Kennistoets 2 – Mechanismen van Ziek en
Gezond
Anamnese
De opening is jezelf voorstellen en vervolgens een openingsvraag stellen → waar bent u voor
gekomen? Wat brengt u hier? Vertelt u eens…
Hulpvraag: wat maakt dat de patiënt op dit moment naar mij komt en met welke vraag?
Om de hulpvraag goed in kaart te kunnen brengen kan er gebruik gemaakt worden van de
BAFOV-methoden.
• Beleving van de klacht → emoties
• Attributies → ontstaan van de klacht
• Invloed van de klacht op het dagelijks Functioneren
• Wijze van Omgang met de klacht
• Wat de patiënt aan onderzoek en behandeling Verwacht
Vervolgens kan de klacht uitgediept worden met de ALTIS-methode.
• Aard van de klacht → karakter en intensiteit
• Lokalisatie van de klacht
• Tijdsverloop van de klacht → ontstaan en verloop
• Invloeden van omstandigheden/handelingen → wat vermindert of verergert de klacht
• Samenhang met andere klachten/verschijnselen
Tractusanamnese: aanvullende vragen die gesteld kunnen worden specifiek per tractus. Als een
klacht te maken heeft met een specifieke tractus kunnen door middel van de tractusanamnese
een volledigere anamnese opgesteld worden.
Casus Hoesten – Deel 1: Anamnese
Tijdens de anamnese worden de eerste vier onderdelen
van de klinische redeneercirkel uitgevoerd:
1. Schets situatie van patiënt
2. Verzamel informatie
3. Verwerk informatie
4. Stel differentiaaldiagnose op
Hoesten is één van de meest voorkomende klachten met
een incidentie van 98 per 1000 patiënten per jaar.
Acute hoest: < 3 weken
Subacute hoest: 3-8 weken
Chronische hoest: > 8 weken
Hoesten ontstaat doordat hoestreceptoren worden geprikkeld, deze bevinden zich in de farynx en
vooral het achterste deel van de trachea, carina en de bifurcaties van de grotere luchtwegen. Ze
, zitten ook (in minderen mate) in de kleinere luchtwegen, externe gehoorgang, sinus maxillaris, het
diafragma, de pleura, het pericard en de maag.
Er zijn bepaalde tekenen die meer kunnen duiden op een bepaald ziektebeeld. Dit dient goed
uitgevraagd te worden tijdens de anamnese.
Infectie → pneumonie, bronchitis
Sputum ophoesten
Koorts
Buitenlandbezoek → risicofactor voor resistente bacterie
Longgeluiden: rhonchi vaak weghoestbaar, crepitaties
Atypische pneumonie
Buitenlandbezoek → risicofactor voor atypische pneumonie
Omgevingsfactoren → risicofactor voor atypische pneumonie (Q-koorts, psittacose)
COPD
Bloed ophoesten → hemoptoë
Roken
Longgeluiden: wheezing (piepen) vaak expiratoir
Maligniteit
Bloed ophoesten → hemoptoë
Omgevingsfactoren → blootstelling aan chemische stoffen of astbest
Roken
B-symptomen → nachtzweten, afvallen en langdurige koorts
Longembolie
Pijn bij de ademhaling
Kortademigheid
Hypoxie
Verhoogde ademhalingsfrequentie → > 20 ademhalingen per minuut
Aanvullend onderzoek: bij verdenking op een longembolie is een D-dimeertest nodig.
Cardiale oorzaak → hartfalen
Gezond
Anamnese
De opening is jezelf voorstellen en vervolgens een openingsvraag stellen → waar bent u voor
gekomen? Wat brengt u hier? Vertelt u eens…
Hulpvraag: wat maakt dat de patiënt op dit moment naar mij komt en met welke vraag?
Om de hulpvraag goed in kaart te kunnen brengen kan er gebruik gemaakt worden van de
BAFOV-methoden.
• Beleving van de klacht → emoties
• Attributies → ontstaan van de klacht
• Invloed van de klacht op het dagelijks Functioneren
• Wijze van Omgang met de klacht
• Wat de patiënt aan onderzoek en behandeling Verwacht
Vervolgens kan de klacht uitgediept worden met de ALTIS-methode.
• Aard van de klacht → karakter en intensiteit
• Lokalisatie van de klacht
• Tijdsverloop van de klacht → ontstaan en verloop
• Invloeden van omstandigheden/handelingen → wat vermindert of verergert de klacht
• Samenhang met andere klachten/verschijnselen
Tractusanamnese: aanvullende vragen die gesteld kunnen worden specifiek per tractus. Als een
klacht te maken heeft met een specifieke tractus kunnen door middel van de tractusanamnese
een volledigere anamnese opgesteld worden.
Casus Hoesten – Deel 1: Anamnese
Tijdens de anamnese worden de eerste vier onderdelen
van de klinische redeneercirkel uitgevoerd:
1. Schets situatie van patiënt
2. Verzamel informatie
3. Verwerk informatie
4. Stel differentiaaldiagnose op
Hoesten is één van de meest voorkomende klachten met
een incidentie van 98 per 1000 patiënten per jaar.
Acute hoest: < 3 weken
Subacute hoest: 3-8 weken
Chronische hoest: > 8 weken
Hoesten ontstaat doordat hoestreceptoren worden geprikkeld, deze bevinden zich in de farynx en
vooral het achterste deel van de trachea, carina en de bifurcaties van de grotere luchtwegen. Ze
, zitten ook (in minderen mate) in de kleinere luchtwegen, externe gehoorgang, sinus maxillaris, het
diafragma, de pleura, het pericard en de maag.
Er zijn bepaalde tekenen die meer kunnen duiden op een bepaald ziektebeeld. Dit dient goed
uitgevraagd te worden tijdens de anamnese.
Infectie → pneumonie, bronchitis
Sputum ophoesten
Koorts
Buitenlandbezoek → risicofactor voor resistente bacterie
Longgeluiden: rhonchi vaak weghoestbaar, crepitaties
Atypische pneumonie
Buitenlandbezoek → risicofactor voor atypische pneumonie
Omgevingsfactoren → risicofactor voor atypische pneumonie (Q-koorts, psittacose)
COPD
Bloed ophoesten → hemoptoë
Roken
Longgeluiden: wheezing (piepen) vaak expiratoir
Maligniteit
Bloed ophoesten → hemoptoë
Omgevingsfactoren → blootstelling aan chemische stoffen of astbest
Roken
B-symptomen → nachtzweten, afvallen en langdurige koorts
Longembolie
Pijn bij de ademhaling
Kortademigheid
Hypoxie
Verhoogde ademhalingsfrequentie → > 20 ademhalingen per minuut
Aanvullend onderzoek: bij verdenking op een longembolie is een D-dimeertest nodig.
Cardiale oorzaak → hartfalen