H1 Wat is democratie?
1.1 Wereld bedekt met staten
Soeverein = een staat die op en bepaald gebied met duidelijke grenzen het hoogste gezag uitoefent
en het monopolie van geweldsuitoefening heeft. De soevereine staat bepaalt welke godsdienst
wordt toegelaten op eigen gebied. Staten respecteren elkaars soevereiniteit op ieders eigen gebied.
Thomas Hobbe in 17e eeuw burgers hadden er belang bij om alle macht onder één soeverein te
brengen. Alle beslissingen worden door een soevereine vorst genomen.
1.2 Het belang van politiek
Politiek = het proces waarin de gezaghebbende toedeling van waarden plaatsvindt. De keuzes
worden in algemeen geldende wetten vastgelegd. Wetten worden uitgevoerd door dienaren van de
macht ministers, ambtenaren, politie en leger. De meeste onderwerpen zijn van algemeen belang
omdat veel mensen er nu of later mee te maken krijgen. Er zijn veel verschillende oplossingen
mogelijk politieke besluiten maken kost tijd. Groot dilemma efficiënt besturen of maximale
participatie van burgers in de politiek?
1.3 Democratie
In een democratie gaat het om de macht van velen het volk regeert. Directe democratie komt bijna
niet meer voor, alleen nog bij referenda.
Kenmerken
In de meeste landen indirecte/representatieve democratie het volk kiest vertegenwoordigers die
de beslissingen nemen en met zekere regelmaat bij verkiezingen aan de bevolking verantwoording
moeten afleggen over hun beleid. De politieke macht is verdeeld over meerdere personen en
instituten die elkaar controleren trias politica. Andere kenmerken zijn:
Er is individuele vrijheid
Er gelden politieke grondrechten, burgers kunnen zelf hun vertegenwoordigers kiezen
Politie en leger hebben wettelijk beperkte bevoegdheden
Er bestaat onafhankelijke rechtspraak
Er bestaat persvrijheid
Parlementair of presidentieel stelsel
In het parlementaire stelsel is het rechtstreeks gekozen parlement het hoogste machtsorgaan. Op
basis van de samenstelling wordt er een kabinet geformeerd van ministers en staatssecretarissen.
Deze moeten altijd verantwoording afleggen aan het parlement, indirect aan het volk.
Constitutionele monarchie heeft een niet-gekozen staatshoofd van wie de macht sterk is beperkt
door de grondwet.
In het presidentiële stelsel wordt ook een president gekozen aan wie veel bevoegdheden worden
toegekend. De president staat aan het hoofd van de regering kan naar eigen keuze ministers
benoemen en ontslaan. Het ontbindingsrecht om het parlement te ontbinden heeft hij niet.
De Nederlandse staat
Nederland heeft sinds 1814 een constitutionele monarchie taken en bevoegdheden van het
staatshoofd zijn in de grondwet vastgelegd. Nederland is een parlementaire democratie met een
constitutioneel vorst. De grondwet laat zien hoe belangrijk de waarden vrijheid en gelijkheid zijn in
, een democratie iedereen mag meedoen en zelf bepalen op welke manier je gebruikmaakt van je
politieke rechten. Grondwet:
Taken en bevoegdheden van de drie politieke machten staan nauwkeurig omschreven
Alle Nederlanders vanaf 18 jaar hebben het recht om te stemmen en verkozen te worden.
Iedereen mag een politieke partij of vereniging oprichten, demonstreren of op een andere
manier zijn mening uiten.
De regels voor politieke besluitvorming zijn vastgelegd.
De overheid laat de media vrij, maar moet er ook voor zorgen dat de media over de juiste
informatie kunnen beschikken.
1.4 Dictatuur
Kenmerken
Dictatuur de drie machten – wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht – niet van elkaar
gescheiden zijn, maar in handen van een kleine groep mensen. De gewone burgers hebben
nauwelijks invloed op de politiek en kunnen hun rechten niet opeisen. Andere kenmerken:
Er is slechts een beperkte individuele vrijheid. Grondrechten zijn heel beperkt.
Er is nauwelijks politieke vrijheid. Tegenstanders worden gestraft.
Er is dikwijls overheidsgeweld. Politie, leger en geheime dienst hebben vergaande
bevoegdheden.
Er bestaat geen onafhankelijke rechtspraak. Bij politieke processen staat de uitkomst al vast.
De massamedia en kunstuitingen staan onder censuur van de overheid.
Soorten dictaturen
Ideologische dictaturen hebben een communistische partij die alle macht hebben. Door indoctrinatie
wordt de partij-ideologie met de paplepel ingegoten.
Theocratie = religieuze dictatuur de godsdienst is verheven tot staatsideologie. De
machtsuitoefening is volledig gebaseerd op de geloofsovertuiging.
Militaire dictaturen het leger heeft alle macht.
H2 Politieke stromingen
2.1 Wat is een ideologie?
Ideologie = een samenhangend geheel van ideeën over de mens en de gewenste inrichting van de
samenleving. Het gaat om 2 aspecten:
Normen en waarden die voor iedereen in de samenleving zouden moeten gelden. Normen
komen voort uit waarden.
De gewenste sociaaleconomische verhoudingen van de samenleving. Links wil de ongelijkheid
tussen mensen verminderen met goede uitkeringen en andere voorzieningen. De overheid is er
vooral om de zwakkeren te helpen. Rechts wil zo min mogelijk bemoeienis van de overheid op
sociaaleconomisch gebied. Politieke midden zit tussen links en rechts in.
2.2 de drie hoofdstromen
Liberalisme
De samenleving is er het meest gebaat bij als ieder individu zich optimaal kan ontplooien. Wat goed
is voor het individu is goed voor de maatschappij. Mensen zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig en
moeten elkaars opvattingen respecteren. Vrijheid, verantwoordelijkheid en tolerantie. De
vrijemarkteconomie is het beste voor het land. De overheid moet zich beperken tot kerntaken:
defensie, onderwijs, bescherming van rechtsstaat en klassieke grondrechten. Liberalisme is rechts.