TAAK 6 BEWEEGREDENEN?
INHOUDSOPGAVE
Moeilijke woorden................................................................................................... 2
Probleemstelling..................................................................................................... 2
Brainstorm.............................................................................................................. 2
Leerdoelen.............................................................................................................. 2
Leerdoel 1: Wat zijn risicofactoren die invloed hebben op de gezondheid?........2
Leerdoel 2: wat zijn cognitieve gedragsdeterminaten die invloed hebben op de
gezondheid?........................................................................................................ 4
Gedragsintentie................................................................................................ 4
Attitude, uitkomstverwachtingen.....................................................................4
Subjectieve norm en ervaren sociale invloed...................................................5
Eigen-effectiviteitsverwachting of waargenomen gedragscontrole..................6
Geanticipeerde spijt en morele verplichting.....................................................6
Risico-inschatting............................................................................................. 7
Kennis en bewustzijn........................................................................................ 7
Persoonlijkheidskenmerken.............................................................................. 8
Leerdoel 3: wat zijn omgevings gebonden gedragsdeterminaten die invloed
hebben op de gezondheid?................................................................................. 8
Fysieke omgeving............................................................................................ 9
Sociaal-culturele omgeving.............................................................................. 9
Economische omgeving................................................................................... 9
Politieke omgeving........................................................................................... 9
Niveaus van omgevingsdeterminanten............................................................9
Leerdoel 4: Hoe kun je het verband tussen gedrag en gezondheid
onderzoeken?.................................................................................................... 10
ZELF:.................................................................................................................... 11
Gezondheidsbevordering en Leefstijl................................................................11
Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering.............................................12
1
, Maastricht University
MOEILIJKE WOORDEN
/
PROBLEEMSTELLING
Welke gedragsdeterminanten hebben invloed op de gezondheid?
BRAINSTORM
- Voeding
- Beweging beweegredenen: motivatie, norm, doorzettingsvermogen,
discipline
- Omgeving
- Ideaalbeeld van de samenleving
- Risicofactoren
- Cognitieve gedragsdeterminanten: waarom je zelf wil
- Omgevingsgedragsdeterminanten: bv snelweg of lift makkelijker
LEERDOELEN
LEERDOEL 1: WAT ZIJN RISICOFACTOREN DIE INVLOED HEBBEN OP
DE GEZONDHEID?
Gezondheidsbevordering en leefstijl Gedrag wordt beïnvloed door genetische
aanleg, behoeften, driften, aangeleerde patronen en invloeden vanuit de
omgeving. Gedrag wordt ook voor een deel geleerd door het observeren en het
kopiëren van gedrag van anderen.
Theorie van gepland gedrag (Icek Ajzen) belangrijkste voorspeller van gedrag
is de gedragsintentie wordt door drie verschillende typen
gedragsdeterminanten verklaard:
1. De attitude ten aanzien van het gedrag.
De attitude is een gevoelsmatige houding van een persoon ten opzichte
van het gedrag, die wordt gevormd door de opvattingen en kennis die een
individu heeft van het gedrag of de uitkomsten van het gedrag.
2. De perceptie van sociale normen (descriptief en injunctief) om het gedrag
uit te voeren.
De perceptie van sociale normen geeft weer in hoeverre een gedrag
volgens de waarneming van de persoon normaal of geaccepteerd is. Een
onderscheid kan daarbij gemaakt worden tussen descriptieve en
injunctieve normen. De descriptieve norm gevormd door de percepties
van het gedrag die een individu om zich heen ziet, bv van vrienden of
ouders. De unjunctieve norm is de perceptie in hoeverre het gedrag
geaccepteerd wordt. Het gaat in de theorie om de subjectieve,
waargenomen normen.
3. De inschatting van een persoon of het gedrag daadwerkelijk uitvoerbaar is
(eigen effectiviteit).
2