Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting historische contexten geschiedenis eindexamen vwo 6

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
20
Geüpload op
03-07-2025
Geschreven in
2024/2025

Ik ben Tijn en ik heb vwo 6 afgerond op het Stedelijk Gymnasium in Nijmegen. Na een geschiedenistoets waarin ik achteraf gezien veel onnodige foutjes had gemaakt, werd ik verrast met een 7.3. Dit met dank aan mijn samenvatting, die het makkelijk voor me maakte om stof exact en correct uit het hoofd te leren. Deze samenvatting bevat alle historische contexten kort en bondig: het behandelt alleen wat je écht moet leren. De historische contexten dekken 2/3 van het eindexamen en moet je echt gedetailleerd kennen. Dit vraagt dan dus ook om een samenvatting. De rest van het geschiedenis eindexamen bedraagt de tijdvakken. Hiervoor heb ik een andere samenvatting, voor een lagere prijs.

Meer zien Lees minder
Niveau
Vak

Voorbeeld van de inhoud

H1 HC STEDEN EN BURGERS IN DE LAGE LANDEN
Uiteenvallen West-Romeinse Rijk -> Minder handel & steden en West-Europa
werd agrarische samenleving met ruilen van producten onderling. Vorsten
hadden niet meer de macht en middelen voor besturen groot rijk -> uitlenen aan
leenmannen

De late middeleeuwen (vanaf 11e eeuw)
De Nederland deel van Heilig Roomse Rijk (noorden) en Frankrijk (zuiden),
feodaal stelsel met keizer als hoogste leenheer. De leenheer bood privileges
en land, de leenman legde een eed van trouw af.

De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van
een agrarisch urbane samenleving
Nederland was in eerste instantie dunbevolkt en had ongeschikt land.
Drie oorzaken waardoor de landbouw productiever werd in de 11e eeuw:
1. Mensen begonnen steeds meer land te bebouwen wat eerst ongebruikt bleef
2. Drieslagstelsel: 1e jaar zomergranen, 2e jaar wintergranen, 3e jaar niks
3. Er kwamen nieuwe technieken
-> landbouwoverschotten -> specialisatie (producten maken) -> ontstaan handel
en ook veel op dezelfde toegankelijke kruispunten of rivieren -> ambachtslieden
en handelaren gingen zich vestigen op deze plekken -> verstedelijking en
monetaire economie (geld) = agrarisch-urbane samenleving.
Steden kregen marktrecht. Veel kooplieden naar de markten -> grote steden
kregen marktfunctie voor het omliggende verzorgingsgebied (wederzijds
afhankelijk).

Verstedelijking in Vlaanderen
Verstedelijking in Vlaanderen ging hard door minder sterke feodale
verhoudingen (meer vrijheid voor boeren), commerciële economie (door gebrek
aan graan en specialisatie veeteelt) en goede verbinding over land en water met
Europese gebieden.
Atrecht (vanaf 11e eeuw): economische zwaartepunt van Europa, bisschopsstad
in het Franse Rijk. Stad had een productieve landbouw en schapenhouderij ->
lakennijverheid en aansluiting tot de jaarmarkten.
Brugge (vanaf 1300): Brugge kan in tegenstelling tot Atrecht via de Noordzee
aansluiting vinden op Zuid-Europa (Spanje en Italië) en ook Hanze-steden;
Oostzeehandel, wat nog erg belangrijk bleef voor de Nederlanden =
internationale/Europese handel, nog geen wereldhandel (!)

Patriciaat
Er ontstond een derde stand van rijke poorters (kooplieden) die zich
ontwikkelden tot patriciërs, door:

 Stadsrechten te verkrijgen van de feodale heer: recht op zelfbestuur,
rechtspraak en het bouwen van stadsmuren, in ruil voor militaire steun en
betalen van belasting. Bewoners van deze stad heetten poorters. Er

, ontstonden ook aspirant poorters, mensen die burger van de stad
wilden worden.
 Organisatie in koopliedengilden (vakorganisaties) om concurrentie te
voorkomen -> meer geld te verdienen
 Leningen verstrekken aan adel = meer macht

Ze konden door zelfbestuur nieuwe bestuursfuncties verdelen, gingen zich van
de rest onderscheiden als het patriciaat en gedroegen zich als adel -> ze
bepaalden steeds meer werk gerelateerde zaken ten nadele van de
ambachtslieden en boeren (het gemeen) -> kloof tussen patriciaat en het
gemeen -> opstand ambachtslieden en boeren over deze werkomstandigheden
en ook bestuur -> Frankrijk stuurde een leger om de patriciërs bij te staan ->
Guldensporenslag in 1302: het leger van de Franse koning vocht met Vlaamse
patriciërs tegen ambachtslieden en boeren. De boeren en ambachtslieden
wonnen, door de natte modder waardoor de paarden van de rijke Patriciërs niet
konden rennen.


Eind late middeleeuwen en 16e eeuw

Economie
Vlaanderen en Brabant worden economisch zwaartepunt van de Nederlanden,
steden versterkten hun netwerk door innovatie en schaalvergroting.
Brugge: werd de grootste koopmansbeurs (plaats van geldhandel) door het
combineren van de principes de wisselbrief en de bank
Antwerpen: later werd Antwerpen belangrijker door goede verbinding met
Europese achterland en toegang voor nieuwe grotere zeeschepen, maar ook
stapelmarktfunctie en vooral door handel Spaanse en Portugese koloniën
(meeste invloed)
Amsterdam: een gespecialiseerde voorhaven voor handel in graan uit het
Oostzeegebied, begin stapelmarkt

Religieuze veranderingen
Bonum commune (het algemeen belang van de stedelingen) komt meer in de
handen te liggen van de stedelijke burgerij en neemt taken als onderwijs en
sociale zorg over van de geestelijkheid (ontwikkelden hun eigen ideeën erover)
-> minder afhankelijkheid van de kerk -> moderne devotie: geestelijken en
leken en verspreidden dat mensen zelf contact konden hebben met God, zonder
de kerk -> geloof werd individueler, katholieke kerk reageert met meer
begijnhoven (woningen voor vrome vrouwen onder toezicht van de kerk, geen
nonnen en geen klooster) en bedelorden (kloosters waarin monniken en
nonnen leefden van liefdadigheid), doel was aansluiting vinden op
geloofsbelevenis van steden.
Reformatie in de 16e eeuw: splitsing tussen protestantisme en katholicisme.
Protestanten wilden de kerk hervormen: met name het lutheranisme en het
calvinisme (laatste populair in Nederland). Staan allebei voor kleine rol van de

,kerk en meer direct contact met God: alleen de Bijbel wordt erkend als woord
van God. Zorgde voor uiteenvallen christelijke kerk in West-Europa.

Centralisatie
Vorsten streefden naar centralisatie: hele rijk bestuurd vanuit één punt en de
vorst bepaalt voor iedereen de wetten en de belasting.
Burgerij streefde naar particularisme: lokaal en zelfstandig beleid en
rechtspraak. Dit omdat zij meer macht wilden.
In Nederland probeerden de hertogen van Bourgondië te centraliseren in
Nederland (via huwelijken en oorlogen bijv.) -> Brugge kwam vaker in opstand
en verloor -> werd in 16e eeuw een arme stad -> Antwerpen nam deze positie
over.
De Nederlanden kwam onder Habsburgse vorst Karel V, die ook Duitsland en
Spanje bestuurde waardoor centralisatie toenam -> minder zelfstandigheid voor
steden en adel, maar ook hogere belastingen. De katholieke Karel V bestuurde
de Nederlanden vanuit Brussel en verbood het verspreiden van protestantse
door de doodstraf (kettervervolging)

De Nederlandse Opstand
Karels zoon, Filips II, zette de centralisatie en katholicisme voort ->
Beeldenstorm in 1566: protestanten bestormden katholieken kerken en
vernielden beelden -> Filips II stuurt Alva naar Nederland om orde op zaken te
stellen, sommige protestantse steden gingen achter edelman Willem van Oranje
staan, die in 1568 in opstand kwam.
Antwerpen liet het katholicisme niet toe en werd in 1585 belegerd door Alva en
gaf zich uiteindelijk toe (verliest stapelmarktfunctie) -> Antwerpenaren vluchtten
naar Amsterdam (waar het veiliger was) wat daardoor economisch groeide.
Zelfs de katholieken in de Nederlanden steunden het agressieve bewind niet of
nauwelijks, Alva werd dan uiteindelijk ook teruggeroepen om de rust te
herstellen. Noordelijke gewesten wisten zich dan los te rukken van Filips II -> de
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in 1588.

Kenmerken van de Republiek zijn:

 Statenbond: 7 gewesten met eigen bestuur
 Centrale orgaan was de Staten-Generaal met vertegenwoordigers van de
gewesten
 De stadhouder en de raadspensionaris (regent) waren de twee
machtsfiguren
 Calvinistisch met gewetensvrijheid (een andere godsdienst mag je niet in
het openbaar beoefenen, maar je wordt er niet om vervolgd als je erin
gelooft).



Om een gelijksoortige opstand van de katholieken in dit gebied te voorkomen en
dus de eenheid te bewaren was er gewetensvrijheid (elk geloof mogen
uitoefenen, maar niet openbaar als bij godsdienstvrijheid)

,Gouden Eeuw: 17e eeuw
De republiek in bloei
Spanje erkende de Republiek niet als onafhankelijk maar het zichzelf wel. Het
waren samenwerkende gewesten met afzonderlijke steden. De rijke kooplieden
(regenten) hadden de steden in handen. Landelijk bestuur waarin de gewesten
vertegenwoordigd werden en stadhouder voerde leger aan (dit waren vaak leden
van het Oranjehuis).

Regenten: rijke burgers (eerder patriciërs) die streefden naar welvarende steden
met particularisme (voorwaarde voor welvaart) en zo min mogelijk oorlogvoering
zodat de stadhouder niet meer macht had dan zij. Ook vonden ze
gewetensvrijheid belangrijk (ook voorwaarde voor welvaart). Raadspensionaris
was ook een regent. Aanhangers heetten staatsgezinden.

De stadhouder: streefde naar bestuurlijke en religieuze eenheid, aanzien en
meer geld naar het leger. In zijn voordeel: er was een oorlogseconomie (de
economie staat in dienst van oorlog), Nederland was nog steeds in strijd tegen
Spanje. Aanhangers heetten prinsgezinden.

1602 oprichting VOC:
Politieke reden: handelspositie van Spanje verzwakken en winst gebruiken bij de
oorlog. Economische reden: niet meer allemaal aparte compagnieën in de
gewesten die concurreerden maar een verenigde compagnie, dus samenwerken
om als verenigd geheel meer te verdienen.

Gouden eeuw (17e eeuw) door:

 Oorlogseconomie
 30-jarige oorlog tussen Duitsland en Frankrijk
 Overname Antwerpse beurs: door afsluiting van de Schelde gingen grote
zeeschepen door naar de haven van Amsterdam
 Arbeidsmigranten door economische dominantie en gewetensvrijheid ->
groei Nederlandse steden
 Amsterdam had een succesvolle stapelmarkt

Geografisch zorgde dit voor explosieve groei van steden in met name de
zeegewesten en in Holland en Utrecht ontstond een ring van steden verbonden
door openbaar vervoer.

Een burgerlijke cultuur
Grachtengordels waren populair bij rijke handelaren en kooplieden, voor toegang
tot handel over water. Kooplieden investeerden in technologie en nieuwe
technieken, maar ook in hun eigen status; ze kochten adelijke titels en lieten
stadspaleizen bouwen. Er ontstond ook een burgercultuur: burgers speelden een
centrale rol in kunst en cultuur, in plaats van de vorst.

, Het einde van de Gouden Eeuw
Einde 30-jarige oorlog (1618-1648) = stabilisatie in omringende landen +
mercantilisme in Engeland en het absolutistische Frankrijk = sterkere positie
andere Europese landen en zwakkere positie van de Republiek door minder
export
-> veel regenten trokken zich terug uit de handel en investeerden in
buitenlandse handel om hun geld veilig te stellen -> kloof tussen regenten en
het gemeen, want de burgers werden ontevreden over hun macht, omdat ze zelf
niet veel hadden geprofiteerd van de Gouden Eeuw en nu ook benadeeld worden
door deze neergang -> meer Oranjegezinden dan staatsgezinden. Van de
stadhouder (Oranjegezind) werd nu verwacht dat de burgers in bescherming
zouden worden genomen, maar de regenten slaagden er met behulp
raadspensionaris Johan de Witt om de Republiek te regeren zonder stadhouder.
Tot het Rampjaar. De Witt werd toen ook gelyncht.

Rampjaar in 1672: de Republiek raakt in oorlog met Frankrijk onder leiding van
Lodewijk XIV, Engeland en twee Duitse vorstendommen-> stadhouder Willem III
aangesteld. De aanvallen werden afgeslagen -> veel geld kwijt -> einde van de
Gouden Eeuw. Londen nam de positie van Amsterdam over als belangrijkste
handelsstad en koopmansbeurs. De regenten hielden hun macht doordat ze geld
hadden uitgeleend in plaats van te handelen. Er was sprake van
oligarchisering in het bestuur, waarin de macht in handen is van een kleine
groep mensen (een elite van regenten) die handelen uit eigenbelang.

Jaartallen
Atrecht als zwaartepunt: 11e eeuw
Brugge als zwaartepunt: 1300
Guldensporenslag: 1302
Val van Antwerpen: 1585
V.O.C. oprichting: 1602
Einde dertigjarige oorlog: 1648
Rampjaar: 1672

Geschreven voor

Instelling
Middelbare school
Niveau
Vak
School jaar
6

Documentinformatie

Geüpload op
3 juli 2025
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.96
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
tijndewilde Radboud Universiteit Nijmegen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
12
Lid sinds
10 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
5
Laatst verkocht
1 week geleden

5.0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen