Gedrag in Organisaties
,Inhoudsopgave
H1 Wat is gedrag in organisaties?................................................................................................................. 3
H2 Diversiteit in organisaties ........................................................................................................................ 7
H3 Attitudes ................................................................................................................................................ 11
H4 Persoonlijkheid en warden .................................................................................................................... 15
H5 Perceptie Besluitvorming & Creativiteit ................................................................................................ 20
H6 Motivatie ............................................................................................................................................... 25
H7 Motiveren via Job Design ...................................................................................................................... 29
H8 Emoties .................................................................................................................................................. 31
H9 Groepen ................................................................................................................................................. 39
H10 Leiderschap.......................................................................................................................................... 49
,H1 Wat is gedrag in organisaties?
Wat is ‘gedrag in organisaties’? = Vakgebied dat de invloed van individuen, groepen, en de structuur
bestudeert op gedrag in organisaties.
-Het doel hiervan is om in organisaties de effectiviteit te bevorderen.
Waarom zouden we gedrag in organisaties bestuderen?
➢ “Managers get things done through other people” – Technische, kwantitatieve, & analytische
vaardigheden zijn belangrijk – Maar leiderschap en communicatieve vaardigheden zijn ESSENTIEEL
➢ Organisatorische voordelen:
– Goede werknemers blijven bij de organisatie
– Goede werknemers solliciteren
– Betere prestatie!
Organisatie: Een samenwerkingsverband tussen twee of meer personen om gezamenlijk een doel te
bewerkstelligen.
Manager: Een individu die doelen behaalt middels door het aansturen van andere mensen.
Wat doen managers?
➢ They get things done through other people.
➢ Management Functies: – Plan – Organize – Lead – Control
Grootste overlap: belang van managen van mensen
Managers moeten 4 management functies uitvoeren:
• Planning= Een proces over het stellen van doelen, vaststellen van strategieën en het
ontwikkelen van plannen om activiteiten te coördineren.
• Organizing= Het bepalen welke taken er gedaan moeten worden en door wie, hoe de taken het
best gegroepeerd kunnen worden en wie er aan wie verantwoording moet af leggen en waar de
beslissingen gemaakt worden.
• Leading= Een functie die onder andere gaat over: het motiveren van werknemers, anderen
aansturen, de meeste effectieve communicatie channels selecteren en conflicten oplossen.
, • Controlling= Toezicht houden op activiteiten om vast te stellen dat de activiteiten worden
uitgevoerd zoals gepland was en het corrigeren van significante afwijkingen.
Volgens Henry Mintzberg zijn er tien verschillende management rollen te onderscheiden, deze tien
rollen kunnen gegroepeerd worden in drie verschillende soorten groeperingen zoals te zien is hieronder.
Figuur 1 Mintzberg management rollen
Management Skills
Technical Skills= De vaardigheid om gespecialiseerde kennis of expertise toe te passen.
Human Skills= De vaardigheid om te werken met andere mensen en deze mensen te begrijpen en in
staat zijn om deze mensen te motiveren(zowel individueel als in groepen).
Conceptual Skills= Het mentale vermogen om complexe situaties te analyseren en diagnosticeren.
Average vs. Successful vs. Effective Leaders
Managers zijn op 4 vaardigheden te onderscheiden volgens de theorie van Fred Luthans, de vier
factoren zijn te zien in Figuur 2.
Traditional management= Maken van beslissingen, plannen en controle hebben
Communication= Uitwisselen van routine informatie en verwerken van papierwerk
HRM= Motiveren, disciplineren, managen van conflicten, personeel en training
Networking= Socialiseren, politiseren, interacteren met outsiders.