Tentamen bestuursproces- en omgevingsrecht
Versie A
Sema Tasgin
Studentnummer: 624471
ROREVT3Y
Vraag 1
a. Op grond van artikel 1:3 lid 1 Awb wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing
van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Schriftelijk: Ja, per brief dus op schrift gesteld.
Beslissing: Het is een besluit van AVV (Algemeen Verbindend Voorschrift)
Bestuursorgaan: Ja, want het college van burgemeester en wethouders is a-bestuursorgaan
in de zin van artikel 1:1 lid 1 sub a Awb jo. artikel 2:1 BW jo. artikel 6 Gemeentewet.
Publiekrechtelijke rechtshandeling: Ja, het gaat om een handeling met een rechtsgevolg op
basis van een publiekrechtelijke bevoegdheid, namelijk een verordening hondenbelasting
2020.
Conclusie: De aanslag van 6 januari 2020 is een besluit van algemene strekking (AVV) in de
zin van artikel 1:3 lid 4 Awb.
b. Op grond van artikel 6:7 Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift
zes weken.
Ingevolge artikel 6:8 Awb lid 1 Awb vangt deze termijn aan met ingang van de dag na die
waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Op de bekendmaking van
de aanslag hondenbelasting is artikel 3:41 Awb van toepassing: het eerste lid bepaalt dat de
bekendmaking gebeurt door toezending of uitreiking aan de belanghebbenden tot wie het
besluit is gericht.
De bezwaartermijn is gaan lopen op donderdag 20 maart 2020 en loopt op woensdag 1 april
2020 af.
c. Vraag is helaas niet duidelijk geformuleerd, waardoor ik de vraag niet kan beantwoorden.
d. Artikel 7:2 lid 1 Awb: Voordat het bestuursorgaan op het bezwaar beslist, stelt het
belanghebbenden in de gelegenheid te worden gehoord.
Artikel 7:2 lid 2 Awb: Het bestuursorgaan stelt daarvan in ieder geval de indiener van het
bezwaarschrift op de hoogte alsmede de belanghebbenden die bij de voorbereiding van het
besluit hun zienswijze naar voren hebben gebracht.
Artikel 7:3 Awb bepaalt dat van het horen van een belanghebbende kan worden afgezien
indien;
Sub b: het bezwaar kennelijk ongegrond is.
Versie A
Sema Tasgin
Studentnummer: 624471
ROREVT3Y
Vraag 1
a. Op grond van artikel 1:3 lid 1 Awb wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing
van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Schriftelijk: Ja, per brief dus op schrift gesteld.
Beslissing: Het is een besluit van AVV (Algemeen Verbindend Voorschrift)
Bestuursorgaan: Ja, want het college van burgemeester en wethouders is a-bestuursorgaan
in de zin van artikel 1:1 lid 1 sub a Awb jo. artikel 2:1 BW jo. artikel 6 Gemeentewet.
Publiekrechtelijke rechtshandeling: Ja, het gaat om een handeling met een rechtsgevolg op
basis van een publiekrechtelijke bevoegdheid, namelijk een verordening hondenbelasting
2020.
Conclusie: De aanslag van 6 januari 2020 is een besluit van algemene strekking (AVV) in de
zin van artikel 1:3 lid 4 Awb.
b. Op grond van artikel 6:7 Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift
zes weken.
Ingevolge artikel 6:8 Awb lid 1 Awb vangt deze termijn aan met ingang van de dag na die
waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Op de bekendmaking van
de aanslag hondenbelasting is artikel 3:41 Awb van toepassing: het eerste lid bepaalt dat de
bekendmaking gebeurt door toezending of uitreiking aan de belanghebbenden tot wie het
besluit is gericht.
De bezwaartermijn is gaan lopen op donderdag 20 maart 2020 en loopt op woensdag 1 april
2020 af.
c. Vraag is helaas niet duidelijk geformuleerd, waardoor ik de vraag niet kan beantwoorden.
d. Artikel 7:2 lid 1 Awb: Voordat het bestuursorgaan op het bezwaar beslist, stelt het
belanghebbenden in de gelegenheid te worden gehoord.
Artikel 7:2 lid 2 Awb: Het bestuursorgaan stelt daarvan in ieder geval de indiener van het
bezwaarschrift op de hoogte alsmede de belanghebbenden die bij de voorbereiding van het
besluit hun zienswijze naar voren hebben gebracht.
Artikel 7:3 Awb bepaalt dat van het horen van een belanghebbende kan worden afgezien
indien;
Sub b: het bezwaar kennelijk ongegrond is.