Er zijn 4 soorten vertragingen:
- Transmission delay:
Tijd die nodig is om alle bits van een pakket uit te sturen(op de lijn te zetten) . L /R. Waarbij L
= het aantal bits in het pakket en R = de overdrachtssnelheid in bits/sec
- Propagation delay:
De tijd die nodig is van het signaal om naar de andere kant te komen. D / s. Waarbij D = de
afstand en s = de snelheid van het signaal over het medium
- Processing delay + Queuing delay kan variëren. Processing delay treedt in de routers op en is
afhankelijk wat die router doet en hoe krachtig het apparaat is. Queuing delay: treedt ook
op in de router aan de uitgaande kant is de wachtrij die ontstaat als er meer data verstuurt
moet worden dan dat je kwijt kan.
- Meestal is er ‘heen en weer’ communicatie, de tijd hiervoor is RTT(round-trip-time)
- RTT = 2 X vertraging in één richting. Heen en weer hoeft niet even veel tijd te kosten, de
terugreis kan bv langer duren omdat er een andere route wordt gekozen.
Circuitswitching berekening voorbeeld:
Circuitswitching is dat je een virtueel kanaal biedt met garanties, dat de capaciteit die je toegewezen
krijgt ook echt voor jou bedoelt is. We hebben een verbinding met een snelheid van 1,536 Mb/sec
met een TDM van 24 slots (een zogenaamde T1 verbinding met 24 ISDN kanalen). 1.536 Mb/sec =
1536 kb/sec.
Elk virtueel circuit heeft dus 1536/24 = 64 kb/sec. Stel we willen een bestand van 640 kbits
oversturen. Het oversturen kost dus 640/64 = 10 sec. Maar er komt nog bij:
- het opzetten van een virtueel circuit (opbellen), stel 0.5 sec.
- Propagation delay: hangt af van de afstand.
- Queueing delay is bij virtuele circuits niet van toepassing want je hebt een gegarandeerde
bandbreedte, je weet zeker dat er geen wachttijden staat.
Packetswitching berekening voorbeeld:
Stel we delen het bestand op in 10 pakketten van 64 kbits. Transmission delay voor een pakket
64000/1536000 = 0.04167 sec = 41.67 msec.
Neem even aan dat er geen processing en queueing delay is. Elk pakket doet er dan 41.67 msec over
om in een router binnen te komen. De router stuurt het direct daarna naar de volgende router Bij 4
routers (1 + 4) * 41.67 = 208.3 msec. Als het netwerk verder stil is dan komen de andere pakketten
direct daarna binnen met een snelheid van 1536 kb/sec. Voor 9 pakketten is dit 375 msec. Totaal
583,3 msec. Ook nog propagation delay en queueing delay.
, Om problemen makkelijk aan te kunnen pakken is de structuur van een gedistribueerd systeem
(netwerk) in abstracte lagen opgedeeld. Elke laag lost eigen verzameling deelproblemen op. Elke
laag maakt gebruik van de onderliggende laag, dus elke laag heeft zijn eigen verantwoordelijkheid.
Voorbeeld: Er is een laag die zich bezig houdt met de communicatie tussen de ene endsystem(host
A) naar de andere endsystem(host B). Deze laag houdt zich bezig met betrouwbaarheid, hierbij moet
je dingen inbouwen wat te doen bij welke situatie. Er is ook een laag die zich bezig houdt met twee
direct verbonden stukjes netwerk zoals 2 routers die direct verbonden zijn met elkaar, en regelt
hierbij ook weer de betrouwbaarheid.
Er is het OSI, Open Systems Interconnection, model dat is bedacht door ISO(International Standards
Organisation). Sommige lagen zijn opgedeeld in sublagen.
Elke laag biedt een aantal standaard functies (Diensten) aan de bovenliggende laag aan. Voorbeeld:
- Maak een verbinding tussen A en B die aan bepaalde eisen (bv. capaciteit) voldoet.
- Stuur een bericht van A naar B en zorg dat het goed aankomt ook als er onderweg iets
misgaat.
De lagen voeren de opdrachten uit door berichtjes tussen de uitvoerende instanties (stukken
hardware/software) uit te wisselen: de regels waaraan deze berichten moete voldoen heten een
protocol.
Een laag (behalve de onderste) maakt gebruik van de diensten van de onderliggende laag om zijn
berichten te verzenden. Een laag kan een bericht van een bovenliggende laag opsplitsen,
samenvoegen er een envelop omheen zetten, en eigen administratieve berichten versturen.
Elke laag, als die data verstuurt in opdracht van de laag erboven, een ‘eigen header’ toevoegt en
vormt zo zijn eigen PDU = Protocol Data Unit = bericht dat protocol gebruikt. Dit kan je vergelijken
met enveloppen en postzakken. Je begint bij de data laag van de applicatie, de transsport laag zet
hier ook zijn eigen stukje data omheen. Vervolgens komt het bij de netwerk laag dier weer zijn eigen
data omheen. De datalink doet dit ook vervolgens. Er worden steeds meer headers toegevoegd, het
wordt een soort enveloppe.