Hoofdstuk 1: Brits kolonialisme in Amerika
Paragraaf 1.1:
Motieven voor de overzeese Europese Expansie
- Economische redenen (specerijen handel, goud, zilver grondstoffen)
- Politieke redenen ( veroveren van een groot rijk voor mach en aanzien)
- Culturele redenen ( nieuwsgierigheid en zucht naar avontuur en verspreiding van geloof)
Eind 16e eeuw:
- De Engelsen verkende Noord- Amerika ze waren op zoek naar een uitvalsbasis in strijd
met Spanje en mogelijke kolonies
- 1585 wordt Roanoke de eerste kolonie van Engeland
De reformatie leidt tot splitsing van christendom in Europa
- Engeland was meegegaan met de protestantse reformatie
- De Engelse waren protestants en de Spanjaarden waren Katholiek
- In Engeland bepaalde de koning welke kant het christendom meer in ging de protestante of
katholieke kant.
- Philips II van Spanje wilde dat Engeland weer bij de katholieke kerk zou gaan horen, dat was
ook de rede waardoor Spanje en Engeland zo vijandig tegenover elkaar kwamen te staan.
Katholieke koning Philips II stuurde een “onoverwinnelijke” armada (Spaanse legervloot )om
Engeland aan te vallen, dit deden ze precies toen de Engelse Noord- Amerika aan het verkennen
waren. De aanval mislukte, veel Spaanse schepen moesten rondom GB varen. Engeland had echter
wel al zijn schepen nodig waardoor de schepen naar Roanoke terug werden geroepen en Engeland
de kolonie niet meer kon behouden.
In de 17e eeuw stichtten Engelsen nieuwe kolonies in Noord – Amerika, het aantal kolonisten
steeg snel
redenen voor vertrek naar koloniën:
- Landbouw grond
- Handel (met de inheemse bevolking)
- Werkgelegenheid in nijverheid
- Goud en zilver
- Geloofsvervolging in Europa
Puriteinen (streng Calvinistisch protestants) vonden de Engelse kerk te Katholiek. Want begin
17e eeuw kwam er een nieuwe koning Jacobus en die was meer geneigd naar het katholieke
geloof. De puriteinen waren bang dat ze vervolgt werden omdat ze hun Calvinistische geloof
niet wouden opgeven en vluchtte hierdoor naar de tolerante Nederlandse Republiek. Omdat
daar meerdere culturen werden geaccepteerd waren ze bang dat hun cultuur daar zouden
verliezen en gingen toen naar de nieuwe kolonie in Noord – Amerika. in 1960 stichtte ze
een puriteinse Nederzetting in New England, met als doel een hele nieuwe puriteinse
samenleving starten. Ze worden ook wel de pilgrim fathers genoemd (voorvaders van de VS)
, Kolonisten zijn afhankelijk van de inheemse bevolking zij leverde de producten en de kolonisten
hadden daarvoor het gereedschap, echter keken veel kolonisten neer op de inheemse bevolking en
werd een deel van die bevolking tot slaaf gemaakt of werd en grondgebied ingenomen door de
kolonisten.
De inheemse bevolking werd gedecimeerd (uitgedund) door:
- Bloederige oorlogen
- Nieuwe Europese ziektes
13 Britse koloniën in Noord – Amerika
- Noorden vestigingskoloniën, bestaat vooral uit Europeanen en afstammelingen, leefde
van kleinschalige landbouw, handel en nijverheid.
- Zuiden plantagekoloniën, bevolking bestaat vooral uit slaven, werden gebruikt om
producten te verbouwen voor de export o.a. katoen en tabak
De slavenhandel groeide snel door de trans Atlantische driekshoekshandel, hiervoor werd de royal
African Compagnie opgericht. De RAC heeft een monopolie op de Engelse handel met West-Afrika.
Europa
Textiel. Wapens, ijzer
plantage-
producten
Amerika Afrika
slaven
18e eeuw Europese kolonisten komen in aanraking met verlichte ideeën
- = stroming van geleerde die meenden dat alles met behulp van verstand kon worden
verklaard. Dit zou bijdragen aan de voortgang van de samenleving. De verlichting zorgde ook
voor grote veranderingen in het denken over de samenleving.
Die geleerden zijn tegen een samenleving gebaseerd op erfelijke rechten en plichten of
religieuze ideeën en zijn voor een samenleving gebaseerd op rede.
Verlichte denkers:
1. Rousseau: was voor volkssoevereiniteit. Dat houd in dat de bevolking het hoogste gezag had
en de overheid gebonden was aan de grondwet. Ook vond hij dat de bevolking in opstand
mocht komen tegen een slechte overheid.
2. Locke: hij was ook voor het volkssoevereiniteit, maar ook voor natuurlijke rechten. Dat houd
in dat ieder mens van nature recht heeft op leven, vrijheid en bezit. Van andere mag
verwacht worden dat zij die rechten respecteren.
3. Montesquieu: hij was voor het triaspolitica, dat houd in dat er een wetgevende, uitvoerende
en rechterlijke macht kwam om machtsmisbruik te voorkomen.