Geschiedenis hoofdstuk 3
~ paragraaf 1
Standensamenleving (werd bepaald door je geboorte), elke stand had zijn eigen taken en
functies:
1. Geestelijkheid, moest voor iedereen bidden
2. Adel, moest het land verdedigen en de koning helpen bij het bestuur
3. Derde stand, zorgen voor voedsel en andere taken
Geestelijken en edelen (1e en 2e stand)
- Deden allemaal belangrijke klusjes in het bestuur, het leger en de kerk
- Bezaten een groot deel grond
- Hadden privileges (voorrechten). Ze hoefden bijvoorbeeld geen belasting te
betalen
dit wordt het ancien régime genoemd: de koning had absolute macht en de hoogste
standen hadden voorrechten
Derde stand
- Moesten belasting betalen
- Bestond uit:
1. Bovenste laag: rijke burgers
2. Middelste laag: ambachtslieden en winkeliers
3. Onderste laag: arme loonarbeiders en boeren
- Sommige boeren moesten herendiensten doen
- Rijke stedelingen vonden het oneerlijk dat zij geen inspraak hadden in het bestuur
Logisch nadenken en het doen van experimenten
1650: meer vertrouwen in het menselijk verstand
Verlichting: manier van denken, waarbij de mens de wereld hoopte te verbeteren met
behulp van het menselijk verstand
je moest kritisch nadenken
Ze vonden onderwijs en discussie erg belangrijk, maar wat de kerk en de koning zei was
niet perse waar. Ze vonden dat iedereen vrij mocht geloven
Verlichte denkers vonden dat iedereen gelijk geboren was.
Jean-Jacques Rousseau wilde een democratie, het volk moest absolute macht hebben
, Charles de Montesquieu scheiding van machten:
1. Wetgevende macht – wetten maken (vertegenwoordigers van het volk)
2. Uitvoerende macht – wetten uitvoeren (koning en regering)
3. Rechtsprekende macht – straffen als er niet aan de wetten gehouden wordt
(rechters)
Censuur: dingen verbieden met kritiek op de kerk of bestuur
Publiek debat: burgers en geleerden kwamen bijeen om te discussiëren
~ paragraaf 2
Einde 18e eeuw: Lodewijk XVI was koning van Frankrijk, maar Frankrijk dreigde failliet
gegaan door alle schulden dankzij oorlogen
hij wilde nieuwe belastingen invoeren (1788)
1789: Staten-Generaal kwam bijeen om te stemmen over nieuwe belastingen, maar er
ontstond ruzie over de manier van stemmen
de 3e stand werd onzeker dat hun stem onvoldoende mee zou tellen en richtte de
Nationale Vergadering op (deze kreeg veel macht)
In andere delen van Frankrijk kwamen boeren en burgers in opstand omdat zij niet wilden
dat de koning de macht van de Nationale Vergadering afpakte
14 juli 1789: ze bestormden de Bastille
Begin Franse Revolutie
Oorzaken revolutie:
- Grote ongelijkheid en onrechtvaardigheid van het ancien régime
- Ontstaan van verlichte ideeën over de samenleving en het bestuur
- Geldtekort van de Franse staat
1789 – 1792: veel veranderingen in Frankrijk:
- Privileges van de 1e en 2e stand werden afgeschaft
- Verklaring van de rechten van de mens en de burger werd aangenomen
deze ging over de grondrechten van Franse burgers, alle Franse hadden voortaan
dezelfde rechten en plichten
1791: de Nationale Vergadering ging akkoord met een grondwet over hoe Frankrijk
bestuurd zou worden
er kwam een scheiding van machten
~ paragraaf 1
Standensamenleving (werd bepaald door je geboorte), elke stand had zijn eigen taken en
functies:
1. Geestelijkheid, moest voor iedereen bidden
2. Adel, moest het land verdedigen en de koning helpen bij het bestuur
3. Derde stand, zorgen voor voedsel en andere taken
Geestelijken en edelen (1e en 2e stand)
- Deden allemaal belangrijke klusjes in het bestuur, het leger en de kerk
- Bezaten een groot deel grond
- Hadden privileges (voorrechten). Ze hoefden bijvoorbeeld geen belasting te
betalen
dit wordt het ancien régime genoemd: de koning had absolute macht en de hoogste
standen hadden voorrechten
Derde stand
- Moesten belasting betalen
- Bestond uit:
1. Bovenste laag: rijke burgers
2. Middelste laag: ambachtslieden en winkeliers
3. Onderste laag: arme loonarbeiders en boeren
- Sommige boeren moesten herendiensten doen
- Rijke stedelingen vonden het oneerlijk dat zij geen inspraak hadden in het bestuur
Logisch nadenken en het doen van experimenten
1650: meer vertrouwen in het menselijk verstand
Verlichting: manier van denken, waarbij de mens de wereld hoopte te verbeteren met
behulp van het menselijk verstand
je moest kritisch nadenken
Ze vonden onderwijs en discussie erg belangrijk, maar wat de kerk en de koning zei was
niet perse waar. Ze vonden dat iedereen vrij mocht geloven
Verlichte denkers vonden dat iedereen gelijk geboren was.
Jean-Jacques Rousseau wilde een democratie, het volk moest absolute macht hebben
, Charles de Montesquieu scheiding van machten:
1. Wetgevende macht – wetten maken (vertegenwoordigers van het volk)
2. Uitvoerende macht – wetten uitvoeren (koning en regering)
3. Rechtsprekende macht – straffen als er niet aan de wetten gehouden wordt
(rechters)
Censuur: dingen verbieden met kritiek op de kerk of bestuur
Publiek debat: burgers en geleerden kwamen bijeen om te discussiëren
~ paragraaf 2
Einde 18e eeuw: Lodewijk XVI was koning van Frankrijk, maar Frankrijk dreigde failliet
gegaan door alle schulden dankzij oorlogen
hij wilde nieuwe belastingen invoeren (1788)
1789: Staten-Generaal kwam bijeen om te stemmen over nieuwe belastingen, maar er
ontstond ruzie over de manier van stemmen
de 3e stand werd onzeker dat hun stem onvoldoende mee zou tellen en richtte de
Nationale Vergadering op (deze kreeg veel macht)
In andere delen van Frankrijk kwamen boeren en burgers in opstand omdat zij niet wilden
dat de koning de macht van de Nationale Vergadering afpakte
14 juli 1789: ze bestormden de Bastille
Begin Franse Revolutie
Oorzaken revolutie:
- Grote ongelijkheid en onrechtvaardigheid van het ancien régime
- Ontstaan van verlichte ideeën over de samenleving en het bestuur
- Geldtekort van de Franse staat
1789 – 1792: veel veranderingen in Frankrijk:
- Privileges van de 1e en 2e stand werden afgeschaft
- Verklaring van de rechten van de mens en de burger werd aangenomen
deze ging over de grondrechten van Franse burgers, alle Franse hadden voortaan
dezelfde rechten en plichten
1791: de Nationale Vergadering ging akkoord met een grondwet over hoe Frankrijk
bestuurd zou worden
er kwam een scheiding van machten