Deel 1: AFP
Vraag 1
Wat is het doel van het biopsychosociaal model binnen de GGZ?
A. Het stellen van een medische diagnose
B. Het classificeren van stoornissen volgens de DSM-5
C. Het begrijpen van het ontstaan van psychische klachten vanuit meerdere
invalshoeken
D. Het bepalen van de ernst van lichamelijke symptomen
✅ Antwoord: C
Vraag 2
Wat is anosognosie?
A. Overmatig bewustzijn van lichamelijke symptomen
B. Geen ziekte-inzicht hebben
C. Een verhoogd risico op psychose
D. Een verhoogde stressrespons
✅ Antwoord: B
Vraag 3
Welk domein hoort bij een genetische aanleg volgens het biopsychosociaal
model?
A. Psychologisch
B. Sociaal
C. Biologisch
D. Gedragsmatig
✅ Antwoord: C
Vraag 4
Wat is het belangrijkste kenmerk van veilige hechting?
A. Angstig en moeilijk te troosten
B. Geen emotie tonen bij afscheid
C. Verkennen van de omgeving vanuit veiligheid
D. Onvoorspelbaar gedrag met angst
✅ Antwoord: C
Vraag 5
Wat is een kenmerk van de onveilig-afwerende hechtingsstijl?
A. Veel initiatief nemen
B. Afstand houden van ouders
C. Klampt zich vast en is moeilijk te troosten
D. Tonen van vertrouwen in omgeving
✅ Antwoord: C
Vraag 6
Wat houdt klinisch herstel in volgens de GGZ?
A. Verbetering van relaties
B. Omgaan met symptomen en functioneren
C. Het hervinden van zingeving
D. Ondersteuning bij schulden
✅ Antwoord: B
, Vraag 7
Wat betekent het als iemand dissocieert?
A. Vermijdend gedrag vertonen
B. Zich afsluiten van de omgeving of zichzelf
C. Zich extreem op de ander richten
D. Vechten of vluchten bij stress
✅ Antwoord: B
Vraag 8
Wat beschrijft het stress-kwetsbaarheidsmodel?
A. Alleen biologische oorzaken van stoornissen
B. Hoe externe factoren leiden tot trauma
C. Wanneer stress samen met kwetsbaarheid leidt tot psychische klachten
D. De rol van alleen sociale steun
✅ Antwoord: C
Vraag 9
Wat is een functie van de prefrontale cortex bij stress?
A. Bevorderen van hartslag
B. Remmen van angstreacties
C. Produceren van adrenaline
D. Bevorderen van slaap
✅ Antwoord: B
Vraag 10
Wat is het doel van EMDR-therapie?
A. Leren omgaan met depressie
B. Traumatische herinneringen verwerken
C. Nieuwe copingvaardigheden aanleren
D. Slaap verbeteren
✅ Antwoord: B
Vraag 11
Wat is een kenmerk van een paniekaanval?
A. Altijd langdurig aanwezig
B. Verlies van geheugen
C. Gevoel van controle en ontspanning
D. Plotselinge intense angst met lichamelijke symptomen
✅ Antwoord: D
Vraag 12
Wat beschrijft classificeren volgens de DSM-5 het beste?
A. De oorzaak van psychische klachten
B. Het persoonlijke verhaal van de cliënt
C. Het indelen van klachten in categorieën
D. Het bieden van therapie
✅ Antwoord: C
Vraag 13
Wat is mentaliseren?
A. De prefrontale cortex activeren
B. Bewust zijn van je ademhaling
C. Begrijpen dat gedrag voortkomt uit gedachten en gevoelens