Geschiedenis samenvatting hoofdstuk 10
- Waardoor zijn er in het Midden-Oosten al meer dan een eeuw ernstige
conflicten?
Religieuze spanningen (tussen Joden, moslims en christenen.
Nationalisme: zowel Joods als Arabisch nationalisme groeide sterk
in de 20e eeuw.
Koloniale erfenis: na WO1 verdeelden Groot-Brittannië en Frankrijk
het Ottomaanse Rijk onder mandaatgebieden. Daardoor ontstonden
onnatuurlijke landsgrenzen en beloftes die elkaar tegenspraken.
Oprichting van Israël in 1948: leidde tot oorlogen, Palestijnse
vluchtelingen en blijvend conflict.
Economische ongelijkheid en westerse invloed leidden tot
radicalisering en opkomst van islamitisch fundamentalisme.
- Je kunt de verschillen in leefwijzen van de Joden in West- en Oost-
Europa beschrijven en verklaren.
West-Europese Joden:
Sterker geassimileerd (mengen met niet-Joden), vaak seculier.
Meer burgerrechten.
Vaak onderdeel van de middenklasse.
Oost-Europese Joden:
Leefden in sjtetls (afzonderlijke dorpen / steden), traditioneel-
religieus.
Vaak arm, slachtoffer van antisemitisme en pogroms.
➢ Door discriminatie in Oost-Europa groeide het zionisme: streven
naar een eigen Joodse staat.
- Je weet hoe minderheden in het Turkse Rijk werden bestuurd en
behandeld.
Minderheden (zoals Joden en christenen) waren dhimmi’s:
• Mochten hun religie behouden, maar met beperkingen.
• Moesten extra belasting betalen
Bestuur via millet-systeem:
• Religieuze gemeenschappen mochten eigen zaken regelen.
(rechtspraak, onderwijs)
In de 19e – 20e eeuw groeide het Turkse nationalisme, leidende tot
onderdrukking van minderheden (zoals de Armeense genocide in
1915)
- Je kunt het Joods en het Arabisch nationalisme beschrijven en
uitleggen hoe en waardoor dat nationalisme tijdens de Eerste
Wereldoorlog werd bevorderd.
Zionisme (Joods nationalisme:
• Ontstaan eind 19e eeuw door Theodor Herzl.
• Reactie op antisemitisme; doel: Joodse staat in Palestina.
- Waardoor zijn er in het Midden-Oosten al meer dan een eeuw ernstige
conflicten?
Religieuze spanningen (tussen Joden, moslims en christenen.
Nationalisme: zowel Joods als Arabisch nationalisme groeide sterk
in de 20e eeuw.
Koloniale erfenis: na WO1 verdeelden Groot-Brittannië en Frankrijk
het Ottomaanse Rijk onder mandaatgebieden. Daardoor ontstonden
onnatuurlijke landsgrenzen en beloftes die elkaar tegenspraken.
Oprichting van Israël in 1948: leidde tot oorlogen, Palestijnse
vluchtelingen en blijvend conflict.
Economische ongelijkheid en westerse invloed leidden tot
radicalisering en opkomst van islamitisch fundamentalisme.
- Je kunt de verschillen in leefwijzen van de Joden in West- en Oost-
Europa beschrijven en verklaren.
West-Europese Joden:
Sterker geassimileerd (mengen met niet-Joden), vaak seculier.
Meer burgerrechten.
Vaak onderdeel van de middenklasse.
Oost-Europese Joden:
Leefden in sjtetls (afzonderlijke dorpen / steden), traditioneel-
religieus.
Vaak arm, slachtoffer van antisemitisme en pogroms.
➢ Door discriminatie in Oost-Europa groeide het zionisme: streven
naar een eigen Joodse staat.
- Je weet hoe minderheden in het Turkse Rijk werden bestuurd en
behandeld.
Minderheden (zoals Joden en christenen) waren dhimmi’s:
• Mochten hun religie behouden, maar met beperkingen.
• Moesten extra belasting betalen
Bestuur via millet-systeem:
• Religieuze gemeenschappen mochten eigen zaken regelen.
(rechtspraak, onderwijs)
In de 19e – 20e eeuw groeide het Turkse nationalisme, leidende tot
onderdrukking van minderheden (zoals de Armeense genocide in
1915)
- Je kunt het Joods en het Arabisch nationalisme beschrijven en
uitleggen hoe en waardoor dat nationalisme tijdens de Eerste
Wereldoorlog werd bevorderd.
Zionisme (Joods nationalisme:
• Ontstaan eind 19e eeuw door Theodor Herzl.
• Reactie op antisemitisme; doel: Joodse staat in Palestina.