https://drive.google.com/file/d/1yMEVVClVm_2rLLhMQKNf3OQQFe4leIDM/view
Hoofdstukken
- Hoofdstuk 7 Communicatie
- Hoofdstuk 19 Verandering
- Hoofdstuk 5 Leren
- Hoofdstuk 6 Persoonlijkheid
- Hoofdstuk 9 Motivatie
- Hoofdstuk 8 Perceptie
- Hoofdstuk 12 Individuen
- Hoofdstuk 13 Werken in teams
- Hoofdstuk 10 Groepsformatie
- Hoofdstuk 11 Groepsstructuur
- Hoofdstuk 21 Conflict
- Hoofdstuk 22 Macht & Politiek
Hoofdstuk 7 Communication
Communicatie staat centraal in het begrijpen van organisatiegedrag om meerdere redenen:
1. De effectiviteit van communicatie beïnvloedt individuele carrières en de ‘prestatie’ van de
organisatie.
2. Er werken maar weinig mensen alleen; de managementfunctie wikkelt zich in de interactie
met andere mensen, meestal voor meer dan 90% van hun tijd.
3. Communicatie wordt in veel organisaties als een probleem gezien.
4. Met het toenemen van de diversiteit van de maatschappij, gevoeligheid voor de normen en
verwachtingen van anderen is essentieel voor effectieve cross-culturele (interculturele)
communicatie.
5. Nieuwe technologieën heeft radicaal veranderd hoe, wat en wanneer we communiceren.
Communicatie wordt verbeterd als je in staat bent om te voelen wat andere voelen. Als je dat kan,
dan heb je sociale intelligentie
Social intelligence: the ability to understand the thoughts and feelings of others and to
manage our relationships accordingly.
Sociale intelligentie is cruciaal in een culturele diverse (werk)wereld.
Daniel Goleman onderscheidt sociale intelligentie in twee dimensies en elke dimensie bestaat uit
vier componenten:
1. Social awareness: wat we voelen over anderen.
a. Prima (oer) empathy: het lezen van emoties van anderen > bijv. gezichtsuitdrukking.
b. Attunement (afstemming): de ander begrijpen door aanhoudende aandacht en goed
luisteren.
c. Empathic accuracy (nauwkeurigheid): de ander begrijpen door observatie en
conclusies trekken over hoe iemand zich voelt en wat hij/zij denkt.
d. Social cognition (kennis): weten hoe de sociale wereld werkt, wat wordt verwacht en
het ‘lezen’ van de sociale signalen.
2. Social facility: hoe je acteert op dat besef.
a. Synchrony (synchroon): onze interacties arrangeren met de juiste gebaren > lachen,
knikken, houding en timing.
1