en astma
Boek: Verstappen
Hoofdstuk 10 – Aandoeningen van luchtwegen en
longen
10.5.3 Aspecifieke longaandoeningen
De chronische bronchitis, het emfyseem en perifere luchtaandoeningen behoren tot de
COPD.
Astma en COPD komen frequent voor (20%). Er leiden 2 tot 3 keer zoveel mannen als
vrouwen aan deze specifieke longaandoeningen.
Er is een congenitale samenhang van astma met constitutioneel eczeem, hooikoorts en
voedingsmiddelenallergie.
2 mechanismen die een rol spelen bij het ontstaan van astma en COPD:
1. De bronchiale hyperreactiviteit
2. De immunologische overgevoeligheid
Bronchiale hyperreactiviteit
Een grote variabiliteit in de mate van luchtwegobstructie duidt op een verhoogde
gevoeligheid van de patiënt voor omgevingsprikkels = bronchiale hyperreactiviteit.
Bronchiale hyperreactiviteit = een toestand van de luchtwegen waarbij eerder, heftiger en
langduriger gereageerd wordt op een prikkel, die bij ‘normale’ personen geen of nauwelijks
reactie uitlokt.
Bronchiale hyperreactiviteit ontstaat wanneer het evenwicht tussen het sympathische en
het parasympatische zenuwstelsel verstoord is.
Zowel genetische (endogene) als omgevingsfactoren (exogene) kunnen een hyperreactiviteit
van de luchtwegen veroorzaken.
Bronchiale hyperreactiviteit wordt beïnvloed door:
Endogene factoren, zoals hormonen, erfelijke factoren, leeftijd en het bioritme.
Exogene factoren, zoals:
- Infecties
- Inspanning
- Chemische prikkels sigarettenrook, luchtverontreiniging,
schoonmaakmiddelen zoals chloor en verfbestanddelen.
- Formaldehyde
- Conserveermiddelen in voeding.
- Fysieke prikkels vocht, mist of regen.
- Stress.
Bronchiale hyperreactiviteit afname van 20% van het geforceerde expiratoire longvolume
in 1 sec (FEV1) bij de histamine-inhalatie provocatietest.
1