Economie thuis hoofdstuk 1: Consument en welvaart samenvatting
1.1 De jonge consument
Jonge consumenten hebben andere behoeften dan oudere. Een behoefte is alles wat je nodig hebt of
wilt hebben. Sommige producten, zoals voedsel en kleding, heb je echt nodig. Zulke noodzakelijke
producten heten primaire producten. Bij secundaire producten gaat het om luxe producten die niet
echt nodig zijn. Bij zowel primaire als secundaire producten kan het gaan stoffelijke of onstoffelijke
producten. Stoffelijke producten heten goederen en zijn producten, die je kunt aanraken, zoals een
auto of een fiets. Onstoffelijke producten kun je niet aanraken. Voorbeelden zijn veiligheid,
gezondheid of naar mooie muziek luisteren. Onstoffelijke producten hebben dikwijls te maken met
diensten, zoals de diensten van een DJ, een politieagent of een dokter.
1.2 Consumptie in Nederland
Consumptie is het kopen van goederen en diensten om je eigen behoeften te vervullen.
Consumptiegoederen die je maar één keer gebruikt worden niet-duurzame consumptiegoederen of
verbruiksgoederen genoemd. Consumptiegoederen die je méér dan één keer kunt gebruiken worden
duurzame consumptiegoederen of gebruiksgoederen genoemd. Het koopgedrag van consumenten
verschilt van persoon tot persoon. Je koopgedrag hangt bijvoorbeeld af van je inkomen, je leeftijd en
je smaak. Maar ook de streekgewoonten en het klimaat in een land hebben invloed op de dingen die
je koopt. Daarbij laat je je ook wel eens beïnvloeden door familie, buren, vrienden of zelfs
winkelpersoneel. Behalve door gezinnen worden ook door de overheid consumptiegoederen
gekocht. Redenen voor toename van de totale consumptie in Nederland zijn:
1. De bevolking groeit.
2. Door de stijgende inkomens neemt de koopkracht toe.
3. Nieuwe producten doen nieuwe behoeften ontstaan.
4. De prijzen van consumptiegoederen stijgen.
1.3 Schaarste en welvaart
Met schaarste wordt bedoeld dat er met de beschikbare productiemiddelen niet voldoende
goederen kunnen worden geproduceerd om al onze behoeften te vervullen. Daarom moet je voor
schaarse goederen betalen. Hoe schaarser een goed, hoe hoger de prijs. Omdat je behoeften groter
zijn dan je middelen, moet je steeds prioriteiten stellen. Je kunt je geld immers maar één keer
uitgeven. Als de schaarste afneemt, neemt de welvaart toe. Welvaart in ruime zin is de mate waarin
je met je beschikbare middelen in je behoeften kunt voorzien.
Welvaart in enge zin is het meten van je rijkdom door te kijken naar de koopkracht van je inkomen.
Welvaart (rijkdom) en welzijn (geluk) zijn twee verschillende begrippen. Welzijn is de mate waarin je
je gelukkig voelt. Bij het vak economie staat het begrip welvaart centraal.
1.4 Kopen en betalen
Als goederen tegen goederen worden geruild is er sprake van directe ruil of ruil in natura. Als geld
gebruikt wordt als ruilmiddel is er sprake van indirecte ruil. Bij indirecte ruil worden goederen geruild
tegen geld en dat geld kun je weer gebruiken om andere goederen te kopen. Chartaal geld bestaat
Pagina 1 van 4
1.1 De jonge consument
Jonge consumenten hebben andere behoeften dan oudere. Een behoefte is alles wat je nodig hebt of
wilt hebben. Sommige producten, zoals voedsel en kleding, heb je echt nodig. Zulke noodzakelijke
producten heten primaire producten. Bij secundaire producten gaat het om luxe producten die niet
echt nodig zijn. Bij zowel primaire als secundaire producten kan het gaan stoffelijke of onstoffelijke
producten. Stoffelijke producten heten goederen en zijn producten, die je kunt aanraken, zoals een
auto of een fiets. Onstoffelijke producten kun je niet aanraken. Voorbeelden zijn veiligheid,
gezondheid of naar mooie muziek luisteren. Onstoffelijke producten hebben dikwijls te maken met
diensten, zoals de diensten van een DJ, een politieagent of een dokter.
1.2 Consumptie in Nederland
Consumptie is het kopen van goederen en diensten om je eigen behoeften te vervullen.
Consumptiegoederen die je maar één keer gebruikt worden niet-duurzame consumptiegoederen of
verbruiksgoederen genoemd. Consumptiegoederen die je méér dan één keer kunt gebruiken worden
duurzame consumptiegoederen of gebruiksgoederen genoemd. Het koopgedrag van consumenten
verschilt van persoon tot persoon. Je koopgedrag hangt bijvoorbeeld af van je inkomen, je leeftijd en
je smaak. Maar ook de streekgewoonten en het klimaat in een land hebben invloed op de dingen die
je koopt. Daarbij laat je je ook wel eens beïnvloeden door familie, buren, vrienden of zelfs
winkelpersoneel. Behalve door gezinnen worden ook door de overheid consumptiegoederen
gekocht. Redenen voor toename van de totale consumptie in Nederland zijn:
1. De bevolking groeit.
2. Door de stijgende inkomens neemt de koopkracht toe.
3. Nieuwe producten doen nieuwe behoeften ontstaan.
4. De prijzen van consumptiegoederen stijgen.
1.3 Schaarste en welvaart
Met schaarste wordt bedoeld dat er met de beschikbare productiemiddelen niet voldoende
goederen kunnen worden geproduceerd om al onze behoeften te vervullen. Daarom moet je voor
schaarse goederen betalen. Hoe schaarser een goed, hoe hoger de prijs. Omdat je behoeften groter
zijn dan je middelen, moet je steeds prioriteiten stellen. Je kunt je geld immers maar één keer
uitgeven. Als de schaarste afneemt, neemt de welvaart toe. Welvaart in ruime zin is de mate waarin
je met je beschikbare middelen in je behoeften kunt voorzien.
Welvaart in enge zin is het meten van je rijkdom door te kijken naar de koopkracht van je inkomen.
Welvaart (rijkdom) en welzijn (geluk) zijn twee verschillende begrippen. Welzijn is de mate waarin je
je gelukkig voelt. Bij het vak economie staat het begrip welvaart centraal.
1.4 Kopen en betalen
Als goederen tegen goederen worden geruild is er sprake van directe ruil of ruil in natura. Als geld
gebruikt wordt als ruilmiddel is er sprake van indirecte ruil. Bij indirecte ruil worden goederen geruild
tegen geld en dat geld kun je weer gebruiken om andere goederen te kopen. Chartaal geld bestaat
Pagina 1 van 4