Gezondheid en preventie
Les 3.1
Uitleggen wat de preventieve taak van de verpleegkundige is bij zorgvragers met
psychische stoornissen.
- Verplegen van patiënten met psychische problemen zoals depressie, neiging tot
automutilatie en angsten.
- Opstellen van een verpleegplan en bijbehorende behandeling uitvoeren in
samenwerking met collega's.
- Stimuleren van zelfstandigheid bij de patiënt doordat ze beter omgaan met hun
problemen.
- Controleren van medicijngebruik van de psychiatrische patiënt.
- Informeren, beantwoorden van vragen en geruststellen van patiënt en evt. familie.
- Verzorgen van zowel de geestelijke als lichamelijke gezondheid van de patiënt.
- Bijhouden van verslagen en administratie omtrent patiënten.
- Op de hoogte blijven van ontwikkelingen in het vakgebied.
Uitleggen welke algemene barrières er zijn ten aanzien van gezondheidsbevordering
in de GGZ.
- Veel voorkomende barrières waar mensen tegenaan lopen zijn tijd, externe
omstandigheden en voorwaarden die de persoon koppelt aan het uitvoeren van het
gedrag. Een barrière zorgt ervoor dat een positieve intentie in de loop van de tijd
verandert in een negatieve intentie
De essentie van signaleringsplannen verwoorden met behulp van een voorbeeld.
Een signaleringsplan is een methodiek die als doel heeft ervoor te zorgen dat het optreden
van een psychische crisis in de toekomst voorkomen wordt.
De vijf uitgangspunten.
1. De belevingswereld van de cliënt is het vertrekpunt
2. Het signaleringsplan is een ‘plan op maat’
3. Het werken met een signaleringsplan is een gezamenlijke activiteit van de cliënt, zijn
sociaal netwerk en groepsleider / behandelaar.
4. Het signaleringsplan behoeft voortdurend bijstelling
5. Een positief waarderende houding van de hulpverlener
Les 3.2
Vragen die in de toets kunnen komen:
1. Wat wil je bereiken met een analyse van een gezondheidsprobleem van lalonde?
Achter komen welke factoren een rol spelen.
2. Wat te bereiken met gezondheidsbevordering en gezondheidsvoorlichting?
Voorkomen van gezondheidsproblemen of verergering.
3. Waar bestaat gezondheidsbevordering uit? ..
4. Verschil intentionele en faciliterende voorlichting? intentionele is kennis combineren
met kunde. faciliterende is alleen kennis
5. Welk gedrag is gerelateerd aan het ontstaan van angststoornissen? erfelijkheid, hoe
je ermee om gaat
Een psychisch gezondheidsprobleem (angststoornis) analyseren mbv het model van
Lalonde
1
,Lalonde model
1. Interne milieu: hieronder valt bijvoorbeeld erfelijkheid. Hebben te maken met jou
lichaam van binnen uit waar jij geen invloed in hebt.
2. Leefstijl: voeding en beweging en slaap zijn erg belangrijk. Factoren waar je invloed
op hebt.
3. Medische zorg & preventie: hangt af van bijvoorbeeld jouw locatie, in amerika moet
je bijvoorbeeld veel betalen . In nederland is dat beter geregeld via
zorgverzekeringen. En hoe goed is de zorg die je krijgt.
4. Extern milieu (maatschappelijke omgeving): kring waarin je je begeeft. Je
vrienden/familie kring. Sociaal economische staat, heeft invloed op je gezondheid.
5. Externe milieu (fysieke omgeving): (zieke) omgeving waarin mensen zich begeven.
Mensen die bijv. dicht bij het vliegveld wonen. Hierdoor adem je vervuilde lucht in.
Aanknopingspunten voor gedragsverandering verwoorden bij zorgvragers met een
angststoornis
Gedragsdeterminanten → ASE-model (Gedrag dat bepaald hoe je je gezondheid
ervaart)
ASE (ook wel TPB) model → waarom doen mensen zoals ze doen. -
- Het model lees je altijd van rechts naar links.
Eigen effectiviteit: de inschatting die iemand maakt over zichzelf, of die het kan of niet.
Sociale invloed: hoe ziet iemand zijn sociale kring eruit.
Attitude: wat is iemands houding ten opzichte van iemands gedrag.
De rol van de verpleegkundige toelichten bij secundaire en tertiaire preventie bij
zorgvragers met angststoornissen.
Preventie indelen naar de fase van ziekte:
- Primair = mensen hebben niks maar we gaan wel preventief te werk zodat zij
gezond blijven
- Secundair = mensen hebben waarschijnlijk al wel wat maar weten dit niet, b.v. door
screening
- Tertiaire = mensen zijn (ongeneeslijk) ziek, zorgen dat mensen zo min mogelijk last
hebben van de klachten
Les 3.3
Uitleggen aan de hand van een casus in welke fase van het stages of change model
een zorgvrager met psychiatrische stoornis zich bevindt.
2
,Stages of change/ transtheoretisch model
- Precontemplatie: weerstand, iemand overweegt het nog niet
- Contemplatie: ambivalentie, overdenken risico’s/voordelen, balans opmaken
- Preparatie: individueel georiënteerd actieplan
- Actie: gedrag gaan veranderen, motiveren
- Consolidatie (of terugval): volhouden van gedragsverandering, omgaan met terugval
BALM Health counseling Stages of change/
transtheoretisch model
Openstaan Voorbeschouwing Precontemplatie
Begrijpen Beschouwing/overpeinzing Contemplatie
Willen Beslissing Preparatie
Kunnen
Doen Actieve verandering Actie
Blijven doen Consolidatie Behoud
1.Openstaan: Wanneer iemand niet openstaat voor verandering, is hij niet in staat om zijn
gedrag te veranderen of aan te passen. Oprecht openstaan voor nieuwe ideeën en inzichten
is een eerste stap in het veranderproces.
2. Begrijpen: Vervolgens moet men begrijpen en inzien wat het nieuwe gedrag inhoudt.
Wanneer men in eigen woorden kan omschrijven wat het gewenste gedrag is en welke
3
, voordelen het biedt, kan de verandering tot stand komen.
3. Willen: Verandering in gedrag wordt pas reëel, wanneer iemand daadwerkelijk wil
veranderen. De voordelen van het nieuwe gedrag wegen dan zwaarder dan de nadelen.
4. Kunnen: Verandering moet men (aan)kunnen. Door kennis te hebben van de wijze
waarop het nieuwe gedrag kan worden volgehouden, lukt het beter om niet in oude
gewoontes terug te vallen.
5. Doen: In deze fase wordt de verandering in praktijk gebracht. Daarbij moeten onvoorziene
problemen en tegenslagen overwonnen worden. Men moet zich daardoor niet laten afleiden.
6. Volhouden: Het nieuwe, aangepaste gedrag moet een tweede natuur worden en in het
levenspatroon worden verweven. Alleen door positieve resultaten en volledige support door
de omgeving kan men volhouden.
De verpleegkundige begeleidingsaspecten verwoorden bij elke fase van het stages of
change model.
Gedragsverandering
Verandering wordt gemotiveerd en in gang gezet door een waargenonmen dicrepantie
tussen het huidige gedrag en belangrijke doelen of waarden, de gewenste toekomst
- Discrepantie: afweging, voordelen en nadelen
Motiverende gespreksvoering: 5 basisprincipes
- Wees empathisch
- Veer mee bij weerstand
- Ontwikkel discrepantie
- Ondersteun eigen effectiviteit
- Vermijd discussie
Meeveren bij weerstand
- Vermijd discussie
- Weerstand hoeft niet bestreden te worden
- Nieuwe perspectieven lok je uit en leg je niet op
- De zorgvrager is jouw primaire bron van antwoorden en oplossingen
- Ondersteun eigen effectiviteit
- Ga terug naar wensen en behoeften
- ‘Straffen’ helpt niet (belonen destemeer)
Benodigde gesprekstechnieken
- Open en uitlokkende vragen stellen
- Bekrachtigen van de zorgvrager
- Reflecteren op wat de zorgvrager zegt over zijn bereidheid tot verandering
- Samenvattingen geven (hiermee geef je de zorgvrager inzicht en overzicht)
Voorlichting 5B’s: Belangrijk, Bruikbaar, Begrijpelijk, Boeiend, Beklijvend
Les 3.4
De uitgangspunten van zorg benoemen, beschreven in de richtlijn angststoornissen.
Preventieplan → individu/klein
Preventieprogramma → groep/regionaal/landelijk
Definitie: een geheel van samenhangende interventies of maatregelen, waarmee men
4