Week 1
Bronnen van materieel strafrecht
Internationale bronnen
Secundair EU-recht
De wet – commuun en bijzonder strafrecht
Lagere regelgeving
Nationale en internationale rechtspraak
Nederlandse strafrecht 1886 – heden
Tot 1886: Franse Code Penal
1886: Inwerkingtreding nieuw nationaal wetboek van strafrecht
Gekenmerkt door eenvoud, rechterlijke interpretatie en straftoemetingsvrijheid en
terughoudendheid (liberaal). Nieuw wetboek was gebaseerd op klassieke richting. Volgens klassieke
richting is regulering van het strafrecht nodig om de burger te beschermen tegen de
(onrechtmatige/willekeurig) optredende overheid, door vast te leggen wanneer de burger wel en
niet mag worden aangesproken op gedrag.
Behouden sinds 1886
Algemene leerstukken zijn nog altijd nauwelijks gedefinieerd; nadere uitwerking overgelaten aan
rechtspraak. Tweedeling misdrijf/overtreding is behouden. Ook behouden is de grote
straftoemetingsvrijheid voor de rechter, maar er zijn tegenwoordig wel kaders voor de op te leggen
straffen en in enkele gevallen zijn deze ook te vinden in het wetboek van strafrecht (bijvoorbeeld het
taakstrafverbod).
Ontwikkeling sinds 1886
Opkomst Moderne Richting: in de klassieke richting wordt de burger vooral beschermd tegen de
overheid d.m.v. het strafrecht, volgens de Moderne Richting moet de maatschappij worden
beschermd tegen gevaarlijke delinquenten. Het huidige materiële strafrecht is een consensus tussen
klassieke en moderne richting (verenigingstheorie).
Andere ontwikkelingen: cybercrime, internationalisering en europeanisering, toegenomen nadruk op
veiligheid en toegenomen invloed van andere disciplines.
Toenemende invloed van internationaal recht: positieve verplichtingen EVRM, conforme
interpretatie EU-strafrecht, rechtspraak HvJEU.
Strafbaarstelling van de voorfase: naast strafbare poging nu ook strafbare voorbereiding en
gevaarzettingsdelicten steeds meer op de voorgrond (zoals het voor handen hebben van een wapen).
Veranderende opvatting daderschap: naast fysiek nu ook functioneel daderschap & strafbaarheid van
de rechtspersoon.
Legaliteitsbeginsel
Voorwaarden voor strafbaarheid:
‘Er is een menselijke gedraging, die valt binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving, die
wederrechtelijk is en aan schuld te wijten.’
Er is geen straf als er geen voorafgegane wettelijke strafbepaling is.
,Het legaliteitsbeginsel is een diepgeworteld fundamenteel beginsel: rechtsstaatgedachte,
bescherming tegen willekeur en generale preventie.
Vijf deelnormen van het legaliteitsbeginsel
1) Vereiste van geschreven strafbepalingen – lex scripta
Wordt in art. 1 lid 1 Sr strikter opgevat dan in art. 7 EVRM. WvSR vereist echt een basis in de wet,
zowel in formele als materiële zin. EVRM ziet dat ruimer; het is voldoende als er een basis is in het
recht. Dat houdt in dat er ook is voldaan aan het legaliteitsbeginsel als iets ongeschreven recht
betreft of enkel basis heeft in jurisprudentie.
2) Verbod van terugwerkende kracht
Uitzondering: het mildheidsgebod – als de nieuwe regel ten gunste van de verdachte is (art. 1 lid 2 Sr;
art. 49 HGEU). Het verbod geldt niet voor voorwaarden voor vervolgbaarheid, bijvoorbeeld verjaring.
3) Bepaaldheidsgebod – lex certa
Ofwel het voorzienbaarheidsvereiste – vereiste van toegankelijke en duidelijke strafnormen.
Toegankelijkheid van taalgebruik maar ook van de norm zelf. Dit vereiste is een opdracht aan de
wetgever: maak goede, duidelijke wetgeving.
Grenzen van bepaaldheidsgebod verder bepaald in Europese rechtsspraak: behoorlijke mate van
vaagheid toegestaan, volstrekte duidelijkheid is niet vereist (EHRM Onbehoorlijk gedrag). Een
gedeelde verantwoordelijkheid voor de wetgever en rechter is aanvaardbaar maar draagt niet bij aan
de voorzienbaarheid en ook gelede normstelling (spaghetti-wetgeving) helpt niet voor het
bepaaldheidsgebod.
4) Begrensde interpretatievrijheid rechter
Rechterlijke interpretatie is onoverkomelijk. Rechters mogen zelfs extensief interpreteren, zolang het
voorzienbaar en goed beargumenteerd is.
5) Verbod van analogische wetsinterpretatie
Verbod op het toepassen van een wettelijke bepaling op een geval, dat niet onder de letterlijke tekst
maar wel onder de grondgedachte dezer bepaling valt.
Wederrechtelijkheidsbeginsel
Wederrechtelijkheid is een voorwaarde voor strafbaarheid.
Wederrechtelijk: in strijd met het objectieve recht
Formele wederrechtelijkheid – element van de delictsomschrijving (de regel)
Weerlegbaar o.g.v. de wet (wettelijke rechtvaardigingsgronden)
Weerlegbaar o.g.v. anderszins ontbreken materiële wederrechtelijkheid (HR Veearts)
Weerlegbaar langs de weg van restrictieve delictsinterpretatie
Materiële wederrechtelijkheid – bestanddeel van de delictsomschrijving (de uitzondering)
Afbakening delictsomschrijving Gevolg: materiële wederrechtelijkheid expliciet opgenomen in
delictsomschrijving, evt. op te heffen o.g.v. rechtvaardigingsgronden
Hoofregel: ruim wederrechtelijkheidsbegrip (HR Dreigbrief)
Soms: eng wederrechtelijkheidsbegrip, in de sfeer van bepaalde milieudelicten
2
, Week 2
Intro
Causaliteit is de relatie tussen oorzaak en gevolgen. Causaliteit is relevant bij:
Materieel omschreven delicten – delicten waarbij het gevolg centraal staat, niet de handeling
(doodslag)
Door het gevolg gekwalificeerde delicten – delicten die een bepaalde gedraging strafbaar
stellen en daarbij hebben opgenomen met de dood/zwaar lichamelijk letsel ten gevolge
Diverse andere delicten, zoals oplichting
Causaliteitstheorieën
Conditio sine qua non
Is in de keten van gebeurtenissen de gedraging van de verdachte een noodzakelijke factor geweest
voor het intreden van het ten laste gelegde gevolg? Anders – was het gevolg ingetreden als je de
specifieke gedraging wegdenkt?
Bezwaar: het is een te breed criterium.
Causa proxima
Is in de keten van gebeurtenissen de gedraging van de verdachte de laatste factor geweest voor het
intreden van het ten laste gelegde gevolg?
Bezwaar: te beperkt/te veel ingezoomd
CP-gedachte is terug te zien in zaken waarbij de keten van gebeurtenissen zo lang is, dat de rechters
oordelen dat er geen strafrechtelijke causaliteit kan worden vastgesteld.
Adequate veroorzaking
Was in de keten van gebeurtenissen voorzienbaar dat de gedraging van de verdachte zou leiden tot
het intreden van het ten laste gelegde gevolg?
Bij AV kijk je vanuit de verdachte naar de gebeurtenis, dit kan subjectief worden ingevuld – wie is de
verdachte en wat zijn de omstandigheden, maar kan ook objectief worden ingevuld – naar de situatie
kijken vanuit een gemiddelde derde met alle omstandigheden, ook de omstandigheden die de
verdachte misschien niet bekend waren. De rechters kozen meestal voor een objectieve invulling.
De leer van de redelijke toerekening
Bij deze leer wordt gekeken of het redelijk is het ten laste gelegde gevolg toe te rekenen aan de
gedragingen van de verdachte. Er wordt vanuit het gevolg teruggekeken op de gebeurtenissen.
Wanneer is toerekening redelijk?
Redelijke toerekening wordt ingevuld mede aan de hand van oude theorieën, met name conditio sine
qua non en adequate veroorzaking (voorzienbaarheid). Drie gezichtspunten:
1) De aard van de gedraging
Wat voor gedraging/nalaten is het en is de gedraging naar zijn aard geschikt om het ingetreden
gevolg te bewerkstelligen? Heeft het gedrag de kans op het ingetreden gevolg in redelijke mate
verhoogt?
2) Opzet/schuldverband
3