Historische contexten: Steden en burgers in de Lage Landen.
1) De opkomst van stedelijke burgerij in de Nederlandse gewesten
Late middeleeuwen (1000-1500)
- Vanaf de 11e eeuw veranderde er veel in Europa.
De landbouw.
De bevolking groeide.
De handel bloeide op.
Monetaire economie.
Veranderingen in de landbouw leiden tot groei van de bevolking
- Aan het einde van de vroege middeleeuwen verbeterde het klimaat zich en kwamen
er vernieuwingen in de landbouw. Hierdoor nam de productie toe.
- De vernieuwingen in de landbouw zijn
Ontginningen van bos en heide.
Droogleggen van (overstroomde) gebieden met behulp van windmolens.
Verbetering van de landbouwwerktuigen zoals de ploeg en de eg.
Invoering van het drieslagstelsel, hierbij werd de landbouwgrond verdeeld in drie
groepen, zomergrond, wintergrond en braak.
- Na 1350 trad er een scherpe bevolkingsdaling op door verslechtering van het weer en
de Zwarte Dood, dit is een besmettelijke dodelijke builenpest die zich in Europa
verspreidde via de handelsroutes vanuit Italië.
Opbloeiende handel gaat gepaard met groei nijverheid
- Gevolgen hogere productie:
Landbouwoverschotten.
Verkoop van die overschotten.
Mensen konden zich gaan specialiseren.
Opkomst ambachtslieden, mensen die dingen met hun handen maken.
Het ontstaan van handelscontacten met de nabijgelegen steden.
Opkomst internationale handel, voor de grondstoffen. Wol voor de
lakennijverheid uit Engeland.
Jaarmarkten van groot belang.
- Handel groeide door verbetering in transport, een nieuw soort schip.
- De groei van de nijverheid leidde tot verdere groei van de handel. Door de groei van
de bevolking konden steeds meer mensen zich gaan specialiseren en was er meer
behoefte naar buitenlandse goederen en meer behoefte naar hun goederen.
Ontstaan monetaire economie van grote omvang
- Toenemen internationale handel zorgden ervoor dat het betalen een groot probleem
werd. Er werd namelijk betaald met zilver munten en later met gouden munten voor
de luxeartikelen.
- Sommige steden sloegen hun eigen munt, hierdoor verschilde de waarde van de
munten overal en ontstond het beroep geldwisselaar.
- In de 13e eeuw werd er door de Italiaanse bankiers de wisselbrief uitgevonden,
hierdoor wed het bezitten van veel geld en het vervoeren ervan veiliger.
, De Lage Landen worden een van de meest verstedelijkte gebieden van Europa
- In de Lage Landen ontwikkelde zich een van de meest verstedelijkte gebieden in
Europa, het eerste in Vlaanderen.
- Drie oorzaken:
1. Gunstiger geografische omstandigheden.
Verschillende bevaarbare rivieren kwamen vanuit het achterland uit in de
Noordzee en stonden zo in verbinding met Engeland, Noord, West en Zuid-
Europa en na de middeleeuwen ook met de rest van de wereld.
Havens aan de mondingen waren geschikt voor handel met Engeland en het
Oostzeegebied. Zoals Antwerpen, Dordrecht en Kampen.
In de tweede helft van de 13e eeuw groeven Gent, Brugge en Ieper, in
Vlaanderen, kanalen om hun onderlinge verbindingen en die met de zee te
verbeteren.
Gunstige plekken voor handel, verkeer en ontstaan steden zijn; samenvloeiingen
van rivieren, nabijheid van een ouder gezagscentrum en kruispunten tussen land-
en waterwegen.
2. Meer bescherming van landsheren, hoge edelen en gestelijken en stadsbesturen.
Zij zagen in dat het beschermen en helpen van de buitenlandse handel grote
voordelen had.
De welvaart groeide in hun omgeving.
Met de groei van de welvaart in hun omgeving groeide ook hun eigen
inkomsten.
3. Meer samenwerking tussen steden.
Noord-Europese steden gingen samenwerken met de Hanze.
Stedelingen bevechten en kopen zelfbestuur
- Om de economische belangen te beschermen, bevochten en kochten stedelingen
zelfbestuur in de vorm van stadsrechten.
- Ze wilde dat de verplichtingen aan hun landsheer afnam en door hun toenemende
welvaart slaagde de stedelingen erin om hun positie ten opzichte van hun landsheer
te versterken.
- De stedelingen verzochten de landsheer, Koning, Graaf of Hertog, om de stad
stadsrechten te schenken. Maar de landsheer wilde dit niet zomaar doen, in ruil voor
de stadsrechten wilde hij erkent worden als landsheer, moesten de stedelingen
belasting betalen en moesten ze de landsheer militaire steun bieden als hij in nood
was.
- Stadsrechten hielden in:
Geen verplichtingen meer tegenover grootgrondbezitters.
Zelf hun bestuur en rechtspraak mogen regelen.
Zelf mogen bepalen wie poorter (stadsburger) is en wie niet.
- Sommige steden werden zo machtig dat ze zich met geweld gingen verzetten tegen
hun landsheer, zoals de Guldensporenslag 1302.
1) De opkomst van stedelijke burgerij in de Nederlandse gewesten
Late middeleeuwen (1000-1500)
- Vanaf de 11e eeuw veranderde er veel in Europa.
De landbouw.
De bevolking groeide.
De handel bloeide op.
Monetaire economie.
Veranderingen in de landbouw leiden tot groei van de bevolking
- Aan het einde van de vroege middeleeuwen verbeterde het klimaat zich en kwamen
er vernieuwingen in de landbouw. Hierdoor nam de productie toe.
- De vernieuwingen in de landbouw zijn
Ontginningen van bos en heide.
Droogleggen van (overstroomde) gebieden met behulp van windmolens.
Verbetering van de landbouwwerktuigen zoals de ploeg en de eg.
Invoering van het drieslagstelsel, hierbij werd de landbouwgrond verdeeld in drie
groepen, zomergrond, wintergrond en braak.
- Na 1350 trad er een scherpe bevolkingsdaling op door verslechtering van het weer en
de Zwarte Dood, dit is een besmettelijke dodelijke builenpest die zich in Europa
verspreidde via de handelsroutes vanuit Italië.
Opbloeiende handel gaat gepaard met groei nijverheid
- Gevolgen hogere productie:
Landbouwoverschotten.
Verkoop van die overschotten.
Mensen konden zich gaan specialiseren.
Opkomst ambachtslieden, mensen die dingen met hun handen maken.
Het ontstaan van handelscontacten met de nabijgelegen steden.
Opkomst internationale handel, voor de grondstoffen. Wol voor de
lakennijverheid uit Engeland.
Jaarmarkten van groot belang.
- Handel groeide door verbetering in transport, een nieuw soort schip.
- De groei van de nijverheid leidde tot verdere groei van de handel. Door de groei van
de bevolking konden steeds meer mensen zich gaan specialiseren en was er meer
behoefte naar buitenlandse goederen en meer behoefte naar hun goederen.
Ontstaan monetaire economie van grote omvang
- Toenemen internationale handel zorgden ervoor dat het betalen een groot probleem
werd. Er werd namelijk betaald met zilver munten en later met gouden munten voor
de luxeartikelen.
- Sommige steden sloegen hun eigen munt, hierdoor verschilde de waarde van de
munten overal en ontstond het beroep geldwisselaar.
- In de 13e eeuw werd er door de Italiaanse bankiers de wisselbrief uitgevonden,
hierdoor wed het bezitten van veel geld en het vervoeren ervan veiliger.
, De Lage Landen worden een van de meest verstedelijkte gebieden van Europa
- In de Lage Landen ontwikkelde zich een van de meest verstedelijkte gebieden in
Europa, het eerste in Vlaanderen.
- Drie oorzaken:
1. Gunstiger geografische omstandigheden.
Verschillende bevaarbare rivieren kwamen vanuit het achterland uit in de
Noordzee en stonden zo in verbinding met Engeland, Noord, West en Zuid-
Europa en na de middeleeuwen ook met de rest van de wereld.
Havens aan de mondingen waren geschikt voor handel met Engeland en het
Oostzeegebied. Zoals Antwerpen, Dordrecht en Kampen.
In de tweede helft van de 13e eeuw groeven Gent, Brugge en Ieper, in
Vlaanderen, kanalen om hun onderlinge verbindingen en die met de zee te
verbeteren.
Gunstige plekken voor handel, verkeer en ontstaan steden zijn; samenvloeiingen
van rivieren, nabijheid van een ouder gezagscentrum en kruispunten tussen land-
en waterwegen.
2. Meer bescherming van landsheren, hoge edelen en gestelijken en stadsbesturen.
Zij zagen in dat het beschermen en helpen van de buitenlandse handel grote
voordelen had.
De welvaart groeide in hun omgeving.
Met de groei van de welvaart in hun omgeving groeide ook hun eigen
inkomsten.
3. Meer samenwerking tussen steden.
Noord-Europese steden gingen samenwerken met de Hanze.
Stedelingen bevechten en kopen zelfbestuur
- Om de economische belangen te beschermen, bevochten en kochten stedelingen
zelfbestuur in de vorm van stadsrechten.
- Ze wilde dat de verplichtingen aan hun landsheer afnam en door hun toenemende
welvaart slaagde de stedelingen erin om hun positie ten opzichte van hun landsheer
te versterken.
- De stedelingen verzochten de landsheer, Koning, Graaf of Hertog, om de stad
stadsrechten te schenken. Maar de landsheer wilde dit niet zomaar doen, in ruil voor
de stadsrechten wilde hij erkent worden als landsheer, moesten de stedelingen
belasting betalen en moesten ze de landsheer militaire steun bieden als hij in nood
was.
- Stadsrechten hielden in:
Geen verplichtingen meer tegenover grootgrondbezitters.
Zelf hun bestuur en rechtspraak mogen regelen.
Zelf mogen bepalen wie poorter (stadsburger) is en wie niet.
- Sommige steden werden zo machtig dat ze zich met geweld gingen verzetten tegen
hun landsheer, zoals de Guldensporenslag 1302.