Extra teksten Bestuursprocesrecht
Week 1
- A.T. Marseille e.a., ‘Kleine Gids voor het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb’,
NJB 2023/819, p. 819-919
DOEL: Evenredig evenwicht tussen overheidsoptreden en burgerbelangen
Het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb beoogt deze verschuiving te realiseren door
(i) de inhoud van beslissingen meer af te stemmen op individuele behoeften, (ii) procedures aan te
passen aan realistische verwachtingen van burgers, en (iii) randvoorwaarden te creëren, waaronder
het op orde hebben van sectorale wetgeving en het hebben van een realistisch bestuursbeeld.
De voorstellen
1. Het voorgestelde artikel 2:4a Awb introduceert het 'dienstbaarheidsbeginsel' in de wet,
waarbij de overheid wordt opgeroepen om de burger centraal te stellen en dienstbaar te zijn
aan diens belangen.
2. Het wetsvoorstel stelt voor om het evenredigheidsbeginsel, zoals vastgelegd in artikel 3:4 lid
2 Awb, te verruimen door toevoeging van een bijzin. Deze bijzin zou bestuursorganen en
rechters de mogelijkheid bieden om af te wijken van wetgeving zonder discretionaire ruimte,
wanneer persoonlijke omstandigheden van een burger tot onevenredige uitkomsten leiden.
3. Het wetsvoorstel stelt voor om de uitzonderingen op de hoorplicht bij financiële
beschikkingen, zoals vastgelegd in artikel 4:12 Awb, te beperken. Momenteel kunnen
bestuursorganen afzien van horen bij financiële beschikkingen, maar het voorstel beoogt
deze uitzonderingen te verminderen.
4. Hoe burgers nu nog beperkt contact kunnen opnemen met het bestuursorgaan of dat
bezwaar de enige weg is om informatie te verkrijgen wilt het wetsvoorstel wil deze situatie
veranderen door belanghebbenden eerder toegang te geven tot relevante stukken en het
makkelijker te maken om contact op te nemen met het bestuursorgaan over het besluit.
Twee nieuwe artikelen worden voorgesteld: artikel 3:45a regelt hoe belanghebbenden
contact kunnen maken en artikel 3:45b regelt hoe zij kennis kunnen nemen van de relevante
stukken
5. Correctie van kennelijke fouten zonder specifieke termijnen of vormvereisten
6. Het conceptwetsvoorstel richt zich op twee hoofdpunten met betrekking tot schulden en de
menselijke maat:
- optimaliseren van betalingsregelingen
- kwijtschelden van schulden 4:94a
7. Een burgerlijke lus in aanvulling op de bestuurlijke lus
8. laagdrempelige en oplossingsgerichte bezwaarbehandeling
9. Verruimde toegang tot procedures van bezwaar en beroep
a. verlenging van termijn 6:7
b. verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding 6:11
- L.M. van der Loop, ‘Het voorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb’, Tijdschrift voor
Constitutioneel Recht 2024/15, afl. 2, p. 101-109
, De overheid wil de Awb aanpassen om beter aan te sluiten bij de menselijke maat en om de
dienstverlening aan burgers te verbeteren. In het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie
Awb worden wijzigingen voorgesteld die moeten leiden tot een meer betrouwbare, dienstbare en
rechtvaardige overheid.
Op 26 januari 2024 is dit voorstel in internetconsultatie gegaan. Daarbij zijn ook verschillende
instanties, zoals decentrale overheden, de rechtspraak en maatschappelijke organisaties, om advies
gevraagd. Deze consultatie is voorafgegaan door een preconsultatie met experts.
Voor juristen is vooral de voorgestelde wijziging van artikel 3:4 lid 2 Awb belangrijk. Die wijziging
maakt het mogelijk dat bestuursorganen bij gebonden bevoegdheden toch het
evenredigheidsbeginsel toepassen. Dat betekent dat zij ook in strikt voorgeschreven situaties
rekening moeten houden met proportionaliteit en redelijkheid. Daarnaast worden er andere
maatregelen voorgesteld:
- Codificatie van het dienstbaarheidsbeginsel: bestuursorganen moeten hun taken uitvoeren in
dienst van de burger.
- Betere communicatie tussen overheid en burger: om conflicten te voorkomen of sneller op
te lossen.
- Aanpassing van het bestuursprocesrecht: de rechter kan burgers meer ruimte geven om hun
standpunten toe te lichten.
2 | Uitgangspunten
Het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb vindt zijn oorsprong in de kabinetsreactie op
de Kinderopvangtoeslagaffaire, maar de gedachtevorming begon al eerder. In de memorie van
toelichting verwijst de regering bijvoorbeeld naar het programma ‘Passend Contact met de Overheid’
(sinds 2009) en het WRR-rapport ‘Weten is nog geen doen’ (2017). Daarin wordt duidelijk gemaakt
dat de overheid vaak te veel verwacht van burgers en onvoldoende rekening houdt met hun feitelijke
mogelijkheden.
De toenemende complexiteit van regelgeving, de nadruk op efficiëntie en taakstellingen binnen de
uitvoering hebben ertoe geleid dat bestuursorganen te weinig ruimte hebben om fundamentele
rechtsbeginselen toe te passen. Om dit te herstellen, kent het wetsvoorstel extra gewicht toe aan
het zorgvuldigheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Daarmee wordt
gezocht naar een nieuw evenwicht tussen uniforme wetstoepassing en maatwerk, zonder dat dit ten
koste gaat van het legaliteitsbeginsel of de rechtszekerheid.
Het gaat dus om een bestuursrecht dat niet alleen formeel juist is, maar ook rechtvaardige
uitkomsten oplevert in het individuele geval. Alleen de Awb aanpassen is daarvoor niet voldoende.
Ook bijzondere wetten zullen moeten worden herzien om bestuursorganen meer ruimte te geven,
bijvoorbeeld door minder gebonden bevoegdheden op te nemen. Daarnaast vraagt het voorstel ook
aanpassingen in de uitvoeringspraktijk van bestuursorganen.
Week 1
- A.T. Marseille e.a., ‘Kleine Gids voor het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb’,
NJB 2023/819, p. 819-919
DOEL: Evenredig evenwicht tussen overheidsoptreden en burgerbelangen
Het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb beoogt deze verschuiving te realiseren door
(i) de inhoud van beslissingen meer af te stemmen op individuele behoeften, (ii) procedures aan te
passen aan realistische verwachtingen van burgers, en (iii) randvoorwaarden te creëren, waaronder
het op orde hebben van sectorale wetgeving en het hebben van een realistisch bestuursbeeld.
De voorstellen
1. Het voorgestelde artikel 2:4a Awb introduceert het 'dienstbaarheidsbeginsel' in de wet,
waarbij de overheid wordt opgeroepen om de burger centraal te stellen en dienstbaar te zijn
aan diens belangen.
2. Het wetsvoorstel stelt voor om het evenredigheidsbeginsel, zoals vastgelegd in artikel 3:4 lid
2 Awb, te verruimen door toevoeging van een bijzin. Deze bijzin zou bestuursorganen en
rechters de mogelijkheid bieden om af te wijken van wetgeving zonder discretionaire ruimte,
wanneer persoonlijke omstandigheden van een burger tot onevenredige uitkomsten leiden.
3. Het wetsvoorstel stelt voor om de uitzonderingen op de hoorplicht bij financiële
beschikkingen, zoals vastgelegd in artikel 4:12 Awb, te beperken. Momenteel kunnen
bestuursorganen afzien van horen bij financiële beschikkingen, maar het voorstel beoogt
deze uitzonderingen te verminderen.
4. Hoe burgers nu nog beperkt contact kunnen opnemen met het bestuursorgaan of dat
bezwaar de enige weg is om informatie te verkrijgen wilt het wetsvoorstel wil deze situatie
veranderen door belanghebbenden eerder toegang te geven tot relevante stukken en het
makkelijker te maken om contact op te nemen met het bestuursorgaan over het besluit.
Twee nieuwe artikelen worden voorgesteld: artikel 3:45a regelt hoe belanghebbenden
contact kunnen maken en artikel 3:45b regelt hoe zij kennis kunnen nemen van de relevante
stukken
5. Correctie van kennelijke fouten zonder specifieke termijnen of vormvereisten
6. Het conceptwetsvoorstel richt zich op twee hoofdpunten met betrekking tot schulden en de
menselijke maat:
- optimaliseren van betalingsregelingen
- kwijtschelden van schulden 4:94a
7. Een burgerlijke lus in aanvulling op de bestuurlijke lus
8. laagdrempelige en oplossingsgerichte bezwaarbehandeling
9. Verruimde toegang tot procedures van bezwaar en beroep
a. verlenging van termijn 6:7
b. verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding 6:11
- L.M. van der Loop, ‘Het voorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb’, Tijdschrift voor
Constitutioneel Recht 2024/15, afl. 2, p. 101-109
, De overheid wil de Awb aanpassen om beter aan te sluiten bij de menselijke maat en om de
dienstverlening aan burgers te verbeteren. In het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie
Awb worden wijzigingen voorgesteld die moeten leiden tot een meer betrouwbare, dienstbare en
rechtvaardige overheid.
Op 26 januari 2024 is dit voorstel in internetconsultatie gegaan. Daarbij zijn ook verschillende
instanties, zoals decentrale overheden, de rechtspraak en maatschappelijke organisaties, om advies
gevraagd. Deze consultatie is voorafgegaan door een preconsultatie met experts.
Voor juristen is vooral de voorgestelde wijziging van artikel 3:4 lid 2 Awb belangrijk. Die wijziging
maakt het mogelijk dat bestuursorganen bij gebonden bevoegdheden toch het
evenredigheidsbeginsel toepassen. Dat betekent dat zij ook in strikt voorgeschreven situaties
rekening moeten houden met proportionaliteit en redelijkheid. Daarnaast worden er andere
maatregelen voorgesteld:
- Codificatie van het dienstbaarheidsbeginsel: bestuursorganen moeten hun taken uitvoeren in
dienst van de burger.
- Betere communicatie tussen overheid en burger: om conflicten te voorkomen of sneller op
te lossen.
- Aanpassing van het bestuursprocesrecht: de rechter kan burgers meer ruimte geven om hun
standpunten toe te lichten.
2 | Uitgangspunten
Het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb vindt zijn oorsprong in de kabinetsreactie op
de Kinderopvangtoeslagaffaire, maar de gedachtevorming begon al eerder. In de memorie van
toelichting verwijst de regering bijvoorbeeld naar het programma ‘Passend Contact met de Overheid’
(sinds 2009) en het WRR-rapport ‘Weten is nog geen doen’ (2017). Daarin wordt duidelijk gemaakt
dat de overheid vaak te veel verwacht van burgers en onvoldoende rekening houdt met hun feitelijke
mogelijkheden.
De toenemende complexiteit van regelgeving, de nadruk op efficiëntie en taakstellingen binnen de
uitvoering hebben ertoe geleid dat bestuursorganen te weinig ruimte hebben om fundamentele
rechtsbeginselen toe te passen. Om dit te herstellen, kent het wetsvoorstel extra gewicht toe aan
het zorgvuldigheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Daarmee wordt
gezocht naar een nieuw evenwicht tussen uniforme wetstoepassing en maatwerk, zonder dat dit ten
koste gaat van het legaliteitsbeginsel of de rechtszekerheid.
Het gaat dus om een bestuursrecht dat niet alleen formeel juist is, maar ook rechtvaardige
uitkomsten oplevert in het individuele geval. Alleen de Awb aanpassen is daarvoor niet voldoende.
Ook bijzondere wetten zullen moeten worden herzien om bestuursorganen meer ruimte te geven,
bijvoorbeeld door minder gebonden bevoegdheden op te nemen. Daarnaast vraagt het voorstel ook
aanpassingen in de uitvoeringspraktijk van bestuursorganen.