Les 1:
Bloedsamenstelling:
Bloedstolling:
Bloedstolling begint bij een beschadiging van de binnenkant van het bloedvat → de endotheel laag.
Bloed buiten je lichaam zal stolling omdat er geen anti-trombine is.
Les 3:
Bloed kan het lichaam verlaten als (impact/passive):
Je kunt door de vorm van de bloeddruppel achterhalen onder welke hoek de bloeddruppel op de oppervlakte is
gevallen. Bij het practicum weet je de breedte en de lengte van de bloeddruppel.
, DNA en bloedonderzoek
De bloedvlekken/stains bestaan uit 3 categorieën:
- Passive, valt alleen door de zwaartekracht.
o Drip, flow, ooze
- Projected/impact, je ziet echt de grote bloedspat
patronen. Het ontstaat doormiddel van kracht.
o Gush, spurt, spray
- Transfer, komen doordat er contact is tussen een
bloedspat aan de ene kant, en een object aan de andere
kant.
o Wipe: verstoorde bloedspat
o Swipe: bloed wordt door een bewegend object
op een schoon oppervlak gesmeerd.
Spatter zijn bloedvlekken die ontstaan zijn door impact:
- Gunshot spatter
- Cast-off, van een voorwerp vliegen bloeddruppels af.
- Arterial spray, bloed dat uit een ader komt.
- Expirated spatter, zitten luchtbelletjes in de bloeddruppels. Komt uit de mond of longen.
Bloedspatten kunnen er anders uit gaan zien wanneer ze ouder worden:
- Skeletonised blood stain
o Gedroogde bloedvlek die schilfert
o Gedeeltelijke gedroogde vlek die wordt weggeveegd
- Bloedpoel
o Het bloed droogt aan de buitenkant
o Stolt aan de binnenkant
Er zij verschillende factoren die invloed hebben op het drogen van een bloedvlek:
- Temperatuur
- Luchtvochtigheid
- Luchtstromen
- Volume bloedspoor
- Type oppervlak (capillaire werking)
Analyse van een bloedspatpatroon kan veel informatie opleveren:
- Welke gebeurtenis veroorzaakte de vlekken?
- Welk voorwerp is er mogelijk gebruikt?
- Wat was de positie van het slachtoffer?
- Wat was de positie van de dader?
Les 4:
Bij personen swabje voorkeur:
- Alleen met toestemming
- Dwang onder voorwaarden: misdrijf voorkomen of op te helderen.
DNA Isolatie
Restriction Fragment Lenght Polymorphism: enzymen snijden/knippen op bepaalde
plekken het DNA. De knipplekken verschillen per persoon en zijn
genetisch/overerfbaar.
Kleinste stukken DNA gaan het snelste door de gel.