Samenvatting Ak Hoofdstuk 5 paragraaf
1t/m3
Paragraaf 1 verwering en erosie
Elk proces bij afbraak is verwering. Stukken rots breken af en vallen uiteen tot
kleine rotsblokken. Die vallen op hun beurt weer uiteten in grind, zand en klei. Dat
noemen we verweringsmateriaal.
Bij mechanische verwering veranderen de eigenschappen van het
verweringsmateriaal niet. Een zandkorreltje is eigenlijk een heel klein rotsblokje. Er
zijn drie oorzaken van mechanische verwering :
1 in droge gebieden is het overdag warm en zet de steen uit en in de nacht word het
koud en Krimt de steen weer en daardoor komen er barsten in en breekt de rots af
2 in koude gebieden kan er water in komen en dat bevriest en zet uit en dan kan het
uiteindelijk ook afbakken vorst verwering noemen we dat.
3 planten wortels kunnen inde kleine scheurtje zich uitbreiden en worden steeds
groter totdat het afbreekt
Bij chemischeverwering veranderen de de eigenschappen van het
verweringsmateriaal wel. Zo reageert kalksteen met regenwater: het lost op. Alle
verschijnselen die hoor door opstaan noemen we karstverschijselen. chemische
verwering komt vooral voor in warme en vochtige landen voor.
Verweringsmateriaal word meegenomen door rivieren en word door de bodem
geschuurd zo krijgt de rivier zo opstaan diepe v-vormige rivierdalen, een voorbeeld
erosie. Het verweringsmateriaal kan ook hoog in de bergen op sneeuw vallen en
daardoor glijd her naar benden en krijg je een u-vormig gletsjer dalen daar.
Paragraaf 2 transport en sedimentatie
In de bergen is veel verwering het verweringsmetriaal word meegenomen door
rivieren de groterotsblokken blijven boven liggen en het grind, zand en klei word
verder meegenomen door de rivier want daarvoor stroomt het nog te snel. In de
middelhoog blijft het grind liggen en het zand en klei nog niet. In de beneden loop
kan het zand en het klei naar beneden zakken als verweringmateriaal word
neergelegd noem je dat sedimentatie. Materiaal dat de rivier neerlegt, noemen we
fluviatiel sediment
Een gletsjer stroomt ook maar veel langzamer soms maar een paar meter per week.
Een gletsjer neemt ook verweringsmateriaal mee maar dan van alle verschillende
grootes we noemen dit morene. Het materiaal wat een gletsjer neerlegt noemen
1t/m3
Paragraaf 1 verwering en erosie
Elk proces bij afbraak is verwering. Stukken rots breken af en vallen uiteen tot
kleine rotsblokken. Die vallen op hun beurt weer uiteten in grind, zand en klei. Dat
noemen we verweringsmateriaal.
Bij mechanische verwering veranderen de eigenschappen van het
verweringsmateriaal niet. Een zandkorreltje is eigenlijk een heel klein rotsblokje. Er
zijn drie oorzaken van mechanische verwering :
1 in droge gebieden is het overdag warm en zet de steen uit en in de nacht word het
koud en Krimt de steen weer en daardoor komen er barsten in en breekt de rots af
2 in koude gebieden kan er water in komen en dat bevriest en zet uit en dan kan het
uiteindelijk ook afbakken vorst verwering noemen we dat.
3 planten wortels kunnen inde kleine scheurtje zich uitbreiden en worden steeds
groter totdat het afbreekt
Bij chemischeverwering veranderen de de eigenschappen van het
verweringsmateriaal wel. Zo reageert kalksteen met regenwater: het lost op. Alle
verschijnselen die hoor door opstaan noemen we karstverschijselen. chemische
verwering komt vooral voor in warme en vochtige landen voor.
Verweringsmateriaal word meegenomen door rivieren en word door de bodem
geschuurd zo krijgt de rivier zo opstaan diepe v-vormige rivierdalen, een voorbeeld
erosie. Het verweringsmateriaal kan ook hoog in de bergen op sneeuw vallen en
daardoor glijd her naar benden en krijg je een u-vormig gletsjer dalen daar.
Paragraaf 2 transport en sedimentatie
In de bergen is veel verwering het verweringsmetriaal word meegenomen door
rivieren de groterotsblokken blijven boven liggen en het grind, zand en klei word
verder meegenomen door de rivier want daarvoor stroomt het nog te snel. In de
middelhoog blijft het grind liggen en het zand en klei nog niet. In de beneden loop
kan het zand en het klei naar beneden zakken als verweringmateriaal word
neergelegd noem je dat sedimentatie. Materiaal dat de rivier neerlegt, noemen we
fluviatiel sediment
Een gletsjer stroomt ook maar veel langzamer soms maar een paar meter per week.
Een gletsjer neemt ook verweringsmateriaal mee maar dan van alle verschillende
grootes we noemen dit morene. Het materiaal wat een gletsjer neerlegt noemen