Hoofdstuk 9 reacties en energie
Paragraaf 1 reactiesnelheid
De reactiesnelheid is het aantal mol stof dat per liter per seconde ontstaat
of verdwijnt/hoe snel de reactie verloopt. De reactiesnelheid is afhankelijk
van: temperatuur, concentratie van beginstof, verdelingsgraad van
beginstof, katalysator en soort stof. Volgens het botsende-deeltjesmodel
treedt een chemische reactie op zodra er sprake is van een effectieve
botsing tussen deeltjes. Een katalysator verlaagt de activeringsenergie
van een reactie. Gemiddelde reactiesnelheid = concentratieverandering
(mol/L) / verstreken tijd (s).
Paragraaf 2 reactiewarmte
De reactie-energie is de hoeveelheid energie die nodig is of vrijkomt bij
een chemische reactie. We gebruiken voor de reactie-energie de
reactiewarmte. De vormingswarmte is de hoeveelheid warmte die nodig is
of vrijkomt tijdens het vormen van één mol stof. De vormingswarmte van
een element is nul. Reactiewarmte = vormingswarmte reactieproducten –
vormingswarmte beginstoffen.
Paragraaf 3 fossiele brandstoffen
Bij elke energie-omzetting gaat een deel van de energie verloren. Omdat
aardolie een mengsel is van duizenden stoffen, wordt de olie eerst
gescheiden in kleinere mengsel die we fracties noemen. Dit
scheidingsproces heet gefractioneerde destillatie. De naftafractie wordt
door kraken bewerkt tot kleinere koolwaterstoffen, die als grondstof
dienen voor allerlei producten. Bij de verbranding van fossiele
brandstoffen ontstaat CO2. Door de toename van CO2 in de lucht treedt er
een versterkt broeikaseffect op.
Paragraaf 4 duurzame brandstoffen
Biomassa is materiaal van organische oorsprong waaruit verschillende
biobrandstoffen worden geproduceerd, zoals bio-ethanol en biodiesel. Een
biobrandstof is CO2-neutraal, omdat er bij de verbranding van de
biobrandstof evenveel CO2 vrijkomt als er bij de fotosynthese van de
biomassa is opgenomen.
Paragraaf 1 reactiesnelheid
De reactiesnelheid is het aantal mol stof dat per liter per seconde ontstaat
of verdwijnt/hoe snel de reactie verloopt. De reactiesnelheid is afhankelijk
van: temperatuur, concentratie van beginstof, verdelingsgraad van
beginstof, katalysator en soort stof. Volgens het botsende-deeltjesmodel
treedt een chemische reactie op zodra er sprake is van een effectieve
botsing tussen deeltjes. Een katalysator verlaagt de activeringsenergie
van een reactie. Gemiddelde reactiesnelheid = concentratieverandering
(mol/L) / verstreken tijd (s).
Paragraaf 2 reactiewarmte
De reactie-energie is de hoeveelheid energie die nodig is of vrijkomt bij
een chemische reactie. We gebruiken voor de reactie-energie de
reactiewarmte. De vormingswarmte is de hoeveelheid warmte die nodig is
of vrijkomt tijdens het vormen van één mol stof. De vormingswarmte van
een element is nul. Reactiewarmte = vormingswarmte reactieproducten –
vormingswarmte beginstoffen.
Paragraaf 3 fossiele brandstoffen
Bij elke energie-omzetting gaat een deel van de energie verloren. Omdat
aardolie een mengsel is van duizenden stoffen, wordt de olie eerst
gescheiden in kleinere mengsel die we fracties noemen. Dit
scheidingsproces heet gefractioneerde destillatie. De naftafractie wordt
door kraken bewerkt tot kleinere koolwaterstoffen, die als grondstof
dienen voor allerlei producten. Bij de verbranding van fossiele
brandstoffen ontstaat CO2. Door de toename van CO2 in de lucht treedt er
een versterkt broeikaseffect op.
Paragraaf 4 duurzame brandstoffen
Biomassa is materiaal van organische oorsprong waaruit verschillende
biobrandstoffen worden geproduceerd, zoals bio-ethanol en biodiesel. Een
biobrandstof is CO2-neutraal, omdat er bij de verbranding van de
biobrandstof evenveel CO2 vrijkomt als er bij de fotosynthese van de
biomassa is opgenomen.