Emotionele ontwikkeling bij mensen met een
verstandelijke beperking:
Hoofdstuk 4.3 diagnostische instrumenten:
Er zijn weinig valide, betrouwbare en gestandaardiseerde observatieschalen en tests over de
emotionele ontwikkeling in omloop. Afhankelijk van de doelgroep en het niveau van
verstandelijk functioneren of de leeftijd wordt in meer of mindere mate met specifieke
lijsten gewerkt. Diagnostiek begint met het zorgvuldig observeren en van tevoren bedenken
wat je wilt onderzoeken. In het beschikbare diagnostische materiaal t.b.v. de emotionele
ontwikkeling zijn er drie soorten:
1. Observatieschalen om een schatting te doen van het emotionele niveau van
functioneren, bijvoorbeeld: SEO of ESSEON.
2. Observatieschalen of vragenlijsten die specifieke problemen in de (sociaal-
emotionele) ontwikkeling signaleren zoals angst of depressie, bijvoorbeeld: SEV, of
VISK.
3. Visuele hulpmiddelen bij het inschatten van de cliënt, bijvoorbeeld: hermeneutische
cirkel, SEO-Kleurenprofiel.
SEO:
SEO is de afkorting van: Schatting voor Emotionele Ontwikkeling, ontworpen door Dosen. De
lijst is niet officieel gevalideerd en gestandaardiseerd, wat inhoudt dat je er geen formele
betekenis aan toe mag kennen. Dus is voorzichtigheid geboden bij het gebruik en de
interpretatie ervan, en het is ook belangrijk dat deze lijst enkel gebruikt wordt als een
schatting van het emotionele niveau van functioneren.
De SEO is opgebouwd analoog aan de eerste vijf fasen van emotionele ontwikkeling. Uit
ervaring blijkt dat fasen 6 en 7 van de emotionele ontwikkeling nauwelijks tot niet voor-
komen bij mensen met een verstandelijke beperking. Het kan zijn dat zwakbegaafde men-
sen in fase 6 of 7 verkeren, maar meestal is er dan sprake van een harmonieus
ontwikkelingsprofiel. Er zijn geen problemen en daarmee is er ook geen reden voor
diagnostiek.
Per fase komen telkens tien kenmerkende aspecten voor emotionele ontwikkeling terug:
1. Omgang met het eigen lichaam
2. Omgang met andere volwassenen
3. Belevenis van zichzelf in de context van de interactie met de omgeving
4. Ontwikkeling van objectpermanentie
5. Angsten
6. Omgang met leeftijdsgenoten
7. Omgang met materiaal
8. Verbale communicatie
9. Affectdifferentiatie
10. Agressieregulatie
, De SEO dwingt je om meer gericht te kijken, niet alleen naar wat iemand kan maar vooral
naar wat hij aankan. Waar heeft iemand plezier in? Het legt ook veel meer het accent op
non-verbaal gedrag. In de praktijk blijkt het invullen lastig te zijn. Het is handig dat de lijst
ingevuld wordt door twee of meer personen die ervaring hebben in het interpreteren van
diagnostisch materiaal. Vaak is dit de gedragswetenschapper of GZ-psycholoog.
Het gedrag dat per fase is omschreven, is gedrag dat minimaal aanwezig moet zijn. Komt het
niet in die fase voor, dan is er sprake van een probleem. Bijvoorbeeld: pas in fase 4 (de
kleuterfase) is het normaal dat kinderen echte vriendschappen ontwikkelen. Komt het dan
nog niet voor, dan valt dat op. Snelle kinderen kunnen dat al eerder, in fase 2 of 3,
ontwikkelen.
Soms scoren cliënten regelmatig op items behorend bij overwegend een fase. Dan kun je
spreken van een schatting van niveau van emotioneel functioneren. Soms scoort een cliënt
items vrijwel in alle beschreven fasen: er is dan sprake van een disharmonisch profiel binnen
de emotionele ontwikkeling. Meestal gaat het om een complexe emotionele problematiek.
Dat is een goede reden om meer aandacht te besteden aan de anamnese en jeugd van de
cliënt en de gehechtheid in de eerste 3;0 jaar.
ESSEON:
Deze vragenlijst is ontwikkeld door een aantal zorgprofessionals werkzaam in de zorg voor
mensen met een verstandelijke beperking. ESSEON staat voor 'Experimentele Schaal voor de
beoordeling van het Sociaal-Emotionele Ontwikkelings Niveau'. De ESSEON is een schaal
voor de beoordeling van gedrag waarmee het niveau van de sociaal-emotionele ontwikkeling
bepaald kan worden. Dat wordt uitgedrukt in een ontwikkelingsleeftijd. De schaal is
gebaseerd op de sociaal- emotionele ontwikkeling van het 'normale kind' tussen O en 14
jaar. De ESSEON bestaat uit twee domeinen: sociale ontwikkeling en emotionele
ontwikkeling. Verder is de ESSEON ontwikkeld vanuit de gedachte dat de sociaal-emotionele
ontwikkeling een continu (en dus niet fasegewijs) verloop kent.
Binnen de twee domeinen worden de volgende dimensies onderscheiden:
1. Domeinen van sociale ontwikkeling:
2. Contactlegging
3. Sociale onafhankelijkheid
4. Morele ontwikkeling
5. Impulscontrole
6. Ik-bewustzijn in een sociale context
7. Sociaal inschattingsvermogen
8. Sociale vaardigheden
9. Relatie tot autoriteit
10. Sociale aspecten van seksuele ontwikkeling
Domein van de emotionele ontwikkeling:
1. Zelfbeeld
2. Emotionele onafhankelijkheid
3. Realiteitsbesef
4. Morele ontwikkeling
verstandelijke beperking:
Hoofdstuk 4.3 diagnostische instrumenten:
Er zijn weinig valide, betrouwbare en gestandaardiseerde observatieschalen en tests over de
emotionele ontwikkeling in omloop. Afhankelijk van de doelgroep en het niveau van
verstandelijk functioneren of de leeftijd wordt in meer of mindere mate met specifieke
lijsten gewerkt. Diagnostiek begint met het zorgvuldig observeren en van tevoren bedenken
wat je wilt onderzoeken. In het beschikbare diagnostische materiaal t.b.v. de emotionele
ontwikkeling zijn er drie soorten:
1. Observatieschalen om een schatting te doen van het emotionele niveau van
functioneren, bijvoorbeeld: SEO of ESSEON.
2. Observatieschalen of vragenlijsten die specifieke problemen in de (sociaal-
emotionele) ontwikkeling signaleren zoals angst of depressie, bijvoorbeeld: SEV, of
VISK.
3. Visuele hulpmiddelen bij het inschatten van de cliënt, bijvoorbeeld: hermeneutische
cirkel, SEO-Kleurenprofiel.
SEO:
SEO is de afkorting van: Schatting voor Emotionele Ontwikkeling, ontworpen door Dosen. De
lijst is niet officieel gevalideerd en gestandaardiseerd, wat inhoudt dat je er geen formele
betekenis aan toe mag kennen. Dus is voorzichtigheid geboden bij het gebruik en de
interpretatie ervan, en het is ook belangrijk dat deze lijst enkel gebruikt wordt als een
schatting van het emotionele niveau van functioneren.
De SEO is opgebouwd analoog aan de eerste vijf fasen van emotionele ontwikkeling. Uit
ervaring blijkt dat fasen 6 en 7 van de emotionele ontwikkeling nauwelijks tot niet voor-
komen bij mensen met een verstandelijke beperking. Het kan zijn dat zwakbegaafde men-
sen in fase 6 of 7 verkeren, maar meestal is er dan sprake van een harmonieus
ontwikkelingsprofiel. Er zijn geen problemen en daarmee is er ook geen reden voor
diagnostiek.
Per fase komen telkens tien kenmerkende aspecten voor emotionele ontwikkeling terug:
1. Omgang met het eigen lichaam
2. Omgang met andere volwassenen
3. Belevenis van zichzelf in de context van de interactie met de omgeving
4. Ontwikkeling van objectpermanentie
5. Angsten
6. Omgang met leeftijdsgenoten
7. Omgang met materiaal
8. Verbale communicatie
9. Affectdifferentiatie
10. Agressieregulatie
, De SEO dwingt je om meer gericht te kijken, niet alleen naar wat iemand kan maar vooral
naar wat hij aankan. Waar heeft iemand plezier in? Het legt ook veel meer het accent op
non-verbaal gedrag. In de praktijk blijkt het invullen lastig te zijn. Het is handig dat de lijst
ingevuld wordt door twee of meer personen die ervaring hebben in het interpreteren van
diagnostisch materiaal. Vaak is dit de gedragswetenschapper of GZ-psycholoog.
Het gedrag dat per fase is omschreven, is gedrag dat minimaal aanwezig moet zijn. Komt het
niet in die fase voor, dan is er sprake van een probleem. Bijvoorbeeld: pas in fase 4 (de
kleuterfase) is het normaal dat kinderen echte vriendschappen ontwikkelen. Komt het dan
nog niet voor, dan valt dat op. Snelle kinderen kunnen dat al eerder, in fase 2 of 3,
ontwikkelen.
Soms scoren cliënten regelmatig op items behorend bij overwegend een fase. Dan kun je
spreken van een schatting van niveau van emotioneel functioneren. Soms scoort een cliënt
items vrijwel in alle beschreven fasen: er is dan sprake van een disharmonisch profiel binnen
de emotionele ontwikkeling. Meestal gaat het om een complexe emotionele problematiek.
Dat is een goede reden om meer aandacht te besteden aan de anamnese en jeugd van de
cliënt en de gehechtheid in de eerste 3;0 jaar.
ESSEON:
Deze vragenlijst is ontwikkeld door een aantal zorgprofessionals werkzaam in de zorg voor
mensen met een verstandelijke beperking. ESSEON staat voor 'Experimentele Schaal voor de
beoordeling van het Sociaal-Emotionele Ontwikkelings Niveau'. De ESSEON is een schaal
voor de beoordeling van gedrag waarmee het niveau van de sociaal-emotionele ontwikkeling
bepaald kan worden. Dat wordt uitgedrukt in een ontwikkelingsleeftijd. De schaal is
gebaseerd op de sociaal- emotionele ontwikkeling van het 'normale kind' tussen O en 14
jaar. De ESSEON bestaat uit twee domeinen: sociale ontwikkeling en emotionele
ontwikkeling. Verder is de ESSEON ontwikkeld vanuit de gedachte dat de sociaal-emotionele
ontwikkeling een continu (en dus niet fasegewijs) verloop kent.
Binnen de twee domeinen worden de volgende dimensies onderscheiden:
1. Domeinen van sociale ontwikkeling:
2. Contactlegging
3. Sociale onafhankelijkheid
4. Morele ontwikkeling
5. Impulscontrole
6. Ik-bewustzijn in een sociale context
7. Sociaal inschattingsvermogen
8. Sociale vaardigheden
9. Relatie tot autoriteit
10. Sociale aspecten van seksuele ontwikkeling
Domein van de emotionele ontwikkeling:
1. Zelfbeeld
2. Emotionele onafhankelijkheid
3. Realiteitsbesef
4. Morele ontwikkeling