Aantekeningen NAH periode 1 (cliënt in perspectief)
Introductieweek:
Wat is NAH?
“Hersenletsel dat in de loop van het leven is ontstaan als het gevolg van een ziekte of een
ongeval. Er is sprake van een breuk in de levenslijn en de persoon is aangewezen op hulp en
ondersteuning”.
Gevolgen van NAH:
Neurologische gevolgen
Cognitieve gevolgen
Verandering van persoonlijkheid, emotie en gedrag
Psychiatrische stoornissen
Verwerking:
Acute fase: moment waarop ‘iets’ ingrijpends gebeurt.
Schokverwerking: de verwerking van “iets heftigs” zonder dat er sprake is van verlies
Machteloos voelen
Basisveiligheid is weg
, Vertrouwen in eigen lichaam
Hyper: veel adrenaline komt vrij en je schiet gelijk in de overlevingsmodus
Hypo: je bevriest en vergeet eventueel de gebeurtenis deels
1e reactie op trauma (survivalmode):
Fight (vechten)
Flight (vluchten)
Freeze (bevriezen)
Feed (zorgen voor)
Risico’s bij ingrijpende gebeurtenissen:
1. Risico op middelengebruik (alcohol of drugs)
2. Risico op sociaal isolement (niet meer naar buiten durven bijvoorbeeld)
3. Risico op PTSS (posttraumatische stress stoornis)
Gestagneerde ontwikkeling:
1. Trauma werkt als trigger
2. Na 4 weken lijken klachten een stoornis te worden
A. Stapeling
B. Omgeving
C. Alcohol en drugs
D. Ernst
E. Seksueel misbruik
F. Onverwachts verlies van een geliefde
G. Onjuiste bejegening
Posttraumatische stress stoornis:
, Herbeleving
Gevoelsmatige inperking
Negatieve gedachten of stemming
Verhoogde waakzaamheid/prikkelbaarheid
Tenminste 1 maand (moet minstens 1 maand aan de gang zijn)
Interfereren met dagelijks functioneren (je kunt niet meer functioneren zoals voordat
je de PTSS opliep)
Verliesverwerking:
Verlies van gezondheid, lichaamsfunctie of toekomstperspectief
Rouw:
1. Aanvaarden realiteit van het verlies
2. Doorleven van de pijn en verdriet
3. Aanpassen aan een nieuw leven en verlies accepteren
4. Vroegere leven emotioneel een plek geven en nieuw leven vormgeven
Beïnvloedbare factoren bij NAH:
Patiënt bevindt zich nog in de acute fase (bevinden in acute fase niet handig voor
starten met behandeling, wachten tot de patiënt in de revalidatiefase zit).
Onvoldoende realiteitsbesef
Cognitieve stoornissen
Verminderd IQ
Emotionele veranderingen
Verminderde communicatievaardigheden
Onvoldoende confrontatie met de beperking
Inadequate copingsstijl
Chronische rouw/levend verlies:
Na NAH: regelmatige confrontatie
Doorgaan leven anderen
Op verschillende levensgebieden (trouwen, gezin stichten, promotie maken op het
werk)
Uitingsvormen van chronische rouw kunnen divers zijn.
Coping:
“Coping is de manier waarop iemand gedragsmatig, cognitief en emotioneel op aanpassing
vereisende omstandigheden reageert. Het is een proces dat uit vele afzonderlijke
componenten bestaat en dat voortdurend verandert, afhankelijk van nieuwe informatie en
resultaten van vroegere gedragingen”.
Coping stijlen:
Actieve probleemgerichte coping vs passieve emotiegerichte coping
Problemen aanpakken/confronteren
Palliatieve reactie/afleiding zoeken (dagdromen, fantaseren)
Afwachten/vermijden (van ‘niet aan denken’ tot vluchtgedrag in drank, drugs, etc.)
Zoeken van sociale steun
Introductieweek:
Wat is NAH?
“Hersenletsel dat in de loop van het leven is ontstaan als het gevolg van een ziekte of een
ongeval. Er is sprake van een breuk in de levenslijn en de persoon is aangewezen op hulp en
ondersteuning”.
Gevolgen van NAH:
Neurologische gevolgen
Cognitieve gevolgen
Verandering van persoonlijkheid, emotie en gedrag
Psychiatrische stoornissen
Verwerking:
Acute fase: moment waarop ‘iets’ ingrijpends gebeurt.
Schokverwerking: de verwerking van “iets heftigs” zonder dat er sprake is van verlies
Machteloos voelen
Basisveiligheid is weg
, Vertrouwen in eigen lichaam
Hyper: veel adrenaline komt vrij en je schiet gelijk in de overlevingsmodus
Hypo: je bevriest en vergeet eventueel de gebeurtenis deels
1e reactie op trauma (survivalmode):
Fight (vechten)
Flight (vluchten)
Freeze (bevriezen)
Feed (zorgen voor)
Risico’s bij ingrijpende gebeurtenissen:
1. Risico op middelengebruik (alcohol of drugs)
2. Risico op sociaal isolement (niet meer naar buiten durven bijvoorbeeld)
3. Risico op PTSS (posttraumatische stress stoornis)
Gestagneerde ontwikkeling:
1. Trauma werkt als trigger
2. Na 4 weken lijken klachten een stoornis te worden
A. Stapeling
B. Omgeving
C. Alcohol en drugs
D. Ernst
E. Seksueel misbruik
F. Onverwachts verlies van een geliefde
G. Onjuiste bejegening
Posttraumatische stress stoornis:
, Herbeleving
Gevoelsmatige inperking
Negatieve gedachten of stemming
Verhoogde waakzaamheid/prikkelbaarheid
Tenminste 1 maand (moet minstens 1 maand aan de gang zijn)
Interfereren met dagelijks functioneren (je kunt niet meer functioneren zoals voordat
je de PTSS opliep)
Verliesverwerking:
Verlies van gezondheid, lichaamsfunctie of toekomstperspectief
Rouw:
1. Aanvaarden realiteit van het verlies
2. Doorleven van de pijn en verdriet
3. Aanpassen aan een nieuw leven en verlies accepteren
4. Vroegere leven emotioneel een plek geven en nieuw leven vormgeven
Beïnvloedbare factoren bij NAH:
Patiënt bevindt zich nog in de acute fase (bevinden in acute fase niet handig voor
starten met behandeling, wachten tot de patiënt in de revalidatiefase zit).
Onvoldoende realiteitsbesef
Cognitieve stoornissen
Verminderd IQ
Emotionele veranderingen
Verminderde communicatievaardigheden
Onvoldoende confrontatie met de beperking
Inadequate copingsstijl
Chronische rouw/levend verlies:
Na NAH: regelmatige confrontatie
Doorgaan leven anderen
Op verschillende levensgebieden (trouwen, gezin stichten, promotie maken op het
werk)
Uitingsvormen van chronische rouw kunnen divers zijn.
Coping:
“Coping is de manier waarop iemand gedragsmatig, cognitief en emotioneel op aanpassing
vereisende omstandigheden reageert. Het is een proces dat uit vele afzonderlijke
componenten bestaat en dat voortdurend verandert, afhankelijk van nieuwe informatie en
resultaten van vroegere gedragingen”.
Coping stijlen:
Actieve probleemgerichte coping vs passieve emotiegerichte coping
Problemen aanpakken/confronteren
Palliatieve reactie/afleiding zoeken (dagdromen, fantaseren)
Afwachten/vermijden (van ‘niet aan denken’ tot vluchtgedrag in drank, drugs, etc.)
Zoeken van sociale steun