2.1 Kosten en opbrengsten
Een handelsonderneming koopt producten en verkoopt deze producten in dezelfde staat.
Industriële ondernemingen maken met behulp van grondstoffen, mensen en machines iets nieuws.
Een dienstverlenende onderneming kan arbeid ter beschikking stellen, ruimte verhuren of ook iets
nieuws maken.
De afzet is de hoeveelheid verkochte (verhuurde) producten in een bepaalde periode. De omzet is
het totale geldbedrag dat voor deze producten is ontvangen. Ondernemingen hebben verschillende
soorten kosten:
- Kosten van ingekochte producten. Bij handelsondernemingen is dit de waarde van de
ingekochte goederen die vervolgens weer worden doorverkocht. Inkoopkosten zijn
bijkomende kosten als er goederen worden ingekocht, zoals transportkosten.
- Personeelskosten. Loonkosten, premies voor de sociale verzekeringen, bijdrage
pensioenfonds, veiligheidsmaatregelen, bijscholing enz. Door toenemende mechanisering,
automatisering en robotisering is vaak minder personeel nodig. Hierdoor stijgt de
arbeidsproductiviteit van de (overgebleven) werknemers en worden de personeelskosten
lager.
- Kosten van vaste activa. Dit zijn vooral afschrijvingen. Hierbij gaat het om de waardedaling
van vaste kapitaalgoederen. Bij lineaire afschrijving zijn de afschrijvingskosten elk jaar
hetzelfde bedrag volgens de formule:
Aanschafwaarde Re stwaarde
Jaarlijkse afschrijving = Aantaljare n
Bij afschrijven met een vast bedrag per prestatie is de afschrijving afhankelijk van het aantal
verrichte prestaties (bv kilometers of uren). De boekwaarde is de aanschafprijs min eerdere
afschrijvingen.
- Kosten van diensten van derden. Diensten van derden zijn geleverde diensten door andere
ondernemingen zoals transport- en schoonmaakbedrijven.
- Kosten van interest. De rente die een onderneming over een geleend bedrag moet betalen,
leidt tot kosten.
- Kosten van belastingen. Sommige belastingen leiden tot kosten, bv. de
onroerendezaakbelasting.
2.2 Winstberekeningen
De brutowinst per product is het verschil tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs. De totale
brutowinst is het verschil tussen de omzet en de inkoopwaarde van de verkopen.
De nettowinst bereken je door van de brutowinst alle overige kosten af te trekken. De brutowinst
kun je ook weergeven in een percentage van de inkoopprijs:
Pagina 1 van 4