TOEGEPASTE METHODEN EN STATISTIEK : JANNEKE BITTER
COLLEGE 1
Padanalyse (PA) wordt besproken in college 1-4, factoranalyse (FA) in college 5-9.
Het doel van een pad-model is om theorieën te vangen in een formele vorm, het “pad-diagram”, om
daarna te kunnen onderzoeken of de veronderstelde theorie overeenkomt met de geobserveerde
correlaties in de werkelijkheid. Theorie kan je weerleggen of ondersteunen.
Basiselementen van een pad-model
- Variabelen
Zijn de eigenschappen van onderzoekseenheden (personen, echtparen, scholen etc.) waar je in
geïnteresseerd bent. Er moet variatie zijn in de eigenschap over de eenheden, anders is het geen
variabele maar een constante.
Veelvoorkomende fouten: verwarring van de waarden van de variabele met de variabele zelf.
Bijvoorbeeld “rijk” en “arm” zijn twee waarden van dezelfde variabele “inkomen”. Deze zet je dus niet
apart in het pad-model. Ook verwarring van een proces of een theorie met een variabele, hoeft ook
niet in het pad-model want zijn geen variabelen (zijn gewoon namen).
- Relaties tussen variabelen
- Soorten relaties/effecten
Relaties; een uitspraak waarin:
- Twee variabelen voorkomen
- Waarden van de ene variabele samengaan met die van de andere
Twee soorten uitspraken: covariatie en causaal.
Een causale relatie betekent dat de ene variabele leidt tot verandering in de andere. Als je de
onafhankelijke verandert, dan verandert daardoor ook de afhankelijke.
Schijnrelaties
Causale uitspraak; chocola zorgt voor gelukkig zijn
Causale uitspraak; chocola zorgt voor langer leven
Daardoor ook covariatie uitspraak; gelukkige mensen leven langer. Als je causatie hebt, heb je ook
covariatie. Dit is NIET andersom!!
Algemeen:
Variabele x veroorzaakt y1 / Variabele x veroorzaakt y2
Covariatie = y1 hangt samen met y2
Een schijnrelatie hierbij is denken dat er een causale relatie is tussen y 1 en y2
Ander voorbeeld van schijnrelaties is de correlatie tussen meer verkochte
ijsjes en haai aanvallen/ mensen verdrinken. Maar de variabele X is het warme weer.