling.
Het bestuur moet de normen die het stelt handhaven. Handhaving is het sluitstuk van
een goed proces van normstelling. Als er nooit wordt gesanctioneerd zullen burgers
en ondernemingen zich waarschijnlijk niet goed aan de normen houden.
In Scheveningen was het jaren lang gebruikelijk dat rivaliserende groepen van
bewoners een wedstrijd maakten van het bouwen van het hoogste vreugdevuur. Dit
werd gedaan met opgestapelde pallets. De torens werden steeds hoger. Hoe zit het
met de veiligheid? Wat is de bedoeling van de torens? Met verkeerde wind is dit erg
tricky. Jaren geleden ging het erg fout; er ontstonden vuurtornado’s en dit zorgde
voor veel schade.
Hoe kon dit gebeuren? Hier was het bestuur toch bij betrokken? In casu zijn er veel
dingen fout gegaan. Het ging al fout bij de normstelling; er bleek geen adequate
vergunning te zijn verleend en de regels die er waren werden nauwelijks
gehandhaafd. Men was bang voor rellen waardoor ze het maar zijn gang lieten gaan.
Conclusie: er waren gebrekkige normstelling en gebrekkige handhaving.
,Soms kan het niet anders dan dat het bestuur streng optreedt en dat activiteiten
worden beperkt.
Oefenvragen
De burgemeester van Putten weigert een evenementenvergunning voor een
vreugdevuur i.v.m. de veiligheid van het publiek. De weigering van de vergunning is
een:
a. Beschikking.
b. Besluit.
c. Een met een besluit gelijkgestelde handeling.
d. Een met het oog op bezwaar met een besluit gelijkgestelde handeling.
Het gaat om de weigering van een vergunning. Een vergunning is een beschikking.
Is de weigering van de vergunning ook een beschikking? Wat een beschikking is
staat in de Awb. De weigering is ook een beschikking. Antwoord a is een juist
antwoord. Ook antwoord b is juist, een beschikking is in de structuur van de Awb een
besluit.
De burgemeester van Putten is een bestuursorgaan omdat:
a. Hij openbaar gezag uitoefent.
b. Hij een rechtspersoon ingesteld krachtens publiekrecht is.
c. Hij orgaan is van de gemeente.
d. Hij lid is van het college van B&W.
e. Hij in de Gemeentewet als bestuursorgaan is aangewezen.
f. Geen alternatief is juist.
Bestuursorgaan in de Awb: er bestaan 2 typen bestuursorganen; a-orgaan en b-
orgaan. Het b-orgaan gaat over openbaar gezag. De burgemeester oefent openbaar
gezag uit. We komen hier echter pas aan toe als een orgaan niet tot bestuursorgaan
kwalificeert o.b.v. het a-criterium. Je kijkt dus eerst of de burgemeester een a-orgaan
is.
Het beste alternatief is c.
Geschiedenis
Je ziet bestuursrecht op allerlei plekken. Overal waar menselijke samenlevingen met
een structuur en leider zijn, is ook gezag. Hier vinden ordening en sturing plaats.
Een stad kent een stadsbestuur. Er is een structuur van regels om de orde te
handhaven. Je ziet bouwregelgeving. Er moesten regels komen voor brandveiligheid.
Bestuursrecht speelt een rol bij handel en geld.
Het bestuursrecht dat wij bestuderen is pas de laatste 200 jaar tot ontwikkeling
gekomen. Om het goed te begrijpen moet je iets weten over ontwikkelingen rond de
18e en 19e eeuw.
Bij de geboorte van het moderne bestuursrecht waren twee omwentelingen
belangrijk:
1. De Franse Revolutie. Het oude regime van de ouderwetse vorst werd
verworpen, er kwam een radicale democratisering. Het leidde tot meer
genuanceerd denken over de machtenscheiding. Er kwamen structuren in het
staatsrecht die ook belangrijk waren voor de ontwikkeling van het
bestuursrecht (opkomst van de wetmatigheid, legaliteitsbeginsel,
machtenscheiding, het erkennen van fundamentele rechten).
2. De industriële revolutie. Leidde ertoe dat in West-Europese landen er een
omslag kwam van een economische samenleving, gebaseerd op handel en
, agrarische culturen. Er kwamen kleine industrieën. Er ontstonden
maatschappelijke vraagstukken. Hoe is het gesteld met
arbeidsomstandigheden? Hoe zit het met hinder en overlast? Het
bestuursrecht komt hier tot zijn recht; het is voor een belangrijk deel sturend
en ordenend recht.
Bestuursrecht als rechtsgebied
Het bestuursrecht is dus een relatief jong rechtsgebied met een lange historie.
Het bestuursrecht kent een waarborgfunctie en een instrumentele functie.
- Waarborgfunctie: het geeft regels wat binnen overheidsgezag en -macht kan
worden uitgeoefend. Het beschermt door het stellen van regels de burger.
- Instrumentele functie: het bestuursrecht is de gereedschapskist van ons
openbare bestuur. Er zitten instrumenten in om tot normstellingen te komen.
Hierin vinden we ook de handhavingsbevoegdheden.
Recht is voortdurend in ontwikkeling. Bestuursrecht is bovengemiddeld gevoelig voor
verandering. Verklaring: de ordenende en sturende functie. Het bestuursrecht is naar
zijn aard sterk geneigd om nauw verbonden te zijn met allerlei beleidsmatige
ontwikkelingen.
Ook zijn er invloeden van Europa en de globalisering.
Het bestuursrecht ondergaat momenteel grote veranderingen door de sterk
opkomende digitalisering. Hoe kunnen burgers communiceren met ons openbaar
bestuur? Hoe moet je omgaan met dit verkeer? Kan het nemen van besluiten binnen
het openbaar bestuur worden overgelaten aan een computerprogramma? Hoe
moeten we dan omgaan met de normering?
Ontstatelijking: het overgangsgebied tussen de burgerlijke maatschappij en de
publieke sfeer wordt steeds diffuser. Je ziet steeds meer private actoren die een
soort semioverheid zijn door het uitoefenen van publieke taken. Dit heeft gevolgen
voor de normering.
De invloed van Europa zal in de toekomst waarschijnlijk verder toenemen. Kunnen
we een Awb op Europees niveau verwachten? Dit kan nog behoorlijk lang duren, als
het er al komt. Er moet dan eerst een duidelijke bevoegdheidsbasis in het unierecht
zijn om zo’n wet tot stand te brengen. Er zijn wel ontwikkelingen om te komen tot het
omschrijven van algemene leerstukken van Europees bestuursrecht en algemene
beginselen. Het Europees parlement dringt ook aan op een algemene verordening
met algemeen besluitvormingsrecht voor de instellingen. Dit is een soort mini-
Europese-Awb. Dit kan een belangrijke informatiebron zijn voor nationale wetten.
Bestuursrecht van de lidstaten komt meer naar elkaar toe.
Je kan het bestuursrecht niet geïsoleerd bestuderen. Er zijn overlappen met
strafrecht, staatsrecht, privaatrecht en Europees en internationaal recht. Deze cirkels
overlappen elkaar deels.
Staatsrecht en bestuursrecht hebben een oude, hechte en noodzakelijke relatie.
Het bestuur bedient zich van bestuursrechtelijke bevoegdheden en instrumenten,
maar ook van privaatrecht. Het bestuur kan overeenkomsten sluiten, en de overheid
is ook eigenaar van grond. Ze kunnen eigendomsbevoegdheden uitoefenen. Hoe zit
het dan met de normering? Is er dan alleen privaatrecht van toepassing, of ook
bestuursrechtelijke elementen? Overheidsprivaatrecht.
Veel bestuursrechtelijke regels kunnen strafrechtelijk worden gehandhaafd.
Bestuursrecht heeft zich strafrecht toegeëigend door de introductie van
, bestuursrechtelijke sancties met een bestraffend karakter. Voorbeeld: bestuurlijke
boete. Het is een strafrechtelijk getinte boete die niet door de strafrechter kan worden
opgelegd, maar door een bestuursorgaan. Tegen de bestuurlijke boete is achteraf
rechtsbescherming mogelijk bij de bestuursrechter. Bestuursstrafrecht.
Bestuursrecht en Europees en internationaal recht zijn sterk in ontwikkeling.
Europees bestuursrecht.
Kenmerken van het bestuursrecht
- Het belang van de wet en het begrip ‘bestuursbevoegdheid’.
o Legaliteit: dient het primaat van de wetgever. Het bestuur moet worden
voorzien van bevoegdheden, hier moet een adequate wettelijke
grondslag voor zijn.
o Specialiteit: doelbinding van het bestuur. De bevoegdheden zijn
duidelijk omschreven.
- De rechtsbetrekking in het bestuursrecht.
o Het dominante besluitmodel.
o De ongelijkwaardige relatie tussen bestuur en burger. Het gaat om een
andere ongelijkheid dan feitelijke machtsongelijkheid. De ongelijkheid
wordt vooral veroorzaakt door het feit dat het bestuur het algemene
belang moet behartigen en de burger voor zijn eigen belangen opkomt.
- Gelede normstelling en bestuurlijke discretie. Sfeer van de belangenafweging.
o Trias-vraagstukken kenmerken het bestuursrecht (bv. rechterlijke
toetsing van beleidsruimte).
De Awb
De Awb is 25 jaar oud. We hebben een Awb omdat de Grondwet er vanuit gaat dat
die Awb er moet zijn (art. 107 lid 2 Gw). De Awb heeft een aantal belangrijke
doelstellingen: de wet moest leiden tot vereenvoudiging van het bestuursrecht,
uniformering van het recht, meer systematiek en codificatie van ongeschreven
bestuursrecht. In de jaren ’80 van de vorige eeuw zagen we dat het bestuursrecht
chaotisch tot stand was gekomen. Het bestuursrecht kwam versnipperd tot stand. De
wetgever nam actie op deelterreinen (bijzondere delen van het bestuursrecht), deze
hebben wel gemeenschappelijke kenmerken. Deze gemeenschappelijke kenmerken
worden geconcentreerd in de Awb.
Het ongeschreven bestuursrecht werd toen ook gecodificeerd. Dit zorgt voor meer
kenbaarheid en rechtszekerheid.
De rechtsbescherming was te veel versnipperd; er was een bonte verzameling van
rechters en procesregelingen.
De Awb is een belangrijke bron van o.a.:
- Algemene begrippen.
- Definities van en bepalingen over algemene leerstukken van bestuursrecht
(bv. delegatie, mandaat, toezicht).
- Codificaties en uitwerkingen van rechtsbeginselen.
- Algemene regelingen voor bepaalde besluiten.
De Awb is géén wetboek! Het is een belangrijke algemene wet, maar het is geen
wetboek zoals in het Strafrecht. Reden: naast de Awb zijn alle bijzondere wetten
blijven bestaan. Het is gewoon een coördinerende centrale wet.