TAAK 8 CHRONISCH ZIEK, WAT
KUN JE ZELF EN WIE HELPT JE?
INHOUDSOPGAVE
Probleemstelling..................................................................................................... 1
Brainstorm.............................................................................................................. 1
Leerdoelen.............................................................................................................. 1
Leerdoel 1: Wat is een chronische ziekten? (wanneer ben je chronisch ziek, hoe
groot is de groep in Nederland)?.........................................................................2
Leerdoel 2: Wat is informele zorg/mantelzorg? (evt gevolgen)...........................2
Leerdoel 3: Hoe is de zorg in Nederland over het algemeen georganiseerd
(formele zorg, 1e, 2e lijns)?.................................................................................. 5
Leerdoel 4: Wat is zelfzorg en zelfmanagement?................................................8
Leerdoel 5: met welke zorg en zorgprofessionals hebben chronisch zieken over
het algemeen te maken?................................................................................... 10
Leerdoel 6: Wat is de programmatische aanpak?.............................................10
PROBLEEMSTELLING
Welke soorten zorg zijn er voor chronisch zieken?
BRAINSTORM
- Mantelzorg
- Formeel en informeel
- Eerstelijnsgezondheidszorg
- Tweedelijnsgezondheidszorg
- AWBZ en WMO
- Chronische ziekten
- Programmatische aanpak
- Langdurig professionele zorg
- Zelfzorg en zelfmanagement
- Maatschappelijke partijen (gemeente, overheid)
LEERDOELEN
, Maastricht University
LEERDOEL 1: WAT IS EEN CHRONISCHE ZIEKTEN? (WANNEER BEN
JE CHRONISCH ZIEK, HOE GROOT IS DE GROEP IN NEDERLAND)?
Volksgezondheidenzorg.info:
Een ‘chronische ziekte’ is gedefinieerd als een ziekte waarbij over het algemeen
geen uitzicht is op volledig herstel. Een chronische ziekte gaat doorgaans
gepaard met pijn, geestelijk lijden, beperkingen in functioneren of andere
klachten. De mate waarin mensen hinder ondervinden verschilt per ziekte en per
individu.
Op 1 januari 2016 hadden 8,8 miljoen mensen in Nederland één of meer
chronische ziekten. Dit komt overeen met 52% van de Nederlandse bevolking.
Chronische ziekten komen op alle leeftijden voor. Het percentage mensen met
één of meer chronische ziekten neemt echter toe met de leeftijd. Ruim 90% van
de mensen van 75 jaar en ouder heeft ten minste één chronische ziekte. Toch ligt
de prevalentie onder personen jonger dan 40 jaar ook al rond de 35%.
In de leeftijdsgroep van 0 tot 15 jaar zijn er relatief meer jongens dan meisjes
met een chronische ziekte. In de leeftijdsgroep van 15 tot 65 jaar zijn er juist
relatief meer vrouwen dan mannen met een chronische ziekte. In de
leeftijdsgroep boven de 65 jaar is er nagenoeg geen verschil in het aantal
mannen en vrouwen met een chronische ziekte. In de totale bevolking zijn er,
zowel absoluut als relatief, meer vrouwen dan mannen met een chronische
ziekte: 4,1 miljoen mannen (49% van alle mannen) en 4,7 miljoen vrouwen (55%
van alle vrouwen).
Nabespreking:
- RIVM: 18 chronische ziekten
- Volksgezondheid en zorg: 109 chronische ziekten
dus ook meer mensen met een chronische ziekte
- 52% van de bevolking heeft een chronische ziekte hiervan heeft weer
52% 2 of meer chronische ziekten
- 2/3e zegt dat ze een goed ervaren gezondheid hebben en geen
beperkingen
LEERDOEL 2: WAT IS INFORMELE ZORG/MANTELZORG? (EVT
GEVOLGEN)
Volksgezondheidenzorg.info: cijfers over mantelzorg:
CBS: mantelzorg zorg die iemand geeft aan een bekende uit zijn of haar
omgeving als deze persoon voor langere tijd ziek, hulpbehoevend of gehandicapt
is. De mantelzorg moet daarbij minimaal 3 maanden duren of het moet gaan om
minimaal 8 uur zorg per week. Volgens het CBS gaven meer vrouwen (15,8%)
dan mannen (12%) meer uren mantelzorg. Dit komt vooral doordat vrouwen
vaker zorgen voor hulpbehoevende naasten (zoals een ouder of schoonouder)
dan mannen. Gemiddeld werd er 11,2 uur mantelzorg per week gegeven.
SCP: mantelzorg de zorg die wordt gegeven aan een hulpbehoevende door
iemand uit diens directe sociale omgeving waarbij het kan gaan om zowel heel