Newton 3V H1 Antwoorden-1
Natuurkunde (Rijnlands Lyceum Wassenaar)
Scan to open on Studeersnel
Studocu is not sponsored or endorsed by any college or university
Downloaded by Féline Drummen ()
, lOMoARcPSD|52459589
Newton NaSk 3 vwo
Antwoorden hoofdstuk 1 Elektrische apparaten (deel A)
Antwoorden
Hoofdstuk 1 Elektrische apparaten
1.1 Starten
1 a Föhn, elektrische oven, magnetron, strijkijzer, krultang.
b Ventilator, wasmachine, wasdroger, boormachine.
c Wasmachine, wasdroger, waterkoker, elektrische oven, enz.
2 a fout
b goed
c fout
d goed
3
Situatie Wat stroomt er? Wanneer stroomt het
makkelijk?
verkeer auto’s brede weg
drinken milkshake rietje met grote
opening
stroom door draad elektrische stroom dikke draad
leerlingen in gang leerlingen brede gang
4 a De spanning is 230 V.
b Staat op het typeplaatje of staat op/in het apparaat geperst.
c De stroomsterkte.
1
© ThiemeMeulenhoff bv
Downloaded by Féline Drummen ()
, lOMoARcPSD|52459589
Newton NaSk 3 vwo
Antwoorden hoofdstuk 1 Elektrische apparaten (deel A)
1.2 Elektrische energie
1 1. Nick vergeet niet altijd de spelcomputer uit te zetten.
2. In het weekeinde gaat Nick niet naar school, dus dan blijft de spelcomputer niet
urenlang aanstaan zonder dat hij wordt gebruikt. Nick is ook een aantal dagen per
jaar niet thuis, bijvoorbeeld op vakantie.
2 De opladers zitten 24 uur per dag in het stopcontact en gebruiken daardoor
aanhoudend elektrische energie. Als je ze na het opladen uit het stopcontact haalt,
scheelt dat heel veel uren.
3 Opladers gebruiken maar weinig energie per uur.
4 Waterkokers gebruiken veel elektrische energie per seconde.
5 De waterkoker staat maar kort aan. De totale tijdsduur per week of maand is gering.
6 Stel dat de opladers nu nog maar 2 uur in het stopcontact zitten. Dan krijg je:
Nick – besparing 600 uur 50 W – € 6,00
Inge – besparing 365 × 22 uur = 8 030 uur 1,25 W – € 2,01
Sander – besparing 365 × 100 s = 10,1 uur 1 800 W – € 3,65
Toelichting berekening: Inge bespaart gedurende 8030/600 = 13,38 maal zoveel uren,
per uur bespaart ze 50/1,25 = 40 maal zo weinig. Al met al bespaart ze 0,3345 maal
zo veel als Nick, dat geeft het genoemde bedrag. Ook bij Sander kun je met
verhoudingen werken.
7 Nick.
8 Eigen ideeën van de leerlingen.
9 Eigen ideeën van de leerlingen.
10 a niet waar; ze zetten elektrische energie om in warmte en beweging.
b waar
c niet waar; er gaat 5% van de elektrische energie verloren aan warmte.
d niet waar; het vermogen is het energiegebruik per seconde.
e niet waar; watt
f waar
g niet waar; er gaat 60% verloren aan warmte, 40% wordt nuttig gebruikt.
11 a Het vermogen is 900 W = 0,9 kW.
b De stofzuiger gebruikt 900 J per seconde (900 J/s).
c Je kent het rendement van de stofzuiger niet.
12 a de ledlamp van 8 W
b de ledlamp van 4 W
c de ledlamp van 4 W, want deze geeft ongeveer evenveel licht als een gloeilamp
van 40 W.
2
© ThiemeMeulenhoff bv
Downloaded by Féline Drummen ()
, lOMoARcPSD|52459589
Newton NaSk 3 vwo
Antwoorden hoofdstuk 1 Elektrische apparaten (deel A)
13
Apparaat Gewenste Ongewenste
energiesoort energiesoort
lamp licht warmte
keukenmixer beweging warmte en geluid
haardroger warmte geluid
soldeerbout warmte geen
speaker geluid warmte
14 energie – elektrische – nuttige – warmte –rendement - weinig – haardroger
15 a De krachtige boormachine heeft het grootste vermogen, omdat daar het zware
werk mee gedaan wordt. De schroefboormachine voor het eenvoudige werk.
Daar is geen groot vermogen voor nodig.
b De schroefboormachine, want die wordt het meest gebruikt.
16 a De airco gebruikt tijdens het koelen 2,5 kJ (2 500 J) per seconde.
b De airco gebruikt tijdens het verwarmen 3,2 kJ (3 200 J) per seconde.
c Bij deze airco gaat weinig energie verloren.
17 a De eenheid kWh hoort bij energie.
b 280 kWh
c De airco gebruikt deze hoeveelheid energie in 1 jaar.
18 a joule (J)
b 1 kWh = 3 600 000 J
c 280 kWh × 3 600 000 = 1 008 000 000 J
d De getallen in joule (J) zijn onhandig groot.
19 a Rendement is het percentage energie dat in nuttige energie omgezet wordt.
b Het apparaat of de batterij wordt warm. Dat is energieverlies.
c 25%
d 1 niet waar, ze dalen met 33%
2 waar, want het rendement is 1,5 keer zo groot
20 a Een hybride auto bespaart in de stad het meest, omdat je daar voortdurend
afremt en weer optrekt.
b “50 km op 1 liter benzine” in Autoplus.
“Nieuwe hybride is helemaal niet zo zuinig” in Nieuwe Auto.
c Eerlijker is als je zowel een stuk op de snelweg, als een stuk door de stad rijdt.
21 a 1 kWh = 3 600 000 J
AA-batterij:
12 kJ = 12 000 J
= 0,0033 kWh
Alkaline-batterij:
8 kJ = 8 000 J
= 0,0022 kWh
b zaklantaarn, digitale camera, draagbare gps
3
© ThiemeMeulenhoff bv
Downloaded by Féline Drummen ()