Hoofdstuk 3 Politieke socialisatie
3.1 politieke socialisatie
Politieke socialisatie: het proces van overdracht en verwerving van de
politieke cultuur van de groep(en) en de samenleving waar mensen toe behoren.
Het proces bestaat uit: opvoeding, opleiding en andere vormen van
omgang met andere
Politieke cultuur: het geheel van politieke relevante tradities, kennis,
opvattingen en oordelen die kenmerkend zijn voor een land, maar ook voor
groepen daarbinnen en voor groepen/organisaties die landsgrenzen doorkruisen.
Politieke socialisatie en politieke cultuur beïnvloeden elkaar
Belangrijke socialisatoren binnen het politiek domein:
Politici: proberen duidelijk te maken welke waarden en normen en
opvattingen zij over onderwerpen hebben
Ouders: binnen een gezin speelt het een rol of ouders politiek betrokken
zijn
Docenten: het is een taak van de school leer- (burgerschapvorming).
Burgerschap staat voor politieke betrokkenheid. De overheid stelt de
docent verplicht zich aan de basiswaarden van de democratische
rechtsstaat te houden in de lessen:
- vrijheid van meningsuiting
- gelijkwaardigheid
- begrip voor anderen
- verdraagzaamheid
- het zelfbeschikkingsrecht
Idolen: vormen een voorbeeldfunctie
Leeftijdsgenoten: kunnen worden beïnvloed
Media: de manier waarop zij politieke partijen en politici benaderen heeft
invloed op politiek gebied. Bij de 'oude media' zoals krant, tv, radio
fungeren journalisten als een makelaar tussen burger en politici. Via
'nieuwe media' zoals Twitter, Youtube, Facebook, proberen politici
burgers direct te bereiken.
Theorieën over hoe de media mensen (op politiek gebied) wel of niet
beïnvloeden:
1. Injectienaaltheorie/hypothese: massamedia als een reusachtige
injectienaald die bij voortduring injecteert in het passief neergevlijde
lichaam van de massa's. Ookwel transportbandtheorie: de boodschap
wordt relatief intact bij de ontvangers afgeleverd en steeds dezelfde
boodschap.
2. Selectieveperpectietheorie/selectiviteitshypothese: de ontvangers
die zelf bepalen hoe ze door de massamedia (boodschappen) beïnvloed
, worden: ze maken eigen keuzes, die gebaseerd zijn op de eigen
voorkeuren en op het eigen referentiekader.
Intermediërende factoren (selectiemechanismen): factoren die
ervoor zorgen dat de vrije doorgang van informatie van de zender naar
de ontvanger wordt gefilterd.
We kunnen er enkele onderscheiden:
- Selectieve interpretatie: mensen geven waarneming een
eigen invulling
- Selectieve perceptie: hoor en zie je alleen de dingen die je
van pas komen
- Selectief onthouden: je onthoudt alleen wat aansluit op je
referentiekader
- Selectieve aandacht: je raadpleegt alleen bronnen die bij je
referentiekader passen
3. Netwerktheorieën/opinieleidershypothese: opinieleiders (iemand
die veel invloed heeft op zijn omgeving), spelen een belangrijke rol
- Two-step-flow theorie: media-opinieleiders-volgers
- Multiple-step-flow theorie: informatiestromen van media-
opinieleiders- volgers, media-volgers, opinieleiders onderling.
4. Cultivatietheorie/cultivatiehypothese: het beeld dat je van de
werkelijkheid hebt, wordt vervormd door overmatig media gebruik.
5. Framingtheorie/- hypothese: de media presenteert en interpreteert
bepaalde onderwerpen in de media op een bepaalde manier.
Mediamakers kiezen (on)bewust een bepaalde invalshoek, framing
Samenwerking: het proces waarin individuen, groepen en/of staten relaties
vormen en hun handelen op elkaar afstemmen voor een gemeenschappelijk
doel.
- Politieke socialisatie gebeurt op formele wijze, openlijk en heel bewust.
Internalisatie: je moet het gedrag en de waarden en normen bewust innerlijk
aanvaarden en er bewust naar leven. Je moet niet meer anders willen.
- Botsingen van politieke meningen kunnen leiden tot, conflicten: een
situatie waarin individuen, groepen en/of staten elkaar tegenwerken om
de eigen doelen te bereiken.
Politieke socialisatie zorgt voor:
- Vorming van politieke voorkeuren
- Een bepaalde mate van participatiebereidheid
- Draagt bij aan het voortbestaan van het politieke systeem
3.2 Politieke ideologieën
3.1 politieke socialisatie
Politieke socialisatie: het proces van overdracht en verwerving van de
politieke cultuur van de groep(en) en de samenleving waar mensen toe behoren.
Het proces bestaat uit: opvoeding, opleiding en andere vormen van
omgang met andere
Politieke cultuur: het geheel van politieke relevante tradities, kennis,
opvattingen en oordelen die kenmerkend zijn voor een land, maar ook voor
groepen daarbinnen en voor groepen/organisaties die landsgrenzen doorkruisen.
Politieke socialisatie en politieke cultuur beïnvloeden elkaar
Belangrijke socialisatoren binnen het politiek domein:
Politici: proberen duidelijk te maken welke waarden en normen en
opvattingen zij over onderwerpen hebben
Ouders: binnen een gezin speelt het een rol of ouders politiek betrokken
zijn
Docenten: het is een taak van de school leer- (burgerschapvorming).
Burgerschap staat voor politieke betrokkenheid. De overheid stelt de
docent verplicht zich aan de basiswaarden van de democratische
rechtsstaat te houden in de lessen:
- vrijheid van meningsuiting
- gelijkwaardigheid
- begrip voor anderen
- verdraagzaamheid
- het zelfbeschikkingsrecht
Idolen: vormen een voorbeeldfunctie
Leeftijdsgenoten: kunnen worden beïnvloed
Media: de manier waarop zij politieke partijen en politici benaderen heeft
invloed op politiek gebied. Bij de 'oude media' zoals krant, tv, radio
fungeren journalisten als een makelaar tussen burger en politici. Via
'nieuwe media' zoals Twitter, Youtube, Facebook, proberen politici
burgers direct te bereiken.
Theorieën over hoe de media mensen (op politiek gebied) wel of niet
beïnvloeden:
1. Injectienaaltheorie/hypothese: massamedia als een reusachtige
injectienaald die bij voortduring injecteert in het passief neergevlijde
lichaam van de massa's. Ookwel transportbandtheorie: de boodschap
wordt relatief intact bij de ontvangers afgeleverd en steeds dezelfde
boodschap.
2. Selectieveperpectietheorie/selectiviteitshypothese: de ontvangers
die zelf bepalen hoe ze door de massamedia (boodschappen) beïnvloed
, worden: ze maken eigen keuzes, die gebaseerd zijn op de eigen
voorkeuren en op het eigen referentiekader.
Intermediërende factoren (selectiemechanismen): factoren die
ervoor zorgen dat de vrije doorgang van informatie van de zender naar
de ontvanger wordt gefilterd.
We kunnen er enkele onderscheiden:
- Selectieve interpretatie: mensen geven waarneming een
eigen invulling
- Selectieve perceptie: hoor en zie je alleen de dingen die je
van pas komen
- Selectief onthouden: je onthoudt alleen wat aansluit op je
referentiekader
- Selectieve aandacht: je raadpleegt alleen bronnen die bij je
referentiekader passen
3. Netwerktheorieën/opinieleidershypothese: opinieleiders (iemand
die veel invloed heeft op zijn omgeving), spelen een belangrijke rol
- Two-step-flow theorie: media-opinieleiders-volgers
- Multiple-step-flow theorie: informatiestromen van media-
opinieleiders- volgers, media-volgers, opinieleiders onderling.
4. Cultivatietheorie/cultivatiehypothese: het beeld dat je van de
werkelijkheid hebt, wordt vervormd door overmatig media gebruik.
5. Framingtheorie/- hypothese: de media presenteert en interpreteert
bepaalde onderwerpen in de media op een bepaalde manier.
Mediamakers kiezen (on)bewust een bepaalde invalshoek, framing
Samenwerking: het proces waarin individuen, groepen en/of staten relaties
vormen en hun handelen op elkaar afstemmen voor een gemeenschappelijk
doel.
- Politieke socialisatie gebeurt op formele wijze, openlijk en heel bewust.
Internalisatie: je moet het gedrag en de waarden en normen bewust innerlijk
aanvaarden en er bewust naar leven. Je moet niet meer anders willen.
- Botsingen van politieke meningen kunnen leiden tot, conflicten: een
situatie waarin individuen, groepen en/of staten elkaar tegenwerken om
de eigen doelen te bereiken.
Politieke socialisatie zorgt voor:
- Vorming van politieke voorkeuren
- Een bepaalde mate van participatiebereidheid
- Draagt bij aan het voortbestaan van het politieke systeem
3.2 Politieke ideologieën