BIOMAS BRASIL:
- Bioma Amazonia: Tropisch Regenwoud
- Bioma Caatinga: Steppe/Droogtepolygoon
- Bioma Cerrado: Savanne
- Bioma Pantanal: Tropisch wetland/moeras
- Bioma Mata Atlántica: Kustgebergte
- Bioma Pampa: Grasvlakte
De Pantanal ligt in het stroomgebied van de Paraná. Dit is een seizoensgebonden wetland.
RURALE INVOLUTIE:
- De latifundia’s (groot landbouwbedrijf) zijn tegenwoordig sterk gemechaniseerd. Ze
produceren voor de nationale en internationale markt
- De meeste boeren werken op zeer kleine bedrijfjes, minifundia’s. Zij produceren voor de
zelfvoorziening en de lokale markt. Vaak komen deze boertjes niet rond met hun bedrijf
waardoor ze elders parttime werk moeten zoeken.
Tot en met de 19e eeuw was de productie en uitvoer van grondstoffen het belangrijkst. Sinds
1930 steeds meer industriële ontwikkeling in de kuststrook. Tijdens de militaire dictatuur (1964-
1985) richtte Brasil zich helemaal op industrialisatie, vooral importsubstitutie. Importsubstitutie
is het vervangen van import door binnenlandse/lokale productie.
Na het instorten van de rubberhandel werd Manaus in 1967 een economische vrijhandelszone
(een gebied waar handelsbelemmeringen zijn afgeschaft)
- In de laatste decennia heeft Brasil een aanzienlijke ontwikkeling doorgemaakt. Inmiddels
behoort het land tot de top tien van de wereldeconomieën
- In de jaren 90 kiest Brasil voor meer vrijhandel, dus geen importsubstitutie meer. Een
aantal Zuid-Amerikaanse landen richten het economische samenwerkingsverband
MERCOSUL op in 1991, als tegenwicht
- In 2008 nam Brasil het initiatief tot de oprichting van het UNASUR. (Unie van Zuid-
Amerikaanse Naties)
Centraliteit:
- Van de 30 grootste industrieën zijn er 16 in de staat Sao Paolo gevestigd.
- In het zuidoosten wordt 60% van het GDP gegenereerd
- 2/3e van de nationale productie vindt plaats in het zuidoosten
Brazilië wil als lid van de VN een steeds belangrijkere rol voor de (semi)perifere landen spelen.
Verder is het lid van het WTO en vanuit BRICS is het New Development Bank opgericht als
tegenwicht voor het IMF.
Urbane involutie: Het proces waarbij steeds meer mensen opgenomen worden in de stedelijke
economie, voornamelijk de informele sector
Ruim 35% van de werkzame bevolking werkt in de informele sector. Hun inkomsten zijn onzeker
en niet regelmatig, en ze hebben geen verzekeringen zoals arbeidsongeschiktheid. Het houd de
arbeidsverdeling wel in stand, er is minder onrust en de mensen hebben een extra inkomen.
Denk aan: fragmentarische modernisering en dualisme.
, Remittances: Brazilianen die in rijkere landen werken en een deel van hun inkomen naar hun
familie sturen. Veel Brazilianen werken in Portugal omdat daar dezelfde taal is, en zijn sinds 2017
vertrokken wegens de hoge werkloosheid in hun eigen land. In Portugal is de economie en het
toerisme gestegen en verdienen Brazilianen veel meer dan ze ooit in hun thuisland verdienen, en
ook de veiligheidssituatie in grote steden speelt mee.
Sinds 2013 gaan veel Brazilianen de straat op om te demonstreren tegen de hoge prijzen in het
openbaar vervoer, de exorbitante uitgaves aan het WK en de Olympische Spelen en het gebrek
aan investeringen in overheidsdiensten.
Sinds 1988 is Brazilië een federale republiek met een president, die eenmaal mag worden
herkozen. De bevolking heeft meer invloed gekregen op de politiek. Het deel van de bevolking
dat betrokken is bij de politiek (bevolkingsparticipatie) is enorm vergroot. Alle Brazilianen tussen
18 en 70 zijn verplicht om te gaan stemmen.
Tot 1930 zette Brasil zich in op de verkoop van agrarische producten (Agro-Industrie). Vanaf 1930
kwam er industrialisatie door importsubstitutie, vooral de rijkere en middenklassen profiteerden.
Vanaf 1995 was er een steeds grotere liberalisatie, en onder president Lula profiteerden ook de
armste.
Brazilië word gezien als een neo-develop mental state, en ze doen actief mee aan de
wereldeconomie. Ze koppelen hun economische groei aan sociale en duurzaamheidsdoelen, en
proberen innovatie te bevorderen. Ze vormen mondiale en continentale allianties.
Rondom de millenniumwissel zette Brasil zich voor het eerst in op armoedebestrijding, m.b.v. de
Bolsa Família dat wordt toegekend aan de armste gezinnen op voorwaarden zoals het nakomen
van schoolplicht en het deelnemen aan vaccinatiecampagnes. Het is een van de meest
succesvolle programma’s voor armoedebestrijding wereldwijd.
SAMENSTELLING BRAZILIË:
- Brancos, witte huidskleur (47%)
- Pretos: zwarte huidskleur (7.61%)
- Inheemsen (0.43%)
- Amarelos/Aziaten (1.09%)
- Mestizos: mix van Brancos en Inheems
- Mulatos: mix van Pretos en Brancos
- Zambos: mix van inheems en pretos
- Pardos: multiraciaal
Mestizering: de vermenging van verschillende bevolkingsgroepen, voor Brazilië word de
bevolking hierdoor witter.
Alle etniciteiten in Brazilië zijn volgens de wet gelijk en discriminatie is illegaal, maar zit in de
Braziliaanse cultuur ingebakken. Er is sprake van een grote sociaaleconomische ongelijkheid.
Brancos zitten vooral in de hogere inkomensklassen, pretas, pardos en indigenas vind je veel
meer onder de armen.
- Bioma Amazonia: Tropisch Regenwoud
- Bioma Caatinga: Steppe/Droogtepolygoon
- Bioma Cerrado: Savanne
- Bioma Pantanal: Tropisch wetland/moeras
- Bioma Mata Atlántica: Kustgebergte
- Bioma Pampa: Grasvlakte
De Pantanal ligt in het stroomgebied van de Paraná. Dit is een seizoensgebonden wetland.
RURALE INVOLUTIE:
- De latifundia’s (groot landbouwbedrijf) zijn tegenwoordig sterk gemechaniseerd. Ze
produceren voor de nationale en internationale markt
- De meeste boeren werken op zeer kleine bedrijfjes, minifundia’s. Zij produceren voor de
zelfvoorziening en de lokale markt. Vaak komen deze boertjes niet rond met hun bedrijf
waardoor ze elders parttime werk moeten zoeken.
Tot en met de 19e eeuw was de productie en uitvoer van grondstoffen het belangrijkst. Sinds
1930 steeds meer industriële ontwikkeling in de kuststrook. Tijdens de militaire dictatuur (1964-
1985) richtte Brasil zich helemaal op industrialisatie, vooral importsubstitutie. Importsubstitutie
is het vervangen van import door binnenlandse/lokale productie.
Na het instorten van de rubberhandel werd Manaus in 1967 een economische vrijhandelszone
(een gebied waar handelsbelemmeringen zijn afgeschaft)
- In de laatste decennia heeft Brasil een aanzienlijke ontwikkeling doorgemaakt. Inmiddels
behoort het land tot de top tien van de wereldeconomieën
- In de jaren 90 kiest Brasil voor meer vrijhandel, dus geen importsubstitutie meer. Een
aantal Zuid-Amerikaanse landen richten het economische samenwerkingsverband
MERCOSUL op in 1991, als tegenwicht
- In 2008 nam Brasil het initiatief tot de oprichting van het UNASUR. (Unie van Zuid-
Amerikaanse Naties)
Centraliteit:
- Van de 30 grootste industrieën zijn er 16 in de staat Sao Paolo gevestigd.
- In het zuidoosten wordt 60% van het GDP gegenereerd
- 2/3e van de nationale productie vindt plaats in het zuidoosten
Brazilië wil als lid van de VN een steeds belangrijkere rol voor de (semi)perifere landen spelen.
Verder is het lid van het WTO en vanuit BRICS is het New Development Bank opgericht als
tegenwicht voor het IMF.
Urbane involutie: Het proces waarbij steeds meer mensen opgenomen worden in de stedelijke
economie, voornamelijk de informele sector
Ruim 35% van de werkzame bevolking werkt in de informele sector. Hun inkomsten zijn onzeker
en niet regelmatig, en ze hebben geen verzekeringen zoals arbeidsongeschiktheid. Het houd de
arbeidsverdeling wel in stand, er is minder onrust en de mensen hebben een extra inkomen.
Denk aan: fragmentarische modernisering en dualisme.
, Remittances: Brazilianen die in rijkere landen werken en een deel van hun inkomen naar hun
familie sturen. Veel Brazilianen werken in Portugal omdat daar dezelfde taal is, en zijn sinds 2017
vertrokken wegens de hoge werkloosheid in hun eigen land. In Portugal is de economie en het
toerisme gestegen en verdienen Brazilianen veel meer dan ze ooit in hun thuisland verdienen, en
ook de veiligheidssituatie in grote steden speelt mee.
Sinds 2013 gaan veel Brazilianen de straat op om te demonstreren tegen de hoge prijzen in het
openbaar vervoer, de exorbitante uitgaves aan het WK en de Olympische Spelen en het gebrek
aan investeringen in overheidsdiensten.
Sinds 1988 is Brazilië een federale republiek met een president, die eenmaal mag worden
herkozen. De bevolking heeft meer invloed gekregen op de politiek. Het deel van de bevolking
dat betrokken is bij de politiek (bevolkingsparticipatie) is enorm vergroot. Alle Brazilianen tussen
18 en 70 zijn verplicht om te gaan stemmen.
Tot 1930 zette Brasil zich in op de verkoop van agrarische producten (Agro-Industrie). Vanaf 1930
kwam er industrialisatie door importsubstitutie, vooral de rijkere en middenklassen profiteerden.
Vanaf 1995 was er een steeds grotere liberalisatie, en onder president Lula profiteerden ook de
armste.
Brazilië word gezien als een neo-develop mental state, en ze doen actief mee aan de
wereldeconomie. Ze koppelen hun economische groei aan sociale en duurzaamheidsdoelen, en
proberen innovatie te bevorderen. Ze vormen mondiale en continentale allianties.
Rondom de millenniumwissel zette Brasil zich voor het eerst in op armoedebestrijding, m.b.v. de
Bolsa Família dat wordt toegekend aan de armste gezinnen op voorwaarden zoals het nakomen
van schoolplicht en het deelnemen aan vaccinatiecampagnes. Het is een van de meest
succesvolle programma’s voor armoedebestrijding wereldwijd.
SAMENSTELLING BRAZILIË:
- Brancos, witte huidskleur (47%)
- Pretos: zwarte huidskleur (7.61%)
- Inheemsen (0.43%)
- Amarelos/Aziaten (1.09%)
- Mestizos: mix van Brancos en Inheems
- Mulatos: mix van Pretos en Brancos
- Zambos: mix van inheems en pretos
- Pardos: multiraciaal
Mestizering: de vermenging van verschillende bevolkingsgroepen, voor Brazilië word de
bevolking hierdoor witter.
Alle etniciteiten in Brazilië zijn volgens de wet gelijk en discriminatie is illegaal, maar zit in de
Braziliaanse cultuur ingebakken. Er is sprake van een grote sociaaleconomische ongelijkheid.
Brancos zitten vooral in de hogere inkomensklassen, pretas, pardos en indigenas vind je veel
meer onder de armen.